Eerste versoepeling in 20 jaar

Uitgerekend ‘strenge’ Fred Teeven komt met aanpassing van het vreemdelingenbeleid. ‘Dolmatov’ en de honger- en dorststakingen in de detentiecentra gaven het laatste duwtje.

Asieladvocaat Frans-Willem Verbaas merkte afgelopen maanden al verschil. „We hadden ineens piketdiensten waar géén meldingen binnenkwamen van mensen die in vreemdelingenbewaring gesteld werden”, vertelt hij. Nog geen jaar geleden was het een automatisme voor de politie: een illegaal die werd aangehouden, ging in detentie.

Kennelijk liepen politie en Immigratie- en Naturalisatiedienst al vooruit op de voornemens die staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) gisteren presenteerde. Uitgerekend een VVD’er komt met plannen om uitgeprocedeerde mensen minder snel op te sluiten. Een echte verklaring heeft advocaat Verbaas niet voor de vroegtijdige daling. Misschien komt het doordat de plannen van Teeven al sinds eind april op stapel stonden. „Of gewoon vanwege de bezuinigingen.”

Over de inhoud van Teevens voorstellen is Verbaas genuanceerd. Het is afwachten wat er van terecht komt, zegt hij: „Hoeveel uren zitten mensen straks op cel? Hebben ze toegang tot internet? Dat staat nergens concreet in de brief.”

Hoe de plannen ook zullen uitpakken, deze voornemens zijn de eerste serieuze versoepeling in het landelijke vreemdelingenbeleid sinds jaren.

In 1994 ging het eerste detentiecentrum open, in 2001 kwam toenmalig staatssecretaris van Justitie Job Cohen (PvdA) met zijn nieuwe Vreemdelingenwet. Hij probeerde daarmee grip te krijgen op de tienduizenden asielzoekers die jaarlijks naar Nederland kwamen. De opvang voor uitgeprocedeerde asielzoekers werd afgeschaft, zij kwamen op straat terecht. De Koppelingswet sloot de illegalen ook nog eens uit van bijvoorbeeld sociale bijstand en kinderbijslag.

Voor vreemdelingen die nog onder de oude, soepeler wet asiel hadden aangevraagd, kwam er eenmalig een generaal pardon in juni 2007. En in de loop der jaren kregen uitgeprocedeerden en ‘ongedocumenteerden’ (mensen zonder papieren) weer meer rechten. Niet door bewust soepeler beleid, maar dankzij fanatieke advocaten en langdurige rechtszaken, vaak tot op Europees niveau.

Zo komt het dat Teevens plannen nu een fundamentele koerswijziging in het vreemdelingenbeleid vormen, zegt de Tilburgse hoogleraar straf- en vreemdelingenrecht Anton van Kalmthout. Hij vindt het van belang dat de staatssecretaris zegt dat hij vreemdelingenbewaring alleen nog in uitzonderlijke gevallen zal toepassen. „Vreemdelingenbewaring moet ook een ultimum remedium zijn, een laatste redmiddel. Zo werd het afgelopen jaren niet gebruikt.” Teeven stelt nu een aantal alternatieven voor vreemdelingenbewaring voor.

Een tweede breuk met het verleden, zegt Van Kalmthout, is dat het regime van de vreemdelingenbewaring uit de Penitentiaire beginselenwet wordt gehaald. Tot nu toe vielen vreemdelingen in detentie onder dezelfde regels als gevangenen. „Vreemdelingendetentie is iets anders dan een gewone gevangenis. Nu worden vreemdelingen niet langer als criminelen gezien.” De gedetineerden hebben vaak geen strafblad. Hun ‘delict’ is dat ze in Nederland zijn, terwijl ze daar de papieren niet voor hebben.

Een breuk, oké. Maar hoe groot de verandering is, daarover verschillen de meningen. Eduard Nazarski, directeur van Amnesty International Nederland, volgt het asielbeleid sinds begin jaren negentig. Op de meest wrange punten van de vreemdelingenbewaring houden de plannen misschien een verbetering in, zegt hij. Maar kijk naar de uitstraling van de gevangenissen waar uitgeprocedeerde mensen terechtkomen, in Zeist, Rotterdam of Schiphol. Hoge muren, kleine ramen, hier en daar prikkeldraad. „We blijven het signaal uitstralen: wij willen jou hier niet, en we zijn tot véél bereid om je het land uit te krijgen.”

Teeven schrijft dat „de financiële middelen ontbreken” om gebouwen met een minder penitentiaire uitstraling te regelen.

Vreemdelingendetentie trok de afgelopen maanden veelvuldig de aandacht. Door de Rus Alexandr Dolmatov bijvoorbeeld, die zich in Rotterdam in zijn cel van het leven beroofde. En afgelopen zomer gingen gedetineerden in Rotterdam en op Schiphol in honger- en dorststaking, om te protesteren tegen de omstandigheden waarin ze vastzaten. Maar in feite vormt detentie een klein deel van het asielbeleid – dat natuurlijk ook gaat over criteria op basis waarvan je mensen wél in Nederland toelaat.

Met een humanere vreemdelingendetentie verandert, kortom, niet de manier waarop Nederlanders en politici tegen vreemdelingen en asielzoekers aankijken, zegt Nazarski. Neem de actuele discussie over opvang van vluchtelingen uit Syrië. „We vinden het heel erg allemaal, maar opvangen doen we ze liever niet.”