Voetbalmoeder Mary

Die zaterdag in juni zat Mary van Dijk-Jabaay (55) wat te lezen in haar auto, op de parkeerplaats van de Vlaamse voetbalclub KVC Westerlo. Op het veld was een bijzondere wedstrijd gaande: de eerste interland ooit tussen het Nederlands en het Belgisch amputatievoetbalteam.

Maar Mary lette niet op de wedstrijd, ze doodde de tijd, in afwachting van het laatste fluitsignaal.

Bij amputatievoetbal hoppen de veldspelers op krukken over het veld, terwijl ze met hun enige been de bal najagen. Men valt vaak. Het oogt wat kolderiek, deze sport.

En deze dag gebeurde er iets wat zelfs wereldwijd opzien zou baren.

Mary mist zelf ook een been, haar linkeronderbeen. Dat liet ze zeven jaar geleden weghalen, na een lange geschiedenis van operaties en complicaties. Sindsdien draagt ze een prothese en loopt ze weer.

Na die amputatie meldde Mary zich bij de stichting Korter Maar Krachtig, voor mensen die een ledemaat missen. Na een jaar was ze er al voorzitter. Toen er vraag bleek te zijn naar amputatievoetbal, vorig jaar, maakte ze er werk van.

De KNVB erkent de sport niet, dus ze deed veel zelf. Ze reisde het land door op zoek naar sponsors, spelers, trainingslocaties. Regelde shirts en krukken. Ontving aspirant-spelers, thuis in Epe. Benaderde de pers. Heel Nederland moest weten van amputatievoetbal, nieuwe spelers zijn altijd welkom.

Voetbalmoeder, tachtig uur per week.

Ze vroeg oud-bondscoach Leo Beenhakker om coach te worden. Leek haar wel humor. Beenhakker kon uiteindelijk niet.

Die interland tegen België was een mijlpaal. Maar Mary keek niet, ze heeft helemaal niets met voetbal zelf; het gaat haar om de glimlach van de spelers na afloop. Ze wil aan hen hun dromen teruggeven, zegt ze, ze weer man maken. De jongen die op zijn dertiende zijn been verloor aan kanker, vlak nadat hij gescout was door Feyenoord; de jongen die zijn been verloor na zinloos geweld; de man die toch weer uitzaaiingen heeft.

Het opstootje brak vlak voor tijd uit, bij een 3-3 stand. Spelers en supporters gingen elkaar te lijf. Binnen drie minuten was het al gesust – maar een Vlaamse cameraploeg had beelden: een bizarre mêlee van armen, stompen, krukken. Het filmpje werd een hit.

Heel de wereld kende nu het Nederlands amputatievoetbalteam.

Die nacht sliep Mary niet. Ik trek de stekker eruit, dacht ze eerst, maar daarna: in het gewone voetbal gaan ze ook dóór. De volgende dagen won ze advies in, sprak ze alle spelers, legde alle beelden naast elkaar – keek alsnog de hele wedstrijd.

De scheids liet veel te veel toe, was de conclusie. En: zonder die supporters was het niet geëscaleerd. Twee spelers werden geroyeerd: een Belg en een Nederlander. Die hadden geslagen met krukken. Krukken zijn als honkbalknuppels.

Dit weekend, 15 september in Stadskanaal, is de return tegen België. Oud zeer is er niet – nooit geweest, ook. „We drinken toch wel samen een biertje?” had Mary al direct na de vorige wedstrijd gezegd.

Mary regelde dit keer een goede scheids: Dick Jol. Ze wist eerst niet eens wie hij was.

Arjen van Veelen (a.v.veelen@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Margriet Oostveen (m.oostveen@nrc.nl)