Wie was de beste premier van Nederland? Breng uw stem uit

Was het Abraham Kuyper of Vadertje Drees, met zijn sociale wetgeving? Of toch Ruud Lubbers, die Nederland in de jaren tachtig uit de economische malaise sleurde? De komende weken gaat NRC Handelsblad op zoek naar de beste minister-president van Nederland.

Foto's ANP

Was het Abraham Kuyper, de held van de kleine luyden, of Vadertje Drees, met zijn sociale wetgeving? Of toch Ruud Lubbers, die Nederland in de jaren tachtig uit de economische malaise sleurde? De komende weken gaat NRC Handelsblad, in samenwerking met de Universiteit Utrecht, op zoek naar de beste minister-president van Nederland.

Tientallen experts nemen deel aan een uitgebreide enquête en politici presenteren op de Opiniepagina hun eigen favorieten. U kunt hier ook meedoen door te stemmen op een van de premiers sinds 1900 en een toelichting bij uw keuze te geven. De beste reacties kunnen worden gepubliceerd. Lees meer achtergronden over het project in de NRC Weekend van 7 september.

We introduceren de kandidaten in de komende drie weken op nrc.nl. Vandaag aflevering 2: lees meer over Willem Schermerhorn, Louis Beel, Willem Drees, Jan de Quay, Victor Marijnen, Jo Cals, Jelle Zijlstra en Piet de Jong.

Breng hieronder direct uw stem uit. Of lees eerst de aflevering van vorige week. De laatste premiers introduceren we op zaterdag 21 september.


Willem Schermerhorn - Premier van 1945 tot 1946


De vrijzinnig-democraat Schermerhorn moest na de bevrijding een begin maken met de wederopbouw. Hij ging voortvarend te werk, en wilde af van de zijns inziens achterhaalde zuilenstructuur. Ook gaf hij samen met de sociaal-democraat Willem Drees met wie hij zijn kabinet vormde, rugdekking aan geheime besprekingen met Soekarno. Die had op 17 augustus 1945 de Indonesische republiek uitgeroepen. Ook riep Schermerhorn de Rijksvoorlichtingsdienst in het leven om het regeringsbeleid aan het volk uit te leggen.

Van een doorbraak uit de vooroorlogse structuren kwam het echter niet. Zo slaagde Schermerhorn er niet in de terugkeer van de verzuilde omroepen tegen te houden, iets dat hij bij zijn aantreden wellicht al had voorvoeld. ,,Majesteit, wie in deze put springt is een verloren mens”, had hij in 1945 tegen Wilhelmina gezegd. Na verloren verkiezingen in 1946 keerde Schermerhorn ontgoocheld terug naar de Kamer en werd betrokken bij de onderhandelingen over de onafhankelijkheid van Nederlands-Indië.

Stem op Willem Schermerhorn

Louis Beel - Premier van 1946 tot 1948 en van 1958 tot 1959

Collectie Spaarnestad Photo / Henk Blansjaar

In het eerste kabinet van Louis Beel (KVP) werden de fundamenten van de latere verzorgingsstaat gelegd. Onder Beels leiding ontwierp minister Drees (Sociale Zaken) de noodwet ouderdomsvoorziening. Minister van Financiën Lieftinck kreeg ruimte om een progressief belastingstelsel te ontwikkelen waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten gingen dragen. Het kabinet-Beel nam ook het initiatief tot de eerste politionele actie tegen Indonesië.

Het kabinet-Beel was het begin van de rooms-rode samenwerking van KVP en PvdA die tot 1958 zou standhouden. Nadat Beel in 1948 door zijn minister van Sociale Zaken Willem Drees als premier was afgelost, was hij op zijn beurt minister in het tweede kabinet-Drees. In 1958 was hij nog een half jaar premier nadat Drees’ derde kabinet was gevallen. Beel zat in 1956 de commissie voor die de Greet Hofmans-affaire onderzocht.

Stem op Louis Beel

Willem Drees - Premier van 1948 tot 1958


Geen premier was zo populair als ‘vadertje’ Drees, de man die de AOW invoerde. Toen Drees in 1948 minister-president werd, was hij al enkele jaren minister geweest. Het premierschap ambieerde hij niet. “Ik voelde er persoonlijk niets voor. Ik wilde liever een gewoon departement beheren, waar ik rechtsreeks bepaalde wetsvoorstellen kon doen en een concreet beleid kon voeren, bijvoorbeeld op sociaal terrein.”

Al ging het niet van harte, Drees’ premierschap ontwikkelde zich voorspoedig. Onder zijn leiding en in samenwerking met de katholieken werd de wederopbouw voltooid en nam de Staten-Generaal belangrijke sociale wetten aan: de Werkloosheidswet, de Algemene Ouderdomswet en de Algemene Weduwen- en Wezenwet. Ze legden de basis voor wat Drees de ‘waarborgstaat’ noemde.

In 1949 verkreeg Nederlands-Indië de onafhankelijkheid. Het jaar daarvoor was Drees nog verantwoordelijk geweest voor de omstreden Tweede Politionele Actie, die slecht lag bij de PvdA.

In 1958 maakte een twist over een belastingverhoging een eind aan zijn derde kabinet. Drees was 72 en verliet de actieve politiek. In 1971 zei hij het lidmaatschap van zijn PvdA op, ontgoocheld over de ‘Nieuw-Linkse’ koers van de partij onder leiderschap van Joop den Uyl.

Stem op Willem Drees

Jan de Quay - Premier van 1959 tot 1963


KVP’er De Quay wilde eigenlijk helemaal geen premier worden. Tijdens een politieke crisis in 1960 verheugde hij zich in zijn dagboek al over zijn aanstaande verlossing, maar het kabinet viel uiteindelijk niet. Ondanks De Quays tegenzin bracht zijn regering een aantal belangrijke wetten tot stand, waaronder de Mammoetwet in het onderwijs en de Kinderbijslagwet. Wel botsten hij en minister Luns hard met de VS over de toekomst van Nieuw-Guinea. Onder Amerikaanse druk raakt Nederland op termijn ook dit overzeese gebiedsdeel kwijt.

De KVP won de verkiezingen van 1950, maar De Quay weigerde opnieuw premier te worden.

Stem op Jan de Quay

Victor Marijnen - Premier van 1963 tot 1965


Marijnen (KVP) werd premier in een tijd dat de Nederlandse economie goed begon te draaien. Zijn kabinet kon dus flink wat geld uitgeven, niet altijd tot genoegen de VVD-minister van Financiën. Ruzie over de omroeppolitiek leidde tot het vertrek van de VVD uit de coalitie. De liberalen werden, zonder tussenkomst van de kiezer, ingeruild voor de PvdA. Marijnen raakte zijn baan kwijt aan de meer progressieve katholiek Cals. Kort daarvoor had Marijnen als premier ook nog een netelige koninklijke kwestie moeten oplossen: het huwelijk van prinses Irene met de Spaanse Carlistenleider prins Carlos Hugo de Bourbon-Parma. Door het huwelijk in het verre Rome buiten aanwezigheid van de koninklijke familie te laten voltrekken, beperkt Marijnen de schade.

Stem op Victor Marijnen

Jo Cals - Premier van 1965 tot 1966


Jo Cals (KVP) begon vol ambitie aan zijn premierschap. ‘Wij werken voor het jaar 2000’ was het motto van zijn kabinet. Al snel waren er echter spanningen met de PvdA, die te veel geld wilde uitgeven naar de zin van Norbert Schmelzer, de fractievoorzitter van de KVP. In de ‘Nacht van Schmelzer’ (13/14 oktober 1966) liet Schmelzer het kabinet vallen, tot grote woede van Cals. Even eerder had ook hij met een lastige koninklijke kwestie te maken gekregen. De ordeverstoringen in Amsterdam, maart 1966, rond het huwelijk van prinses Beatrix met de Duitser Claus von Amsberg werden ook zijn kabinet aangerekend.

Stem op Jo Cals

Jelle Zijlstra - Premier van 1966 tot 1967


Wetenschapper en Eerste-Kamerlid voor de ARP Zijlstra kreeg de opdracht om na de val van het kabinet-Cals op de winkel te passen en nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Zijn onverwacht kordate optreden in onder meer financiële kwesties en zijn persoonlijke populariteit, leidde tot verkiezingswinst voor de ARP in 1967. Toch weigerde Zijlstra een nieuw kabinet te gaan leiden. Hij werd president van De Nederlandsche Bank.

Stem op Jelle Zijlstra

Piet de Jong - Premier van 1967 tot 1971


Als een van de weinige premiers in de twintigste eeuw wist KVP-politicus Piet de Jong een volledige kabinetsperiode van vier jaar vol te maken. Geen geringe prestatie, aangezien hij het land bestuurde in een maatschappelijk roerige tijd. De Jong, die tijdens de oorlog een onderzeeboot had gecommandeerd, hield het hoofd koel.

De Jong zei weinig verstand te hebben van economie en op ‘Karel-Appeliaanse wijze’ wat aan te rommelen. Zijn functie als premier zag hij zo: “Als het goed is, heb ik niets te doen. Dat de minister-president doelbewust leiding geeft, verdraagt zich niet met onze staatsinrichting.” Over zijn beroepsgroep zei hij: “Waren politici maar wat luier, dan zou het een stuk beter gaan.” Als eerste premier gaf De Jong vrijdag na de ministerraad een persconferentie.

Hij leidde de onrust van de jaren zestig naar rustiger vaarwater. Protesterende studenten kwam zijn kabinet tegemoet met een wet die hen zeggenschap gaf in het bestuur van de universiteit. Ook werd de wet op de ondernemingsraden uitgebreid.

Desondanks kleefde De Jong een conservatief imago aan. Zijn partij schoof hem voor de verkiezingen van 1971 opzij voor een meer progressievere kandidaat, maar peilde de stemming in het land niet goed. De KVP verloor zeven zetels.

Stem op Piet de Jong

Lees ook de aflevering van vorige week. De laatste premiers introduceren we op zaterdag 21 september.

Geraadpleegde bronnen: Han van der Horst : Onze premiers (1901-2002) , hun weg naar de top (2007), Prof.mr. P.J. Oud, Honderd jaren, Een eeuw van staatkundige vormgeving in Nederland 1840-1940. (1979) Dr. G Puchinger, Nederlandse Minister-Presidenten van de Twintigste eeuw (1984).