Bankier verspeelt nog steeds zijn krediet

Bankiers raakten hun aanzien kwijt, beleggers hun vermogen. Landen zonken weg in crisis, mensen raakten hun baan kwijt. De val van Lehman Brothers luidde de crisis in. Intussen scheuren de bankiers weer met hun Lamborghini’s door Londen.

Medewerkers van het veilinghuis Christie’s halen het logo van Lehman Brothers op, daags na het faillissement van de prestigieuze zakenbank. Het logo wordt uiteindelijk geveild voor zo’n 3.000 pond. Foto Getty Images

De topmannen van de belangrijkste Amerikaanse banken Lloyd Blankfein, John Mack, John Thain en Jamie Dimon worden op vrijdagmiddag klokslag zes uur afgezet voor het gebouw van de centrale bank, een paar straten verwijderd van Wall Street. Ze zijn niet gekleed voor een formele vergadering – de klassieke krijtstreep is vervangen voor blauwe trui, bruin jasje. Maar het zal een memorabele bijeenkomst worden.

Een bankier ontbreekt: Dick Fuld, bijgenaamd The Gorilla, topman van Lehman Brothers. Het is 12 september 2008. De vergadering is bijeengeroepen door Hank Paulson, de Amerikaanse minister van Financiën. Ze krijgen een straffe opdracht: vind een manier om Lehman Brothers, de vierde zakenbank van het land, te redden of loop het risico van een ineenstorting van het wereldwijde financiële stelsel. De overheid zal niet bijspringen, zo maakt Paulson duidelijk. U heeft 48 uur de tijd.

Aan die vergadertafel in New York begint een weekend van blufpoker. De spelers beseffen dat als ze er niet uit komen de ene na de andere financiële gigant kan omvallen. Een vraag staat centraal: zal Paulson het aandurven een grote zakenbank om te laten vallen? Of zal hij toch over de brug komen? Wetende dat hij dan vaker zijn beurs zal moeten trekken om andere wankelende reuzen te ondersteunen.

Het lukt niet. Op zondagavond vraagt het trotse Lehman Brothers uitstel van betaling aan. Op maandag breekt de chaos uit, de wereld staat aan het begin van de grootste crisis sinds de Grote Depressie.

Lehman Brothers is daar nu het symbool van. Maar Lehman had ook Bear Stearns kunnen zijn, de zakenbank die een half jaar eerder failliet ging en met steun van de overheid door JPMorgan werd opgeslokt. Of Merrill Lynch, dat in het ‘Lehman-weekend’ gered wordt door Bank of America. Of AIG, de grootste verzekeraar in de wereld waarvan een kleine afdeling in Londen enorme risico’s met kredietverzekeringen had genomen. AIG wordt genationaliseerd op 16 september.

Op maandag 15 september worden bankiers en toezichthouders in de hele wereld wakker en horen ze dat één schakel is weggevallen uit de onontwarbare kluwen van mondiale financiële transacties. Beleggers dumpen hun aandelen. De beurzen hebben geen bodem meer. In de glazen torens van de banken heerst paniek. Bankiers weten niet meer met wie ze wel of niet zaken kunnen doen. Wie zijn er allemaal tegenpartij van Lehman? Wie heeft zich volgeladen met de complexe producten die de banken in de jaren daarvoor in elkaar hebben gesleuteld op basis van hypotheken en kredieten aan dubieuze debiteuren? Wie is eigenaar van de kredietverzekeringen die zijn afgesloten op de verplichtingen van de bank? Bankiers durven niets meer, de financiële markten bevriezen.

De buffers van alle banken zijn miniem, en iedereen weet dat. Banken hebben in de jaren daarvoor flinke rendementen geboekt door hun hefbomen steeds groter te maken. Hun eigen vermogen is miniem, risicovol bankieren deed je met vreemd vermogen. En dus is iedereen zwak. Iedere bank kan omvallen als rekeninghouders hun geld opvragen of beleggers hun aandelen dumpen. Paniek is overal.

In Amerika komt snel de tegenactie op gang. Als Paulson zich de gevolgen van het Lehman-faillissement realiseert, stelt hij 700 miljard dollar beschikbaar voor een noodfonds. Het Trouble Assets Relief Plan moet banken meer buffers verschaffen.

Europa reageert veel trager. Politici en bankiers blijven nog even in de mythe geloven dat het een Amerikaans probleem was, omdat de financiële crisis ontstaan is door dubieuze Amerikaanse hypotheken en producten die daarop gebaseerd waren. Een dag na het failliet van Lehman presenteert het kabinet Balkenende-Bos vol optimisme de begroting voor 2009.

Maar ook in Europa heeft de ene na de andere bank steun nodig. In Nederland begint het op 3 oktober met de redding van Fortis en ABN Amro, in de weken daarna moeten ook ING, Aegon en SNS Reaal staatssteun accepteren. Dit is het domino-effect. Op het moment dat de buurman aan de Zuidas, op Canary Wharf, of Wall Street door de staat wordt geholpen, is een bank zonder staatssteun plotseling een onzekerder partner. Het spel wordt: wie is de volgende die gered moet worden?

In de VS was het na een aantal maanden afgelopen met het redden van banken. In Europa gaat het nationaliseren van banken vijf jaar later nog steeds door. Denk aan Bankia in Spanje vorig jaar, aan SNS Reaal in Nederland begin dit jaar. Zij hebben te lang gedaan over het opruimen van de rotzooi op hun balansen en verliezen alsnog het vertrouwen. Europa zit zo vol met zombiebanken, ze blijven overeind omdat staten garant staan. Ze lenen weinig uit: niet aan elkaar, niet aan bedrijven of huishoudens. Ze vervullen zo niet hun rol als smeermiddel in de economie.

Daarentegen is de omvorming van banken in Europa in sommige gevallen steviger geweest. Bij Nederlandse en een aantal Britse banken zijn de zakenbankafdelingen fors gekrompen. Maar Deutsche Bank, de Franse reuzen BNP en Societé General en het Britse Barclays combineren het bankieren voor particulieren en bedrijven nog altijd met risicovol zakenbankieren. Bij Amerikaanse banken is een enkeling als Citibank uit het risicovolle werk gestapt. En de zakenbanken Goldman Sachs en Morgan Stanley bouwen hun winsten weer in snel tempo op.

Bij al die banken moet vertrouwd worden op het beloofde verscherpte toezicht. Op het verhogen van de kapitaalbuffers, zoals voorgesteld. Maar aan die strengere eisen hoeft pas in 2019 te worden voldaan. Blijft over de gehoopte cultuuromslag.

Maar het leven in The City en op Wall Street heeft na vijf jaar al lang weer zijn normale gang hernomen. Bij de bankkolossen is net als bij iedere financiële crisis eerst een lading bankiers op straat gegooid om ze na enkele jaren te vervangen door een nieuwe generatie hongerige jonge honden. Die weer net zo ijverig proberen de rendementen op te krikken en risico’s niet schuwen. Banken hebben zo een slecht collectief geheugen.

Bij een wandeling door Londen deze zomer reden twee witte bolides heel langzaam achteruit de straat op uit de Lamborghinidealer in Kensington. Midden op een kruispunt hield een van de gevaarten stil, het hoofd van een jonge bankier stak naar buiten. Een kortgerokte autoverkoopster snelde op haar stilettohakken toe. De motor brulde, terwijl hij de koppeling vasthield: hij wist niet goed hoe hij zijn gas moest doseren om niet te snel weg te spuiten in het Londense stadsverkeer.