Bescheiden feestje voor de coalitie...

Wacht nou maar op onze eerste echte begroting, zeiden coalitiekopstukken van VVD en PvdA de laatste maanden steeds, als ze weer een golf kritiek over zich heen kregen na weer een bezuinigingsgerucht. Die uitweg hebben de coalitiepartijen vanaf dinsdag niet meer. Dan is het beleid, ook in zijn samenhang, bekend en moeten ze de bezuinigingen verdedigen.

Prinsjesdag is van oudsher een feestje voor het kabinet en de ondersteunende coalitiepartijen. Ministers krijgen meestal ruim baan in verschillende media, de folkloristische entourage van Troonrede en koetsenoptocht geven cachet aan de machthebbers van het moment.

In de lawine van nieuws en nieuwtjes is gemopper van oppositiepartijen vaak slecht hoorbaar, zeker omdat ze zich even in het kabinetsbeleid moeten verdiepen voordat ze er iets van kunnen vinden.

Maar in crisisjaren lijdt dat feestje van de coalitie onder een belangrijke beperking: er is geen goed nieuws te melden. Hoogstens kunnen de bezuinigingsmaatregelen van het kabinet minder erg zijn dan de afgelopen tijd uitlekte. Bijvoorbeeld omdat er compenserende maatregelen worden genomen, of er een verrassende investering wordt gedaan. Of omdat de economische prognoses van het Centraal Planbureau beter zijn dan gevreesd. Maar veel goed nieuws zal er niet zijn. Zoals veel ministers zeggen: het geld is gewoon op.

Het komt er voor coalitiekopstukken dus op aan om zo goed mogelijk uit te leggen waarom iedereen pijn gaat lijden. Ze zullen wijzen op gedeelde verantwoordelijkheid in moeilijke tijden, en andere partijen oproepen „constructief” oppositie te voeren. Daarmee bedoelt de coalitie dan: meestemmen met kabinetsbeleid, eventueel na aanpassingen van de plannen.

Meer dan in andere jaren zullen coalitiepartijen scherp luisteren naar de eerste reactie van de oppositie, in de hoop een glimp op te vangen van het échte humeur in dat kamp. Van dat humeur is, doordat een senaatsmeerderheid ontbreekt, immers het voortbestaan van de coalitie afhankelijk.