De premier die meebuigt met de omstandigheden

Mark Rutte wordt geprezen om zijn elan en optimisme, maar zijn eigen politieke gezicht heeft hij zo langzamerhand verloren. Dinsdag presenteert hij op Prinsjesdag de eerste eigen begroting van zijn VVD-PvdA-kabinet. Zal het hem lukken premier van alle Nederlanders te worden?

Illustratie Hajo

Ze noemden hun debatclub ‘Talleyrand’, naar de Franse staatsman Charles -Maurice de Talleyrand, die zowel het Ancien Regime als Napoleon diende – en uitgroeide tot hét klassieke voorbeeld van politieke flexibiliteit. Een groepje jonge, ambitieuze VVD’ers kwam eind jaren negentig regelmatig bij elkaar in Leiden of Den Haag om te discussiëren. Soms waren er gastsprekers, Frits Bolkestein bijvoorbeeld, of Ed van Thijn. „We waren een groep jonge heren die intellectueel een grote broek aantrokken”, zegt Jort Kelder, die enkele keren aanschoof. „Anglofielen, onder de indruk van de Britse debatkunst.”

Eén van de gangmakers van Talleyrand was Mark Rutte. Ook toen al, vóór zijn entree in de Haagse politiek, brak hij zich het hoofd over de vraag: hoe blijft een politicus consistent wanneer de omstandigheden veranderen? Een politieke carrière en een premierschap verder is hij nog steeds op zoek naar het antwoord.

In de Haagse loopbaan van Rutte is het politieke decor, met zes kabinetten in elf jaar tijd, vaak van kleur verschoten – en Rutte kleurde soepel mee. Van linksige liberaal die de onderklasse wilde verheffen, veranderde hij in de premier van het kabinet-Rutte I, „waar rechts Nederland zijn vingers bij aflikt”. En van de belastingverlagende socialistenvreter uit de campagne van 2012 transformeerde hij tot de aanvoerder van een lastenverzwarende coalitie met het ‘linkse gevaar’ van de PvdA.

Schadevrij heeft de premier die gedaantewisselingen niet ondergaan. Hij wordt geprezen om zijn elan en optimisme, maar zijn eigen politieke gezicht heeft hij zo langzamerhand verloren. Columnisten en politieke tegenstanders schilderen Rutte af als een visieloze politicus die te gemakkelijk van beleid en coalitiepartner wisselt. Ook in zijn eigen VVD is er kritiek – al wordt die zelden hardop uitgesproken. Als dat wel gebeurt, is de formulering vriendelijk. „Pragmatisme is goed”, zegt oud-minister Pieter Winsemius, „maar íets meer ideologie zou wel mogen. Een liberaal moet wel ergens voor staan”.

De minister-president heeft het moeilijk. Zijn kabinet slaagt er maar niet in Nederland uit de recessie te krijgen. Hij heeft een lange stoet verkiezingsbeloften gebroken, van het behoud van de hypotheekrenteaftrek tot ‘geen geld meer naar Griekenland’. En onrealistische uitspraken („we gaan het CPB verslaan!”) deden zijn geloofwaardigheid dit voorjaar geen goed.

Om politiek te overleven, zal Rutte het imago van opportunistische coalitiezoeker van zich af moeten schudden. Hij zal – paradoxaal genoeg – een nieuwe transformatie moeten ondergaan: tot premier van alle Nederlanders. Volgende week is het Prinsjesdag, en daarna volgen de Algemene Beschouwingen in de Tweede Kamer. Daar zal Rutte aan zijn eigen VVD, aan coalitiepartner PvdA én aan de buitenwereld moeten laten zien waar hij staat, en waar hij het land heen wil voeren. Weet hij die groepen alle drie tevreden te stellen, dan levert hij knap werk. Hij móet succes hebben met dit kabinet: falen en dan weer met anderen doorgaan is geen optie.

De partij

Rutte is de eerste liberale premier in honderd jaar, en daar moet de VVD nog steeds aan wennen. Een Nederlandse minister-president is nu eenmaal genoodzaakt om boven de partijen te gaan staan – en voor veel liberalen is dat een nieuwe ervaring.

Ruttes aanhangers – en daarvan heeft hij er binnen zijn partij nog genoeg – vergeven hem zijn vele gezichten. Of juist het gebrek daaraan. „VVD’ers kijken met verbazing toe: hé, Rutte is niet meer onze liberale woordvoerder”, zegt Frits Huffnagel, oud-VVD-wethouder in Amsterdam en Den Haag. „Maar zo gaat dat nu eenmaal met een premier. Hij verkleurt een beetje – dat overkwam zelfs Den Uyl. Lubbers was ook altijd de premier van alles en iedereen. Als er dan verkiezingen aankwamen, veranderde hij weer in een CDA’er.”

De Rutte-loyalisten vallen uiteen in twee groepen. Eén: het gezelschap dat hem steunde in zijn leiderschapsstrijd met Rita Verdonk, zeven jaar geleden. Mannen als Frits Huffnagel en Tweede Kamerlid Bas van ’t Wout. Net als Rutte zelf hechten ze bijzonder aan loyaliteit. Wie ook bij deze groep hoort, is Uri Rosenthal. „Mark Rutte beschikt over meer schaaktalent dan men hem nu toedicht”, zegt de oud-minister van Buitenlandse Zaken.

De tweede groep bestaat uit VVD’ers in de provincie. Lokale politici die achter de brede rug van Rutte electoraal succes boekten, en hem als voorbeeld zien. Zoals Anouk van Eekelen, fractievoorzitter in het liberalenparadijs Wassenaar. „Ik heb grote bewondering voor Mark”, zegt ze. „Hij heeft het niet gemakkelijk. Maar in die omstandigheden doet hij het heel goed.”

Of Emile Karregat, VVD-voorman in Volendam. Vorig jaar haalde de partij in zijn gemeente, jarenlang een PVV-bolwerk, maar liefst 43 procent van de stemmen. „Ik geeft het je maar te doen, premier zijn in zo’n crisistijd”, zegt Karregat. „Rutte blijft trouw aan de VVD-slogan ‘orde op zaken stellen’. Maar de economische malaise haalt hem steeds weer in.”

De omstandigheden zijn op dit moment buitengewoon ingewikkeld, zeggen de Rutte-aanhangers. Zonder te haperen sommen ze de hindernissen op: Nederland is een coalitieland, er zijn grote inhoudelijke verschillen tussen de regeringspartijen VVD en PvdA, het kabinet heeft een wankele positie in de Eerste Kamer, de economie blijft maar tegenzitten. Toch is er maar één optie, vinden ze, en dat is doorgaan. Op nieuwe verkiezingen zit helemaal niemand te wachten.

Maar elders, ook in de Haagse top van de VVD, bestaan er zorgen over de geloofwaardigheid van de premier – en daarmee over zijn politieke houdbaarheid bij volgende verkiezingen. Volgens oud-minister Pieter Winsemius is er een „beweging achterlangs” gaande. „Dezelfde mensen die zeggen nog zeer in Rutte te geloven, zeggen ondertussen tegen elkaar: kan hij nog wel de volgende lijsttrekker worden?”

In het afgelopen jaar heeft Rutte het imago gekregen van een politicus die de ene concessie na de andere doet: aan coalitiegenoot PvdA, aan vakbeweging en werkgevers, aan de oppositie. Maar daar is een grens aan, zo is het gevoel bij de VVD. Natuurlijk, alle begrip dat de premier noodgedwongen een weinig liberaal beleid voert van inkomensnivellering, belastingverhoging en deals met de polder. Maar het houdt een keer op. Toen de hervormingen in de WW en het ontslagrecht – een belangrijke VVD-troef uit het regeerakkoord – dit voorjaar werden uitgesteld om de sociale partners tevreden te houden, was Halbe Zijlstra not amused. De VVD-fractieleider, die wél aan zijn liberale profiel werkt en geldt als mogelijke opvolger van Rutte, liet dat intern weten ook.

De coalitie

„Een van de beste ministerraden sinds de Tweede Wereldoorlog”, zo typeerde Rutte zijn tweede kabinet onlangs. Dat was misschien een tikje overdreven, vinden VVD’ers. „Mark moet dat soort onzin niet zeggen”, zegt Frits Huffnagel.

Maar de chemie binnen de ploeg van Rutte II is ontegenzeglijk goed – en dat is de verdienste van de minister-president. Hij heeft een goede antenne voor sfeer en onderlinge verhoudingen, zeggen mensen die met hem te maken hebben. Ook met PvdA-leider Diederik Samsom – die zelf niet in het kabinet zit – is er een klik. Bij het begin van de coalitie spraken de twee leiders achter de schermen de hoop uit dat hun samenwerking geen vier maar acht jaar zou duren.

De leiders van de coalitie zijn allen veertigers die makkelijk communiceren en wars zijn van dikdoenerij: Zijlstra, Samsom, vicepremier Lodewijk Asscher, minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem. In het openbaar spreekt Rutte met een soms aandoenlijke affectie over zijn collega’s in het kabinet. Zo betoogde hij tijdens zijn wekelijkse persconferentie dat Dijsselbloem zo streng op de schatkist past omdat hij een slanke man is: „Zijn overtuigingen passen bij zijn lichaamsbouw. Hij houdt niet van overdaad, hij houdt niet van tekorten.” Dat is Mark Rutte: altijd een vrolijke metafoor bij de hand.

Maar in de coalitie hebben ze ook last van Ruttes optimisme. Zijn opgeruimdheid en gulle lach lijken zich het afgelopen jaar tegen hem te hebben gekeerd. Critici verwijten hem de economische problemen in het land niet serieus te nemen. Zijn oproep aan de Nederlandse burger om meer te consumeren en zo extra bezuinigingen te voorkomen, werd het mikpunt van spot en hoon. Dacht de premier nou echt dat we uit de problemen kwamen met een paar nieuwe auto’s en keukens? PvdA-econoom Rick van der Ploeg vergelijkt Rutte spottend met Dr. Pangloss, de halsstarrige optimist uit Voltaire’s Candide. „Wat voor rampen ook op hem afkomen, hij blijft positief.”

De coalitie heeft ten minste twee weeffouten, zo luidt de communis opinio in Den Haag. Eén: ze zijn de Eerste Kamer vergeten. En twee: door hun formatiemethode hebben Rutte en Samsom hun partijen kwetsbaar gemaakt. Geen eindeloze compromissen, maar uitruil en elkaar wat gunnen – dat was het motto. „Het gevolg”, zegt Jarico Vos, voorzitter van de liberale jongerenorganisatie JOVD, „is dat de ene coalitiepartner de andere zoveel mogelijk lijkt te willen pesten. Alles wat de een is gegund, daar breekt bij de ander opstand over uit.”

Ook oud-minister Winsemius is niet onder de indruk van de daadkracht van Rutte II. De coalitie, zegt hij, is „zacht” in de uitvoering van het regeerakkoord. „Toen ik minister was, in de jaren tachtig, hadden we het Akkoord van Wassenaar. Het sociaal akkoord van dit voorjaar is een stuk minder vergaand. Het gaat om een jaartje meer of minder WW.”

De strategie

Op zaterdag 1 september 2012 voerde Rutte campagne in Tilburg. De zon scheen, het was druk op straat. Ontspannen wandelde de VVD-lijsttrekker – spijkerbroek, overhemd, bovenste knoopje los – tussen het winkelende publiek. Hij was in zijn element. Een kwinkslag links en rechts, een hand of zoen voor wie maar wilde. Duim onafgebroken de lucht in. ‘Hé, super!’

Roel Lauwerier was erbij. De Tilburgse VVD-wethouder denkt met veel genoegen terug aan het bezoek. „Het was een fantastische dag. Je merkte echt dat de campagne leefde. Rutte trok zoveel bekijks dat hij maar metertje voor metertje vooruit kwam.” Twee weken later zou Rutte een historische verkiezingszege boeken voor de VVD: 41 zetels. Zo groot waren de liberalen nog nooit geweest.

Precies een jaar later is er van het enthousiasme voor Rutte weinig meer over. De reputatie van de premier onder de bevolking is afgebladderd. De vele coalitiewisselingen en de moeizame positie van zijn kabinet hebben hun werk gedaan: in een TNS/NIPO-peiling van gisteren krijgt Rutte nog slechts een 4,6. Dat is het laagste cijfer van alle gepeilde Haagse politici – ex equo met Samsom.

Ook wethouder Lauwerier is een stuk minder euforisch over Rutte dan destijds. Gevraagd naar zijn oordeel over de premier, zegt hij zuinigjes: „Ik zou hem een voldoende geven.” Hij is kritisch over de haast waarmee Rutte zijn tweede kabinet formeerde, en over de extra bezuinigingen die voor volgend jaar op stapel staan. „Maar goed, er worden toch stappen gezet en akkoorden gesloten.”

Wat moet Mark Rutte doen om weer geloofwaardig te worden in het land? Met een grootse visie gaat hij niet komen, zo kondigde hij anderhalve week geleden aan in zijn H.J. Schoo-lezing, in de Rode Hoed in Amsterdam. Hij sprak zelfs pesterig over „de olifant in de zaal”. Blauwdrukken, zo zei Rutte, daar houden liberalen niet van. Bovendien – maar dat zei hij er niet bij – is het voor hem als premier in deze coalitie niet mogelijk een écht VVD-verhaal te houden. Sommigen in zijn omgeving betwijfelen of hij de lezing überhaupt had moeten houden. Vanwege de timing – begin van het politieke seizoen – en de hoge verwachtingen – eindelijk, een visie! – kón het niet anders dan uitlopen op een teleurstelling.

Ruttes strategie lijkt te zijn: betoon je een bekwame manager die de boekhouding op orde brengt en het land uit het economische slop haalt. Doe daartoe zaken met wie maar wil: de oppositie, de polder, het maatschappelijk middenveld. En accepteer de kritiek op ‘zwabberbeleid’ en visieloosheid die daar onvermijdelijk bij komt kijken. Als zijn kabinet de confrontatie met de Eerste Kamer dit najaar overleeft en de Nederlandse economie straks weer aantrekt, zou Rutte weer kunnen opkrabbelen.

Een voormalige bestuursgenoot van de JOVD, aanwezig bij Ruttes Schoo-lezing, verwoordt het als volgt: „Natuurlijk is hij meer een manager dan een politicus. Maar misschien is dat wat Nederland op dit moment gewoon het meest nodig heeft.”