Voor het oprapen, op de zeebodem

Op 9 oktober 1799 verging bij Terschelling het Engelse schip Lutine, met aan boord een enorme lading goud Rond de ramp hing altijd een mysterie Dat zou nu weleens ontsluierd kunnen worden

Stel dat er ergens op Nederlands grondgebied een goudschat van tientallen miljoenen euro’s ligt, zou dat geen fijne manier zijn om de crisis wat te verlichten? Dat goud ligt er. Het was ooit bedoeld om een andere financiële crisis af te wenden, die van 1799. De coördinaten van de locatie zijn behoorlijk nauwkeurig bekend. Enige probleem: zeven meter slib en een lastige zeestroom voor de kust van Terschelling beletten al ruim tweehonderd jaar het opdiepen van de schat.

Het Engelse goudschip de Lutine verging op 9 oktober 1799 in een noordwesterstorm, halverwege zijn reis van Yarmouth naar Hamburg. Het was het begin van een mysterie. De enige overlevende van de Lutine die meer kon weten over de ramp ‘verdween’ een dag na zijn redding. Maar de vraag die de gemoederen twee eeuwen lang het meeste heeft beziggehouden: hoeveel goud had het schip aan boord en vooral, waar lag dat?

In zijn boek Lutine. De spannendste Nederlandse goudjacht ooit, dat vandaag verschijnt, ontvouwt journalist en schrijver Martin Hendriksma nieuwe theorieën over de reis, de verdwijning en de lading. Tijdens zijn onderzoek ontdekte hij dat een deel van de Lutineschat illegaal werd opgevist door Volendammers die op slag steenrijk werden. Er zou volgens Hendriksma nog steeds voor 20 miljoen euro op de zeebodem moeten liggen. Een doekje voor het bloeden in de crisis. Maar het kan ook 1 miljard euro zijn, zoals de duiker zegt die twintig jaar onderzoek deed naar de plek van het wrak en sinds zijn laatste poging in 2010 zweeg over wat hij zag.

Afgeweken van de route

De lading van de Lutine was bedoeld voor Hamburg. Door de Engels-Franse oorlog om de Bataafse Republiek had de Hanzestad de rol van belangrijkste haven overgenomen van Amsterdam. Maar de Hamburgse handelaren speelden een piramidespel, er was te weinig geld om de verstrekte leningen te dekken. Als de stad failliet ging dan zouden andere Europese steden zoals Londen kunnen volgen. Dus stuurden Engelse kooplieden goud en zilver naar Hamburg, met toestemming van de Bank of England.

De lading kwam nooit aan. Twee eeuwen lang hebben onderzoekers zich afgevraagd wat de ervaren kapitein Skynner tijdens een storm in het verraderlijke zeegat tussen Vlieland en Terschelling te zoeken had. Uit archiefstukken blijkt nu dat de Lutine op dat korte, gemakkelijke tochtje nóg een geheime missie had. Een deel van de lading moest naar Noord-Holland, het was soldij voor het in het nauw gedreven Engelse leger dat daar tegen de troepen van Napoleon vocht. Daarom was Skynner van de officiële route afgeweken.

Velen gingen failliet

De ochtend na de ramp visten de vissers van Vlieland en Terschelling drijfhout, touwen en lijken uit zee. En één overlevende van de ruim 250 opvarenden: matroos John Rogers. Hij werd overgedragen aan een Engels schip. Als hij bij zinnen zou komen, kon hij meer vertellen over de toedracht van de ramp.

Dat zou nooit gebeuren. Daar zorgde de Engelse marine wel voor. Als Rogers zou praten, en de afwijkende route bekend werd, dan zou de schuld voor de ramp bij de marine komen te liggen. Zolang het een mysterie bleef, werd de lading grotendeels vergoed door de Engelse scheepsverzekeraar Lloyd’s.

Niet alleen de oorzaak van de ramp bleef geheim, ook de precieze hoeveelheid goud en zilver werd nooit duidelijk. Regelmatig werden er vondsten gedaan op de plek van het wrak en wie beet had, was meteen steenrijk. Maar gemakkelijk was dat niet. De Lutine ligt op een stuk zeebodem met schuivend zand, het wrak komt maar zelden vrij te liggen.

Verschillende duikers en baggeraars testten in de negentiende en begin twintigste eeuw hun nieuwste uitvindingen op het wrak. Vaak gingen er enorme investeringen aan vooraf, velen vonden niets en gingen failliet. Toch hadden enkele ondernemingen wel succes. In de herfst van 1857 werden er tientallen staven goud en zilver opgevist en duizenden munten. Zo wakkerde de goudkoorts gedurende twee eeuwen op verschillende momenten aan. De laatste poging was in 2010, zonder resultaat.

Een paar kilo goud gevonden

Veel succesvoller waren de vissers die op goed geluk hun netten over de grond sleepten als de autoriteiten niet keken. Een enkeling haalde zomaar een paar kilo goud naar boven.

Dat gebeurde met twee Volendamse families, zo ontdekte schrijver Hendriksma. De schat werd onder meer gebruikt om jonge Volendamse gezinnen leningen te verstrekken voor een eigen vissersboot, iets waarvoor een kapitaal nodig was. Zo blijkt de enorme opbloei van de Volendamse economie in de negentiende eeuw slechts deels te verklaren uit de toegenomen visvangst. Het Lutinegoud van twee Volendamse families zorgde voor een goed investeringsklimaat.

Er zijn door de jaren heen sterk uiteenlopende schattingen geweest van de hoeveelheid goud en zilver aan boord van de Lutine. Het scheepsjournaal ligt op de zeebodem en het archief van verzekeraar Lloyd’s is verbrand, maar Hendriksma vond tijdens zijn zoektocht nieuw archiefmateriaal van de Bank of England dat uitsluitsel lijkt te geven. Op grond daarvan berekent hij dat er, na aftrek van de gedocumenteerde vondsten, nog voor 20 miljoen euro goud en zilver moet liggen.

Klopt niet, zegt Harlinger Ane Duijf. Hij deed vanaf 1990 onderzoek naar het wrak en zweeg sinds zijn laatste poging in 2010. In het boek geeft hij voor het eerst zijn lezing van de ramp en hij is bereid dat telefonisch toe te lichten. Volgens hem had de Lutine veel meer aan boord en dat was ook precies de oorzaak van de ramp.

Tijdens zijn ‘zeker 260 duikdagen’ heeft hij kunnen zien dat het achterschip ver verwijderd ligt van de rest van het wrak. Dat zou het gevolg zijn geweest van de lading goud en zilver die in de storm ging schuiven en naar buiten brak. De Lutine was te zwaar beladen.

Nog voor een miljard op zeebodem?

Volgens Duijf ligt er nog voor ongeveer een miljard euro goud en zilver voor de kust van Terschelling. Duijf: „Er ging een grote onverzekerde en ongeregistreerde lading mee, want Londen was bang dat het meegesleept zou worden in een crisis als Hamburg failliet ging. Engeland heeft later nooit willen toegeven dat het zoveel geld verloor in de oorlog tegen Frankrijk. Het was een doofpotaffaire.” Hendriksma: „Ane Duijf baseert zich voornamelijk op van propaganda doordrenkte krantenberichten uit die tijd, de bronnen daarvan zijn niet te achterhalen. Ik baseer me onder meer op de officiële documenten van de Bank of England en een originele brief van Lloyd’s. Duijf houdt een mythe levend die ik in mijn zoektocht stukje bij beetje heb geprobeerd op te lossen.”

Lutine. De spannendste Nederlandse goudjacht ooit, van Martin Hendriksma. Uitgeverij De Geus, € 20