De krant is een echte tabloid geworden - zoals de andere

Ondanks het nieuwe, geschrobde portretje van de auteur blijft deze column een lap tekst – maar ik hoop u er, ook dit keer, zonder kleerscheuren doorheen te kunnen navigeren.

Navigatie, dat is het sleutelwoord van de nieuwe vormgeving van de krant, die ik vorige week een „nieuw, strak jasje” noemde. De bedoeling: de lezer, op een onnadrukkelijke manier, beter door de krant navigeren – en langer vasthouden.

Strak jasje, te strak, of juist te ruim?

De lezersreacties die de krant kreeg – en dat waren er niet veel, een teken dat de operatie de meeste lezers bevalt – lopen uiteen van juichend tot kritisch over het vele ruimtelijke wit in de krant, en vooral: over de nieuwe broodletter.

Eerst de lof. „Wat een prachtige krant, een lust voor het oog”, schrijft een lezer uit Enschede. Niet alleen dat, het wérkt ook: „Ik ben langer met de krant bezig dan de vorige weken/maanden/jaren.” Een ander schrijft dat de krant er „pico bello uitziet” („Wat een feest!”), een verbetering ten opzichte van de afgelopen twee jaar en genoeg reden om zijn abonnement te houden. Anderen prijzen de „rustige” en „stijlvolle” uitstraling van de krant, als een geslaagde modernisering. Een ervaren lezer uit de Betuwe spreekt, met iets meer ironie, van „een keurig supermarktje, met wat lege plekken”.

Dan de kritiek. Enkele lezers voelen zich, juist door die navigatie, niet meer serieus genomen: „Niet langer wordt van de lezer verlangd zelf prioriteiten te stellen bij het lezen van de krant”. En een abonnee uit Amsterdam schrijft: „Dit doet de intellectuele gravitas geen goed”. En of de krant alstublieft kan stoppen met „portretjes in rondjes knippen. We zijn de Okki niet.” Nog één: „De krant ziet er nu uit als de Groene Amsterdammer uit de jaren zestig, en die waren hun tijd vooruit”.

Concretere klachten betreffen het vele wit, de leesbaarheid van de tv-gegevens, puzzel en Thuiskok, en vooral de nieuwe broodletter, de Publico. Oudere lezers die reageerden vinden de letter te klein, „flets” of „grijs”, vergeleken met de eerdere Lexicon – ook als ze verder vooral lof hebben voor de nieuwe krant.

We leggen de reacties voor aan de art director, verantwoordelijk voor het nieuwe ontwerp, Christine Schille.

Allereerst, inmiddels is een aantal kleine aanpassingen gedaan. De letter van de puzzel op Media is iets vergroot. De moeilijk leesbare witte letters op groene ondergrond van het recept zijn vervangen door zwarte letters – en maar goed ook, want met het afmeten van ingrediënten voor genode of ongenode gasten moet je geen fouten maken.

Dan toch nog even: waarom was dit eigenlijk nodig? Schille: „Tot nu toe maakten we een broadsheet krant op tabloid-formaat, nu is de vormgeving aangepast aan het formaat. Daarmee willen wij betere navigatie en focus op de pagina brengen: een duidelijke structuur die de krant toegankelijker maakt”.

Het idee was, zegt zij, een krant te maken die je „in drie minuten, een half uur of drie uur moet kunnen lezen”. Die gelaagde structuur moet een oplossing zijn voor het probleem dat abonnees de krant soms, met spijt, opzeggen omdat ze er te weinig tijd voor hebben.

Is de krant nu té wit? Sommige lezers – en redacteuren – missen de opwinding van de krant waar de drukinkt bij wijze van spreken nog vanaf druipt. Maar, zegt Schille: „Het gaat om rust én drukte. De nieuwspagina’s zijn nog steeds vol, vol vol. Die lees je zó.” Ze houdt een denkbeeldige krant pal voor haar ogen, dan verder weg. „Tussendoor moet je kunnen ademhalen, daar zijn de rustpunten voor.” En wat die Groene betreft: in de moderne, hectische nieuwseconomie gaan kranten die méér willen bieden ook steeds meer op weekbladen lijken.

Maagdelijk wit, dus minder woorden? Nee, zegt Schille, want bij de Publico passen er meer letters op een regel en dus meer tekst in een kolom, omdat de letter „zuiniger loopt” (hij is wat smaller dan de Lexicon). Op de meeste pagina’s staat grosso modo nog evenveel tekst.

Wel is de krant meer op andere kranten gaan lijken. Is het een Volkstrouw geworden? Nee, dat niet, zegt Schille, maar „het is nu wel een échte tabloid geworden, en dan gaan kranten wat meer op elkaar lijken. Tabloid heeft eigen basisregels, een eigen mathematiek.”

Dat blijkt ook wel uit een interne e-mail om de redactie te herinneren aan de nieuwe vormtaal: in „verticale intro’s” moet altijd een lijn, ná het trefwoord; een streamer moet altijd „beginnen met een lijn”; bij fotobijschriften moet het onderwerp van de foto altijd ‘vet’ worden gemaakt; inzetjes bevatten witregels, losse trefwoorden moeten vet; streamers krijgen géén punt aan het einde.

Het lijkt me een hele klus.

En dan de letter.

Gekozen werd voor de Publico omdat die „een echte krantenletter” is, zegt Schille, in heel Europa in gebruik. Het pakket van de oude Lexicon – voor digitaal gebruik en op andere podia – was bovendien ingewikkeld en kostbaar geworden, al bepaalde dat niet de keus voor de nieuwe letter: doel was een letter die „heldere contrasten” aanbrengt tussen genres als nieuws, achtergrond en interviews.

De broodletter is ook niet kleiner geworden. De interlinie, de afstand tussen de regels, is daarentegen juist vergroot – wat de leesbaarheid van de krant ten goede zou moeten komen. Iets smaller is de letter wél. De Lexicon gaf een wat „steviger beeld”, zegt Schille, omdat de schreven van de letters (die aan de ‘pootjes’ uitsteken) „iets, iets dikker” waren.

Maar ook Schille vindt dat de krant soms „te grijs” wordt gedrukt: „Ik ben toch verbaasd hoe licht de krant soms is.” Anders dan zij gewend is van andere kranten met precies dezelfde letter. Onderzoek en overleg met de drukkerij moeten verbetering opleveren. Alternatief is het vergroten van de letter, maar dat heeft drastische consequenties – ook voor het aantal woorden op een pagina.

Ten slotte: voor de lezer uit Deventer die klaagde dat de bijlage Vrede van Utrecht die onlangs bij de krant zat, eruit zag als „een reclamekatern”: het wás ook een reclamekatern. Een ‘eigen bijlage’ (zo stond erop) van de Stichting Vrede van Utrecht. Niet van de krant, dus.

Ook met veel witte navigatie, dat wel – maar toch echt iets anders.