‘Wie schrijft is een optimist’

Margaret Atwoods nu voltooide MaddAddam-trilogie is een wreed verhaal over de toekomst. ‘Spanning vereist dreiging. Daarom bestaat alle vertelkunst uit onderricht plus entertainment’.

Margaret Atwood: ‘Niemand kent zichzelf’ Bram Budel

Zodra we zitten, slaat Margaret Atwood haar laptop open. „Eerst een tweet,” zegt ze. „Over dat ik hier zit”. En die tweet moet in het Nederlands: ,”What is ‘good morning’ in Dutch?” Want ,”dan denken ze, hé, kun je ook al Nederlands?” ‘Ze’, dat zijn Atwoods 422.535 volgers. „I do a lot of tweeting”. Waarom? Lekker direct, vindt ze, haar lezers houden van dit lichtgewicht contact en zij ook. „140 tekens. Et voilà!.” Klaar.

Margaret Atwood is 72, maar dat is geen onderwerp van gesprek: „Zolang je ze alle vijf op een rijtje hebt en fit genoeg bent, is er geen probleem”.

Gisteren arriveerde ze in Amsterdam. Straks reist ze door naar Brussel. Sinds half augustus is ze op pad voor de promotie voor haar nieuwe roman: MaddAddam. Een wreed verhaal over de nabije toekomst, slim, romantisch en twinkelend van de gemene grapjes. Atwood redeneert door op alles wat er aan oncontroleerbaars knaagt aan onze beschaving. De macht van bankiers en multinationals. Het gebrek aan privacy. Het oncontroleerbare wereldwijde web. Terreur. De beauty- en wellness-hype. De opmars van de bio- en de seksindustrie.

Tijd voor de ondergang. In MaddAddam, een science-fictiontrilogie die ook te doen is voor wie niks van sf moet hebben, komt Atwood uit op een reset van de mensheid. Een contactgestoorde beta-wetenschapper met visionaire neigingen, à la Steve Jobs en Julian Assange, liet een virus los om een einde te maken aan de mensheid. In MaddAddam, deel 3 van de trilogie, die begon met Oryx en Crake, zijn we een half jaar verder. Er zijn nog een paar mensen over, die zich staande houden op de ruïnes van de beschaving. Er is een handjevol min of meer goede types. En er overleefden een stuk of wat menselijke pitbulls. Dat wordt een eindstrijd. Die brute gladiatoren, afgericht op gebrek aan medemenselijkheid, moeten eraan. Anders houden we geen behoorlijk mens meer over.

De oorspronkelijke editie heeft een varken op het omslag, in Nederland is het een konijn.

„Dit is een zeer romantisch omslag, Wuthering Heights met een konijn. Er zitten konijnen in het boek, dus waarom niet. Het probleem met dit omslag is die dode boom. Het publiek zou kunnen denken dat het einde van de wereld betekent dat de natuur is vernietigd. Terwijl ik uitkom op het tegendeel. Als wij zijn uitgeroeid wordt de natuur juist zeer weelderig.”

Uw hoofdpersoon Toby is een ingewikkelde vrouw. Niettemin kun je niet anders dan om haar geven. Hoe dwingt u uw lezers daartoe?

„Dwingen, dwingen… Ik dwing ze niet, ik sta het ze toe. Andere lezers zijn juist erg dol op haar minnaar, Zeb. Hij is gebaseerd op een overleden vriend van mij. Larry Gaynor, ik droeg het boek aan hem op. Hij was uitsmijter, tv-scenarioschrijver, vuurvreter en hij bezat nog zowat aan stedelijke, bloed vergietende vaardigheden. Een spraakwaterval, zeer loyaal, maar je moest hem niet tegen je hebben. Zeb heeft een duistere kant, mijn vriend had die ook.”

Wat?

Ze grinnikt. „Ja, dat moet jij dan vragen. Maar daar ga ik niet op in. Dat waren zijn zaken. En de duistere kant van Zeb zit in het boek.”

Ook van Zeb houdt u het een en ander achter.

„Uiteraard. Niemand kun je ooit volledig kennen, ook niet in romans. Ik construeer personages door wat ze zeggen en door wat anderen over hen zeggen. Ja, ook door wat ze over zichzelf vertellen, maar dat valt niet te controleren. Misschien liegen ze, of ze vergissen zich. Niemand kent zichzelf. Lange tijd dachten we dat herinneringen vastlagen als mieren in barnsteen. Maar dat klopt niet. We passen ons eigen verhaal constant aan. In deze trilogie zie je hoe Toby haar eigen geschiedenis meermalen reviseert, op een manier die we allemaal kennen: je was 16 en je maakte iets verschrikkelijks mee; vertel je dat verhaal op je 35ste als anekdote dan is het uitermate grappig geworden. Ben je 65 dan zit het er dik in dat je het je nauwelijks meer herinnert.”

Hoofdpersoon Toby verwerkt wat er met haar en Zeb is gebeurd tot verhalen, die ze vertelt aan een groep onschuldige figuren: de nieuwe mensen.

„Toby schept een orale mythologie. Een soort nieuwe Odyssee. Ik herschreef de Odyssee zelf al, met mijn boek The Penelopead. Dat moest, vond ik, toen ik ontdekte dat er naast de versie van Homerus zoveel andere verhalen bestonden over Penelope. Bij hem verweerde ze zich tegen de vrijers, kuis wachtend op Odysseus’ thuiskomst. In andere verhalen viel Penelope juist voor bepaalde vrijers. Er zijn ook variaties waarin ze met allemaal naar bed ging. Daarmee is ze geen passieve bijfiguur, maar een actieve hoofdpersoon.”

Toby’s verhalen worden opgeschreven door een kind van het nieuwe mensenras. Gaat MaddAddam uiteindelijk over het belang van literatuur?

„Daar gaat het óók over. Schrijven is investeren in een toekomst. Iedereen die schrijft stelt zich een lezer voor, ook de jongen die ‘John loves Mary’ op de muur schrijft. Wie schrijft is een optimist. Schrijft iemand een afscheidsbrief omdat hij zelfmoord wil plegen, dan nog gaat hij er vanuit dat er iemand zal zijn die die brief wil lezen, dat er iemand is die zich voor hem interesseert.”

Dus dit boek is geen dystopia maar een utopia?

„In ieder utopia zit een dystopia verborgen en omgekeerd. Iedereen die een slechte wereld beschrijft, stopt ergens in een hoekje van zijn verhaal een goeie, als maatstaf. In Orwells 1984 stelt Winston Smith zich twee keer een goede maatschappij voor. Hij verzint een kleine open plek in een bos waar hij zich vrij voelt. En hij ziet een prachtige wereld in een presse-papier. Zijn ene utopia is verbonden met natuur en het andere met de kunst.”

De voornaamste steunpilaren van de beschaving zijn natuur en kunst voor u?

„Vergeet mij. Het zijn de belangrijkste steunpilaren voor iedereen. Zonder de natuur kunnen wij niet overleven. En we creëren kunst en cultuur doordat we aan de slag gaan met wat de natuur ons geeft.”

Dacht u bij het schrijven aan Hitchcocks film The Birds?

„Nee. Helemaal niet. Hitchcock was anti-vogel. Ik ben pro-vogel. Je denkt aan mijn ‘pigoons’, de moordende reuzenvarkens met mensenhersens? Maar die sluiten een entente cordiale met de mensen: jullie geen ham, dan blijven wij uit jullie moestuin. Deal!”

Dat doen ze als de ‘painballers’ een biggetje hebben vermoord.

„Ja. Pak onze kinderen, en wij pakken jullie.”

Alles wat u beschrijft is een ontwikkeling van wat we al hebben. Behalve die ‘painballers’. Die bestaan al: Hells Angels, neonazi’s en al die andere radicaal gewelddadige clubs.

„Ja, nou, die zijn nog net iets rationeler, toch? Hun geweld heeft een doel.”

Én ze doen het voor de kick.

„Eigenlijk lijken ze op zakenlui. Het gaat om de sensatie van de jacht, om het verpletteren van rivalen en andermans business veroveren. In principe trekken ze ten oorlog. Daarom is ‘socializing’ verplicht bij de grote bedrijven, met bedrijfsbarbecues en gezamenlijke sportevenementen. Sport is veelbetekenend, dat zie je aan dat uitvoerige commentaar: wie deed wat wanneer en hoe verliep die goal precies – let op de manier van spanning opbouwen, luister naar de woordkeus en het ritme van de zinnen, en je herkent de slagvelden uit de Ilias van Homerus.”

Voyeurisme. Het is doorslaggevend in MaddAddam.

„Zo zijn we altijd geweest, ook in mythologie en literatuur. Een verhaal zonder suspense laten we links liggen. Spanning vereist dreiging. Daarom bestaat alle vertelkunst uit onderricht plus entertainment, daar gaan de klassieke esthetische theorieën al van uit. Er zijn drie fundamentele bouwstenen voor verhalen, elke schrijver maakt zich die eigen, ook al is het in commissie. De Griekse mythologie staat voorop. De tweede is de Bijbel, met zijn rijkdom aan basisverhalen en vertelstructuren. En de derde bouwsteen is de folklore. De sprookjes die we via Grimm tot ons nemen, via Perrault, via Andersen. Groei je op in het Noord-Amerikaanse continent dan komen daar nog Raven en Coyote bij, uit de inheemse Noord-Amerikaanse mythologie.”

Als Europeaan herken ik in uw beschrijvingen Brueghels schilderijen. Die drukte, het detail, uw smaak voor de vreemdheid van het gewone, en voor het gewone van vreemde dingen.

„Ik houd veel van Brueghel. Ik zou vanmiddag in Brussel naar het Paleis voor Schone Kunsten willen om ze te bekijken. Maar dat zal niet lukken, ik krijg er de tijd niet voor. Internet is een geschenk wat dat betreft, je kunt de Brueghels centimeter voor centimeter bekijken. Maar ik mis dan toch hoe ze zich tot mij verhouden, hoe klein ze zijn, of hoe groot, ten opzichte van mij. En dat is van groot belang.

„Hetzelfde geldt voor theater. Dat specialiseert zich in de lichamelijke verhouding van de acteur tot de kijker. Want jij zit hier en de acteurs staan dáár, wat interactie suggereert.”

En waar staat de literatuur in dit opzicht? U schrijft een boek, ik lees het…

„…en ik ben er niet bij, als jij het leest. Maar we doen alsof. Ik vind het heerlijk om te doen of Shakespeare met mij praat. Dat is de magie van het schrijven: je ervaart een stem. Woorden zijn niks, letters zijn niks, het zijn krassen op papier. Maar leest iemand ze, dan komt de stem tot leven. Dat is de zwarte kunst van het schrijven. Daarom zijn de alchemisten altijd met boeken geassocieerd en worden boeken altijd met tovenaars verbonden.

„Ik lees nu veel in The Tempest van Shakespeare. De magie van Prospero is afhankelijk van zijn boeken. Daar steekt in wat hij nodig heeft om te laten gebeuren wat hij wil laten gebeuren.’’

Maakt The Tempest deel uit van een volgend boek van u?

„Ja, maar ik mag er niet veel over zeggen. Binnenkort wordt er een Shakespeare-project aangekondigd. Ter gelegenheid van zijn 400ste sterfdag in 2016, is een aantal schrijvers uitgenodigd om een van zijn stukken te herschrijven. Ik koos The Tempest. Shakespeare is als Brueghel. In iedere hoek gebeurt iets wat je niet verwachtte.’’