De wanhoop nam toe, en de lobbyist nam er nog eentje

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen?

Deze week: Hans Biesheuvel en het failliete bestel.

Ofwel: De populist die vooral lobbyisten helpt.

Met politieke crises is het als met massademonstraties: het lijkt heel wat als je ertussen staat, maar een paar straten verderop gaat het leven gewoon door.

Dus toen ik dinsdagmiddag van de Eerste Kamer naar hotel Corona op het Buitenhof liep, voor een lezing over lobbyen, trof ik daar een gezelschap aan – een oud-premier, senatoren, hoge ambtenaren, lobbyisten – dat zich gerieflijk tegoed deed aan de bekende Haagse small talk. Deze routiniers werden niet geteisterd door de komende cliffhanger in de Eerste Kamer. Ze zouden het wel zien als het zover was. Een droge witte wijn graag.

In de senaat zelf, normaal ook geen kippenhok, was het eerder die middag anders. De crisis stond er niet op de gezichten. Je moest even doorvragen. Maar dan werd duidelijk dat zelfs de loyaalste bondgenoten van Rutte en Samsom inzagen dat de coalitie hier later dit jaar bijna zeker op de klippen loopt.

Man man. Ze moesten niet dénken aan nieuwe verkiezingen – de zesde in twaalf jaar – en het naargeestige vooruitzicht van winst voor Wilders en Krol. Ze hadden het over een bestel in diepe crisis. En evengoed hadden ze geen idee hoe het onheil nog af te wenden viel. Het klonk allemaal logisch, maar de diepte van de wanhoop verraste me.

Maandagavond was beslissend geweest. Tot dan toe had de senaatsfractie van het CDA, die het kabinet aan een meerderheid kon helpen, geen definitieve keuze gemaakt over plannen voor beperking van het pensioensparen. Twee ingewikkelde wetjes die minister Dijsselbloem in 2017 een kleine 3 miljard moeten opleveren. De voltallige oppositie in de Tweede Kamer was eerder al tegen. De voltallige oppositie in de Eerste Kamer, ook het CDA, was in de voorbereiding op het debat uiterst kritisch.

Maar steeds bleef ongewis of die partij, met zijn lange bestuurlijke traditie, het zou aandurven het kabinet op zo’n (in financieel opzicht) cruciaal voorstel werkelijk in problemen te brengen. En maandagavond werd dus definitief dat de CDA-senaatsfractie, hoewel geen kooivechters, zich schikte in de tactische keuze van Buma, die tot nader order persisteert in eendimensionale oppositie.

Wat dinsdag achter de schermen in de senaat volgde was uitermate pijnlijk voor de VVD. Partijkopstukken hadden voor de zomer luidruchtig bepleit de oppositie uit te dagen: wilde die werkelijk het kabinet vloeren over een conflict in de Eerste Kamer? Dat moesten ze dan maar eens waarmaken. Het kabinet zou het er gewoon op aan laten komen.

Maar toen die kans zich dinsdagmiddag in de beslotenheid van een senaatscommissie voordeed, was het een VVD-senator die als eerste aanstuurde op uitstel. De partij ontliep kortom de confrontatie die men had aangekondigd te zullen zoeken: zo groot is de onzekerheid dus geworden.

Dit wordt, tussen haakjes, sowieso een belangrijk aspect van alle conflicten (langdurige zorg, kindregelingen, belastingplan, etc.) die zich na Prinsjesdag tussen kabinet en senaat kunnen voordoen: als de coalitie de confrontatie uit de weg gaat, zoals deze week, blijft het kabinet gewoon overeind. Het kost uitstel en tegenvallers. Maar Rutte II kan zo voortbestaan.

De tragiek is intussen dat ook de maatschappelijke infrastructuur afbrokkelt die het kabinet voor zichzelf bouwde. Het idee was om het gebrek aan politieke support in de senaat te compenseren met brede maatschappelijke steun voor het beleid.

De akkoorden die eruit voortkwamen (zorg, energie, onderwijs, sociale politiek) waren vaak knappe prestaties. Greenpeace op één lijn brengen met Shell inzake energie; de SP-vleugel van de FNV overhalen tot een compromis met Wientjes over vernieuwd ontslagrecht – doe het maar eens na.

Maar het veranderde de politieke dynamiek in de senaat niet. Ook al deed de coalitie hiermee wat het CDA, partij van subsidiariteitsbeginsel en soevereiniteit in eigen kring, sinds zijn oprichting bepleit.

Daarna werd instant succes van die akkoorden geëist. Ter herinnering: ondanks het Akkoord van Wassenaar van eind 1982, domineerden chaos, stank en afvalbergen een jaar later de binnensteden – de ambtenaren staakten wekenlang. Toch ging ‘Wassenaar’ de geschiedenis in als de basis onder drie decennia uitbundige economische groei. Dus wie het sociaal akkoord van april 2013 vijf maanden later al mislukt noemt, heeft geen lange studie van de geschiedenis gemaakt: die zegt alleen wat hij hoopt.

Tegelijk mist deze scepsis zijn effect niet: aan de vooravond van Prinsjesdag piept en kraakt het in de organisaties die de akkoorden sloten. Heerts (FNV) moet de militante AbvaKabo van zich afhouden en ageert daarom tegen de nullijn voor ambtenaren. Wientjes (VNO-NCW) tegen hogere lasten voor zijn leden. Het is ook berekening – niemand wil zich nog vereenzelvigen met een kabinet dat implodeert.

Wientjes heeft sinds deze week een bijzonder probleem: een concurrent die een deel van zijn achterban dreigt weg te kapen. Want het vertrek van Hans Biesheuvel als voorman van het midden- en klein bedrijf (MKB, een filiaal van VNO-NCW), en diens besluit een nieuwe ondernemersclub te beginnen, creëert iets dat we lang niet hebben gezien: verdeelde werkgevers in plaats van verdeelde vakbonden.

En de bezwaren tegen ondernemersclubs die Biesheuvel, type charmeur met opgestroopte mouwen, deze week verwoordde raken VNO-NCW en MKB in het hart. Biesheuvel klaagt dat de ondernemersclubs overladen zijn met oud-politici, en dat zo de spirit van de ware ondernemer uit het Haagse overleg verloren is verdwenen. Vandaar alle gepolder, vandaar die nutteloze akkoorden.

Het is slim populisme. Je keert je tegen impopulaire ex-politici met een baantje in ondernemersbesturen, tegen een impopulair kabinet, tegen impopulaire akkoorden.

Maar tegelijk voedt dit de misvatting dat een ondernemersaanpak in het bestuur zou werken. Maar openbaar bestuur kan nooit, zoals een bedrijf, razendsnel op marktontwikkelingen reageren. Juist niet: openbaar bestuur is overtuigen, afwachten, inschikken, minderheden respecteren, opponenten paaien. Herinnert u zich Herman Heinsbroek nog? Een lange rij ondernemers raakte eerder het spoor volledig bijster in Den Haag.

Tegelijk moeten VNO én MKB bij de keuze van nieuwe voorzitters rekening moeten houden met Biesheuvel. Wientjes vertrekt volgend jaar, MKB heeft al een vacature. Je hoeft geen whizzkid te zijn om te voorzien dat beide organisaties leidsmannen willen die óók de taal van de ware ondernemer spreken. Zo’n authentieke ondernemer die alleen in uiterste noodzaak poldert.

Dus dit is het ware gevolg van Biesheuvels populisme: de nieuwe Wientjes gaat zich de komende jaren verre houden van akkoorden met zwakke kabinetten. Zo brokkelt de maatschappelijk steun voor Rutte II dus verder af. De wens van Pechtold, stop het gepolder, wordt vanzelf verwezenlijkt. Geen meerderheid in de senaat, straks ook geen maatschappelijke inbedding meer. Droefenis.

Een vergeten bijeffect kon je dinsdagmiddag zien, op die bijeenkomst in Corona. Thom de Graaf, de oud-D66-leider, nu lobbyist voor de hogescholen, hield een evenwichtig betoog over het vak van lobbyist. Zijn bottomline: Den Haag heeft, buiten de politiek om, zoveel jargon en procedures, zoveel kleine logica, dat je als buitenstaander niet om een lobbyist heen kunt om in het bestuur iets voor elkaar te krijgen.

Het was dus totaal geen toeval dat Biesheuvel zoveel oud-politici, van Nijpels (VVD) tot en met Verhagen (CDA), van Benschop (PvdA) tot en met Marijke Vos (GroenLinks), in al die ondernemersbesturen tegenkwam: juist omdat zij de Haagse binnenwereld zo goed begrijpen, kunnen ze iets bereiken. Vandaar dat je steeds meer oud-politici als lobbyist in Den Haag terugziet.

En vandaar dat de atmosfeer in Corona zo gerieflijk was: als de politiek niets meer presteert, als de polder wegvalt, en het bestel steeds een nieuwe populistische opstand creëert, is er één beroepsgroep die daarvan uitbundig profiteert: de hoeders van het deelbelang, de lobbyisten.

Dus het was geen complot, geen opzet, maar wel volmaakt logisch: in de senaat kookte de boel al bijna over, en in Corona namen ze nog een glas. Op de toekomst.