Amsterdam in twee delen

Buiten de ringweg rond Amsterdam ervaren bewoners meer problemen dan erbinnen. Maar de huizen zijn er goedkoop. Steeds meer gewilde mensen trekken naar minder gewilde wijken.

Kleine symboliek: aan de overkant van de Westlandgracht, net voor het viaduct van de ringweg A10, staat een verkeersbordje ‘einde milieuzone’. Hier eindigt de binnenstad van Amsterdam, hier begint Nieuw-West. Vindt de gemeente dat de lucht hier niet schoner hoeft? Of komt er zo weinig (vracht)verkeer dat milieuregels zinloos zijn?

In de stadsdelen buiten de ring is de werkloosheid hoger, de sociale samenhang geringer, het gevoel van onveiligheid groter en de opkomst bij verkiezingen lager dan erbinnen. Buiten de ring wonen de meeste criminele veelplegers van de zogenoemde top-600, de lijst met gewelddadige jonge veelplegers uit Amsterdam. Het verschil in inkomen tussen de Amsterdammers binnen en buiten de ring is gemiddeld 600 euro per maand. De gemiddelde schuld waarmee mensen zich melden voor schuldhulpverlening bij maatschappelijk dienstverlener Sezo bedraagt in stadsdeel Nieuw-West bijna 28.000 euro. Veel kinderen hier zijn ongezond veel dikker dan die in buurten die soms maar een paar honderd meter verderop liggen.

Woningnood bestaat niet in Nieuw-West; wie er wil wonen, kan er terecht. En tot voor kort gold vooral het omgekeerde: wie ergens anders terecht kon, ging er zo snel mogelijk weer weg.

Tot voor kort.

Want de schaarste binnen de ring brengt steeds meer mensen ertoe een woning erbuiten te zoeken. Vooral starters op de woningmarkt kiezen daar steeds vaker voor, blijkt uit het deze week gepresenteerde onderzoek Duurzame toegankelijkheid van de Amsterdamse woningmarkt voor starters van de Universiteit van Amsterdam in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Het aantal beginnende studenten dat buiten de ring woont, steeg zo tussen 2005 en 2010 met 22 procent. De stadsdelen Noord en Zuidoost hadden op 1 januari 2013 respectievelijk 1.092 en 877 bewoners meer dan een jaar eerder. Nieuw-West heeft er in 2012 per saldo 1.939 inwoners bij gekregen – absoluut en relatief het hoogste aantal van alle stadsdelen.

En straks komen Robert-Jan Looysen (31), Ingrid Lochem (64) en Ludo van Halem (53) er ook wonen. Zij gaan een gestript flatgebouw aan de Klarenstraat in Nieuw-West opknappen. Dat wil zeggen, als voldoende andere belangstellenden zich melden voor de casco appartementen; 65 procent van de woningen moet zijn verkocht, anders is het voor woningcorporatie De Alliantie voordeliger de flat te slopen en nieuwe woningen te bouwen.

Looysen, Lochem en Van Halem zijn een kleine voorhoede in een sociaal experiment dat je kunt vatten in de term gentrification; de sociale, culturele en economische opwaardering van buurten die eenzijdig door arme en laagopgeleide mensen worden bewoond. In Amsterdam hebben vrijwel alle voormalige volksbuurten binnen de ring het proces al doorgemaakt.

Het beste aas om gewilde mensen naar minder gewilde wijken te lokken is de goedkopere koopwoning – een zeldzaamheid in een overvolle stad. Daardoor zijn ook Ludo van Halem, conservator 20ste-eeuwse kunst in het Rijksmuseum, hoornist Robert-Jan Looysen, die met Kyteman speelt, en freelance film- en tv-producent Ingrid Lochem naar de Staalmanpleinbuurt gaan kijken. Ingrid Lochem rekent het even voor. In de Klusflat koopt ze 74 vierkante meter voor de prijs van de 30 vierkante meter die ze nu in de Pijp heeft.

De Staalmanpleinbuurt is een rechthoek van 20 hectare. Een kleine duizend huizen, de meeste in portiekwoningen. Ruim drieduizend bewoners. Een twaalf meter hoge, oranje beer met een kussen onder zijn arm kijkt uit over het centrale plein. De straten eromheen heten naar pioniers van de sociale revolutie van rond 1900. Uilke Klaren, van de straat met de Klusflat, richtte in 1898 de eerste speeltuinvereniging van Amsterdam op. Verpleegkundige Elisabeth Boddaert begon met opvanghuizen ‘voor de moeilijke jeugd’. Emilie Knappert was een van de pioniers van het sociaal-cultureel werk in Nederland. Ottho Heldring stichtte de eerste kweekschool voor onderwijzeressen. Helene Mercier, feministe van het eerste uur, zette het maatschappelijk werk op.

Bijna alle woningen in deze buurt zijn of worden gesloopt. Een deel wordt gerenoveerd. Dat is het fysieke deel van operatie stedelijke vernieuwing, waarvoor woningcorporatie De Alliantie zo’n 175 miljoen euro en twaalf jaar tijd heeft uitgetrokken. „De buurt functioneerde niet goed meer”, zegt Anne Ruijter, projectmanager stedelijke ontwikkeling van stadsdeel Nieuw-West. Er zijn veel meer van die ingrijpende renovaties in de stad gaande, deze is bijzonder doordat De Alliantie, op één flat na, alle woningen in de buurt bezit en de vernieuwing zodoende het karakter van een schuifpuzzel krijgt. De blokken worden in fases gesloopt en opgebouwd, en alle bewoners schuiven steeds een vakje door. Wie wil kan dus in zijn eigen buurt blijven wonen en weinig mensen hoeven twee keer te verhuizen via een wisselwoning.

Nieuw-West werd vlak na de oorlog aangelegd voor de middenklasse van de stad. De wijk is opgezet volgens de stedenbouwkundige waarden van de jaren dertig, zegt Anne Ruijter: het tuinstedenontwerp van stadsarchitect Cornelis van Eesteren. Belangrijkste kenmerken zijn het alomtegenwoordige groen en de strenge scheiding van wonen, winkelen en werken, waardoor in de woonstraten nauwelijks bedrijvigheid kon ontstaan. „In de jaren vijftig was het een prachtige buurt voor mensen die net een stapje hogerop gingen”, zegt Lisette Langerwerf van woningcorporatie De Alliantie. ”

Louis Nijboer was zo iemand voor wie verhuizen naar Nieuw-West in 1974 nog zo’n stapje omhoog betekende. Hij was onderhoudsmonteur bij een woningbouwvereniging en kende de buurt van zijn werk. „Je zag de standsverschillen. Aan de Plesmanlaan woonden de beter gesitueerden. Prima lui. In de Emilie Knappertstraat woonden mensen die net één trede hoger op de ladder waren gekomen, aan de onderkant van de middenklasse. Die deden alsof je niet bestond in je overall. Daar kreeg je nog geen slok koffie.”

Maar de samenstelling van de bevolking veranderde. De Nijboers én de nuffige middenklassers, maakten plaats voor gastarbeiders uit landen rond de Middellandse Zee. Nu is de bevolking in de buurt rond het Staalmanplein voor ruim 60 procent van niet-Nederlandse komaf.

Tot 2007 bestond de hele huizenvoorraad hier uit sociale woningbouw – vandaar dat de mensen die er woonden niet allemaal even kansrijk waren. De buurt, zegt teamleider Jessica Helsloot van hulpverleningsorganisatie Sezo, kent veel problemen rond inkomen, maar ook rond gezondheid en welzijn.

De fysieke verandering is stap één in een lang proces, zegt Else Ham, in het team van Anne Ruijter verantwoordelijk voor de sociale vernieuwing. In Nieuw-West zijn 23 buurten aangewezen voor renovatie. De Staalmanpleinbuurt heeft een goede kans, denkt Ham. „Ja, de buurt ligt buiten de Ring, maar vlak daarbuiten. In het verlengde van Zuid. In tien minuten ben je op de fiets bij het Vondelpark.”

Soldaten

Het is een van de weinige warme dagen en op en rond het Abraham Staalmanplein zitten groepjes bewoners te praten. De kleintjes tuimelen over de speeltoestellen. Een groepje jongens zit aan een tafeltje buiten snackbar Nancy (patat, pizza, döner) opgewonden de (on)mogelijkheden op de woningmarkt te bespreken. „Luister. Luister”, zegt de een. „Luister. Je gaat je inschrijven bij Woningnet.” „ Ik wil niet op kamers”, zegt de ander, „ik wil een huis.” „Dan moet je geld lenen”, zegt de derde. „Echt niet dat iemand over mijn rug geld verdient met rente.”

Schuin tegenover de snackbar ligt het hoofdkwartier van de Staalmeesters – zeg maar de huismeesters van woningcorporatie De Alliantie, maar dan voor de hele buurt. Fouziah Fatouh ziet de groepjes jongens altijd bij de snackbar. „Oudere bewoners zijn huiverig voor ze”, zegt ze, „maar ze doen echt niks. Ze zijn niet eens brutaal.”

‘Staalmeester’ Fatouh is maar één van de ‘soldaten’ in het legertje meer of minder professionele hulpverleners dat dagelijks de buurt met aandacht overlaadt. Behalve de ‘Staalmeesters’ heb je nog de ‘Staalmeiden’ en het klussenteam, het team van het Huis van de Wijk, de mensen die de buurtontmoetingsruimte draaiende houden, de straatcoach, de hulpverleners van Sezo, van Cordaan, van Spirit. Wijkagenten. Stadsdeelambtenaren. Sezo-teamleider Helsloot: „Soms raken bewoners verwend door alle hulp. Die zijn moeilijker te activeren.”

De Alliantie en het stadsdeel hebben de stadsvernieuwingsoperatie gebruikt om gesprekken met alle bewoners te voeren. Medewerkers van Sezo hebben veel van die gesprekken gevoerd. Teamleider Jessica Helsloot: „In de oudbouw was het doel: vergroten van betrokkenheid. Zorgen dat mensen hun gedeelde portiek niet lieten verloederen. In de nieuwbouw was het doel: het voorkomen van gedrag dat bewoners in de oudbouw vertoonden.”

In deze buurt, daar zijn Helsloot, Ruijter en Langerwerf het over eens, hebben de bewoners veel initiatief getoond. Er zijn bewonerscommissies opgericht en afspraken opgesteld. Stadsdeel en woningcorporatie hebben de bewoners buitengewoon veel inspraak gegeven. Louis Nijboer vertelt hoe hij met een Marokkaanse buurtgenoot het parkeergeld van 90 euro per maand naar 32,50 praatte. Uiteindelijk resulteerde alle meedenken in een stemming over de herinrichting van de buurt. De opkomst was hoog en 72 procent stemde in met de plannen.

De eerste tekenen van de vernieuwing zijn gunstig. Lisette Langerwerf van De Alliantie wijst op de ouderenwoningen in de Ottho Heldringstraat – de eerste fase van de vernieuwing. Er zijn 35 woningen gebouwd en daar waren liefst 45 gegadigden voor. Louis Nijboer en zijn vrouw horen tot de gelukkigen die er een woning vonden. Maar het betekent niet dat de Staalmanpleinbuurt er al is, zegt Else Ham. „Het gaat niet meteen sociaal beter als je fysiek ingrijpt.”

Aan de Ottho Heldringstraat, naast de seniorenflats, ligt CoffeeMania. Het is een koffietentje zoals je er in de binnenstad tientallen hebt – bewuste koffie, zorgvuldige thee, goeie broodjes en lekkers – maar in Nieuw-West is het een zeldzaamheid die met water en kunstmest wordt gekoesterd. Iedereen die betrokken is bij de vernieuwing van de Staalmanpleinbuurt, begint over CoffeeMania, en hoe hoopgevend zijn aanwezigheid in de buurt is.

Binnen drinkt Louis Nijboer een kop koffie. Tussen twee slokken door prijst hij de vernieuwing. „Een paradijsje” wordt de buurt, al zegt hij erbij: „De bedoeling was culturen te mengen, maar dat is nog niet gelukt. En om de criminaliteit te spreiden, maar dat is ook niet goed gelukt.”

De Klusflat aan de Klarenstraat is één van de weinige oorspronkelijke gebouwen die in deze buurt overeind zal blijven staan. Ingrid Lochem en Robert-Jan Looysen lopen er over de eerste verdieping en proberen in de bouwput die het gestripte casco nu is, hun woning uit te tekenen. Alleen de vloer en de muren zijn over. En sporen van de leidingen, inbouwkasten en pijpen die er ooit waren. „Hier wil ik een kast”, zegt Looysen.

Bewoners moeten hun wensen heel nauwkeurig op elkaar afstemmen. De indeling van de flat is vrij en bewoners kunnen kiezen of ze 74 vierkante meter naast elkaar willen bewonen, of 120 vierkante meter op twee verdiepingen. We moeten elkaar wat gunnen, zeggen Lochem, Looysen en Van Halem. Leidingen en afvoer moeten in goed overleg worden geplaatst. Als één iemand de keuken aan een andere kant wilde hebben dan alle anderen, dan moest die ene zich aanpassen. Van Halem: „Dit is niks voor solisten.”