De bank moet nee leren zeggen

Beleggers proberen via de rechter hun geld terug te krijgen. Intussen moeten banken meer en meer letten op de belangen van de klant. Hoe staat het met diens eigen verantwoordelijkheid?

Demonstratie van gedupeerdespaarders van de DSB Bank, die in 2009 failliet werd verklaard. Foto WFA

De slachtoffers van Lehman Brothers melden zich nog elke dag. Niet in het ziekenhuis maar in de rechtszaal, waar ze schadevergoedingen proberen te krijgen voor beleggingsverliezen.

Een paar maanden geleden nog was er zo’n zaak. Ditmaal bij het Kifid, een onafhankelijk klachteninstituut waar consumenten terechtkunnen als ze denken gedupeerd te zijn in financiële kwesties.

Een 90-jarige Nederlandse boer probeerde het verlies dat hij op zijn beleggingen in Lehman had geleden te verhalen op zijn bank. De bank had hem de producten aangeraden. De man had in 2000 zijn bedrijf verkocht en met een deel van zijn vermogen (1,1 miljoen euro) was hij gaan beleggen. Hij kocht voor twee ton Lehman Steepener Notes, een achtergestelde obligatie met een hoge rente waarvan hij dacht dat die veilig was.

Maar toen Lehman omviel, raakte hij bijna al zijn geld kwijt. De man gaf zijn bank de schuld, omdat die hem niet goed zou hebben voorgelicht over de risico’s.

De boer staat niet alleen. Talloze particuliere beleggers hebben in de afgelopen vijf jaar geprobeerd geld terug te krijgen dat ze, via hun banken of vermogensbeheerders, in Lehman hadden belegd. Hetzelfde deden mensen die geld hadden gestoken in andere banken die in problemen kwamen, zoals DSB Bank en Fortis. Nogal wat mensen hadden destijds geld geïnvesteerd in banken. In de hoogtijdagen, voor de crisis uitbrak, wilde iedereen beleggen en vooral banken waren populair. Die stonden immers onder streng toezicht. En sommige waren zó groot, die konden toch niet failliet gaan? Zoals een belegger in Lehman het zei: „Het bestond al 130 jaar, dus het zal wel safe zijn.” Met name achtergestelde obligaties (leningen die bij een faillissement pas als allerlaatste worden terugbetaald) werden massaal verkocht. Want daar zat een flink rendement op, soms wel 10 procent. En ze leken veilig.

Hoeveel beleggingsschade er precies is geleden, weet niemand. Advocaat Hendrik Jan Bos van advocatenkantoor Bos&Partners, die veel van dit soort zaken voert, schat dat het om „vele miljarden” gaat. Volgens hem zijn die zaken slechts „het topje van de ijsberg”. Het gros van de gedupeerden maakt de gang naar de rechter niet. Omdat ze de middelen en tijd niet hebben. „Banken rekken en rekken.” Totdat een zaak in de tienduizenden euro’s loopt. „De meeste rechtsbijstandverzekeringen dekken maar tot 20.000 euro.”

De eigenwijze consument

Er zijn schrijnende gevallen bij. Soms gaat het om regelrechte misleiding, waarbij zeer risicovolle producten als veilig aan de man werden gebracht. Ook werden portefeuilles van klanten soms volgepropt met diep achtergestelde obligaties en riskante, complexe schuldpapieren, collateralized debt obligations terwijl die klanten hadden gezegd louter conservatief te willen beleggen.

Maar het komt ook voor dat klanten de adviezen van hun bank destijds in de wind sloegen en tóch hun schade vergoed kregen. Omdat de rechter vond dat de bank de klant „indringender” had moeten adviseren van zijn beleggingen af te zien. De bank had nee moeten verkopen.

Dat overkwam vorig jaar ook een 65-jarige klant van Fortis. Die had zijn volledige vermogen (100.000 euro) in één Lehman-obligatie gestopt. Tegen het advies van zijn bank in, die vond het niet wijs om al zijn eieren in één mandje te stoppen. Maar de man kreeg al zijn geld terug. De rechter vond dat Fortis meer had moeten doen om de klant op andere ideeën te brengen.

Die laatste zaak was volgens sommigen destijds een voorbeeld van hoe koppige beleggers nog altijd weigeren zich neer te leggen bij hun verlies. Maar volgens juristen laat de zaak ook iets anders belangrijks zien: dat rechters de zorgplicht van banken steeds ruimer interpreteren. Banken worden meer verantwoordelijk gehouden voor het welzijn van hun klanten.

Dat bleek vooral uit het feit dat het in deze zaak ging om een adviesrelatie: de bank gaf de klant advies, maar belegde niet voor hem. Doorgaans zijn rechters minder geneigd om in zulk soort zaken compensatie te gelasten. Omdat het de klant zelf is die beslist wat er met zijn geld gebeurt.

Advocaat Bos: „In sommige rechtszaken vindt de rechter dat banken of vermogensbeheerders een grotere zorgplicht heeft. Die moeten soms ook de schade van een eigenwijze consument vergoeden.”

In het regeerakkoord is afgesproken dat de zorgplicht „wettelijk verankerd” wordt. Een wetsvoorstel ligt bij de Tweede Kamer, vanaf 1 januari 2014 moet die ingaan. Dat houdt nogal wat in. Het betekent dat de zorgplicht publiekrechtelijk wordt en een toezichthouder als de AFM die kan afdwingen. Door bijvoorbeeld een boete op te leggen. Nu kan een consument alleen naar de rechter stappen.

Minder eigen verantwoordelijkheid

Critici vragen zich af of de consument zo inmiddels niet wat al te veel beschermd wordt. De Raad van State, het belangrijkste adviesorgaan van de regering bij wetgeving, plaatste zeer kritische kanttekeningen bij de voornemens van het kabinet.

„Met een zodanig vergaande zorgplicht valt niet uit te sluiten dat de consument minder eigen verantwoordelijkheid neemt [...]”, zei de Raad in mei. Anders gezegd: consumenten zouden straks zélf helemaal niet meer nadenken over de risico’s van een product, omdat officiële instanties toch wel actie ondernemen.

Edgar du Perron, hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Amsterdam en rechter bij het Kifid, onderschrijft die kritiek ten dele. Hij vindt het niet verkeerd dat de AFM straks kan ingrijpen. Maar hij ziet wel „een gevaar voor te gedetailleerde regulering”. Vooral in wetgeving die de AFM toestaat zich ook met de ontwikkeling van producten te bemoeien, nog voordat er een klant aan te pas komt. Daarmee wordt de rolverdeling tussen aanbieder en toezichthouder geweld aangedaan.

De vraag is of al die nieuwe regels uiteindelijk ook echt zullen leiden tot meer bescherming voor de consument. Het risico bestaat dat banken hun klanten straks overladen met productinformatie, maar dat dat louter is bedoeld om hen ‘medeplichtig’ te maken voor het geval het opnieuw fout gaat. Advocaat Bos vreest hiervoor: „Al die brochures gebruiken banken alleen om zichzelf juridisch in te dekken, niet om de consument echt te helpen.”

Du Perron denkt wel dat de consument nu beter af is dan vroeger. Al was het maar omdat hij „risicobewuster” is. Maar er zijn ook andere maatregelen getroffen om banken als geheel veiliger te maken: strengere kapitaaleisen, vakbekwaamheidstoetsen voor adviseurs. „Dáár zit de grootste winst voor consumenten”, zegt hij. Het bankensysteem als geheel is veiliger geworden. Dat is het belangrijkste.”

Voor de 90-jarige boer liep trouwens alles goed af. Hij kreeg van het Kifid grotendeels gelijk en kreeg een deel van zijn geld terug. Het Kifid vond dat de bank de man inderdaad onvoldoende had voorgelicht. Als dat beter was gebeurd, had hij waarschijnlijk afgezien van zijn beleggingen in Lehman.

Het deed er niet toe dat de bank de boer op zeker moment heeft voorgesteld een minder groot deel van zijn geld in Lehman- en andere obligaties te stoppen maar dat de man deze spreiding niet wilde. De bank had hem gewoon nadrukkelijker moeten waarschuwen over de risico’s. Of misschien nee moeten zeggen.