‘Deze generatie hecht niet aan bezit’

Een groep jonge bankiers probeert van binnenuit de banken te veranderen. In een branche met het imago van zakkenvullers moeten het belang van de klant weer centraal staan.

Foto Merlijn Doomernik

In alle eerlijkheid vinden ze hun salarissen zelf ook best riant. En als het ooit zover komt, zouden ze ook leiding geven aan hun bank voor een ministerssalaris. Ze hoeven geen 1,5 miljoen per jaar. Eerder vragen ze zich af óf ze wel topman of topvrouw willen worden. „Je moet toch een groot offer brengen, je bent 24 uur per dag zeven dagen per week aan het werk. Je bent er niet meer voor je gezin.”

Wie met Elke Vriens, Arjen Heida, Nieke Martens, Janneke Tettero en Joris Timmers praat, zou zomaar gaan denken dat het met de banken in Nederland toch nog weleens goed komt. De vijf zijn bankiers en werken voor grote banken, respectievelijk ABN Amro, ING, Van Lanschot, SNS en Rabobank. Ze zijn jong (in volgorde: 32, 30, 40, 39 en 37 jaar). In feite vormen ze de toekomstige generatie topbankiers, op wie de burger straks zijn hoop moet vestigen.

Maar van een „Gordon Gekko-mentaliteit”, zoals een van hen het noemt (naar de inhalige beurshandelaar uit de film Wall Street), is bij hen niets te bespeuren. Elke, Arjen, Nieke, Joris en Janneke hebben schijnbaar niets mee met hebzucht - het gedrag dat wordt gezien als een van de hoofdoorzaken van de bankenproblemen. Eigenlijk zijn ze net gewone mensen. Dat biedt hoop, vijf jaar na het begin van alle bankenellende.

De vijf zijn lid van een opvallende denktank, Bankiers van de Toekomst geheten. Die werd in 2011 opgericht door adviesbureau BoerCroon en bestaat uit louter jonge, veelbelovende bankiers. Die hebben een ambitieuze doelstelling: een bijdrage leveren aan een betere bankensector.

Hun initiatief komt deels voort uit frustratie. Het valt hen op dat het debat over hun sector nauwelijks gevoerd wordt door bankiers zelf. Politici, wetenschappers, ex-bankiers, de wetgever, de toezichthouder – iedereen heeft een mening. Maar de bankier zelf hoor je niet. Dat „vacuüm” willen ze opvullen. Daarnaast vinden ze principieel dat de jeugd moet meedenken over oplossingen voor de bankenproblemen.

Ook willen ze laten zien dat binnen de bankenwereld wel degelijk bereidheid is om te veranderen. Dat lijkt nu misschien niet altijd zo, geven ze toe. Zo hopen ze ooit te bereiken dat de buitenwereld weer wat positiever gaat denken over hun beroepsgroep. Het steekt hen dat mensen bankiers nu bijna haten. „Bankiers zijn ook mensen.” En de kritiek is soms ook wel wat overdreven, vinden ze. Niet alle bankiers zijn kwaadaardig.

Het lijkt alsof de jonge garde de kastanjes uit het vuur moet halen. Dit is toch allereerst de taak van bankbestuurders? Waarom hoor je die tot nu toe amper?

Elke: „Bankiers worstelen hiermee. Naar buiten treden heeft in het verleden slecht uitgepakt. Ze kregen van alles over zich heen. Ze zijn daar voorzichtig door geworden.”

Nieke: „Wij zijn bankiers, wij denken in risico’s. We hebben ook goed nagedacht of we dit interview wel wilden geven. In andere sectoren zullen ze wellicht meteen zeggen: Leuk! Gaan we doen! Maar wij zijn bankiers.”

Maar als je tegenwicht wilt bieden moet je toch eerst een paar keer een emmer stront over je heen krijgen voordat men gaat luisteren?

Arjen: „We hebben ons te defensief opgesteld. We hebben een plicht om ons geluid te laten horen. Beter uit overtuiging je verhaal vertellen dan er uit angst van wegblijven.”

Welke kritiek op de sector delen jullie?

Arjen: „Banken zijn te groot geworden. Banken moeten dienstbaar zijn aan de economie. Maar die rol zijn we ergens kwijtgeraakt. Het ging meer om ons eigen belang dan om dat van klanten.”

Hoe groot zouden banken nog mogen zijn?

Arjen: „Het is afhankelijk van het soort economie dat je faciliteert. Nederland heeft een zeer open en internationaal georiënteerde economie. Daarvoor heb je enkele grote internationale banken nodig. Aan de andere kant: banken zijn de afgelopen dertig jaar veel harder gegroeid dan de economie. Voor wie doen we het dan?”

Welke kritiek vinden jullie onterecht?

Janneke: „Er is veel kritiek op ‘de bankier’. Maar de meesten willen klanten gewoon helpen.”

Er wordt gegeneraliseerd?

Janneke: „Ja. De stereotype sigaren rokende bankier is er natuurlijk nog steeds, maar als je hier aan tafel kijkt…”

Joris: „De crisis is een veelkoppig monster. Banken hebben daar hun rol in gehad. Maar er zijn meer factoren geweest. Dat er veel te hoge hypotheken werden verstrekt – dat was een kwestie van vraag én aanbod.”

De consument zat ook fout?

Janneke: „Iedereen dacht dat de bomen tot aan de hemel reikten.”

Is de regelgeving doorgeschoten?

Nieke: „We zijn met elkaar een soort schijnzekerheid aan het creëren. Klantzorg kun je uiteindelijk niet vastleggen, dat zit in de cultuur.”

Joris: „Het is maar zeer de vraag of je met meer regelgeving dienstbare banken krijgt. Je krijgt banken die vooral naar zichzelf kijken en afvinken.”

Hoe kijken jullie tegen bonussen aan?

Arjen: „Bij ons wordt wel gezegd: als de prikkels juist zijn, mag je best een bonus uitkeren. Maar ik denk ook: als je gered moet worden door de belastingbetaler moet je verantwoording afleggen. De discussie is wel: in hoeverre kun je het beloningsbeleid van een privaat bedrijf bepalen?”

Met bonussen an sich is dus niets mis?

Arjen: „Een variabele beloning lijkt mij helemaal niet problematisch, nee.”

Wat moet er volgens jullie veranderen en hoe denken jullie dat te bereiken?

Janneke: „Allereerst moeten we als het weer beter gaat niet terugvallen in het oude denken. De ervaring leert dat zoiets na een crisis wel vaak gebeurt.”

Elke: „Je moet een cultuur kweken waarin bankiers zelf normaal gedrag willen vertonen.”

Hoe doe je dat?

Elke: „Het helpt dat onze generatie deze periode heeft meegemaakt. Hopelijk blijven we nog even zitten en onthouden we de lessen.”

Arjen: „Er is een generatie nieuwe bankiers die helemaal niet meer hecht aan bezit, die andere verwachtingen heeft.”

Hoe lang is er nodig voor een echte cultuuromslag? De foute cultuur heeft dertig jaar lang kunnen groeien.

Elke: „We hebben nog veel te doen. Maar het gaat geen generatie duren. Onze omgeving dwingt ons daar toe.”

Jullie zeggen weinig over concrete dingen als hogere kapitaalbuffers (geld om nieuwe crises beter op te vangen).

Arjen: „Dat zijn zaken die erg ver afstaan van waar wij over hebben nagedacht.”

Joris: „Wij focussen in de denktank meer op cultuur- en gedragsverandering.”

Arjen: „Ik ben helemaal voor het inbouwen van zekerheid, maar of je nu kapitaalbuffers nodig hebt van 15 procent, 25, 8 of 12, durf ik echt niet te zeggen.”

Wanneer gaan mensen de banken weer vertrouwen?

Joris: „Ik denk zodra ze beseffen dat er al heel veel dingen goed gaan. Ik werk veel in ontwikkelingslanden. In tegenstelling tot daar is er hier bijna niemand zonder een bankrekening. Wij leven in een land met een goede bankensector.”

Nieke: „In ieder geval pas als klanten weer tevreden zijn over hun banken.”

Dat zal dus niet volgend jaar al zijn.

Elke: „Je moet realistisch zijn, je kunt wel van alles willen.”

Arjen: Het hangt ook af van hoe media over ons schrijven.”

Joris: „En of er niet nog een crisis voorbijkomt…”