Uitgestoken hand of Stinkefinger uit Berlijn

Tot vandaag kon je nog beweren dat het voor de rest van Europa eigenlijk niet veel uitmaakt hoe de Duitse verkiezingen aflopen. Of Angela Merkel aan de macht blijft of niet zal nauwelijks enig effect hebben op de rol van Duitsland in de Europese Unie, beweerde de politicoloog Gunther Hellmann uit Frankfurt maandag in een discussie in Den Haag.

Maar dat was voordat Merkels uitdager de kiezer met opgestoken middelvinger tegemoet was getreden, vandaag voorop het magazine van de Süddeutsche Zeitung. Peer Steinbrück, de kanselierskandidaat van de SPD en oud-minister van Financiën, had zich laten verleiden om mee te doen aan een serie van het blad waarin bekende Duitsers onder het motto ‘Zeg nu eens even niets...’ alleen met gebaren op vragen mogen reageren. Tja, en toen Steinbrück werd geconfronteerd met een reeks weinig vleiende bijnamen reageerde hij iets te spontaan – met de Stinkefinger en een bijpassende grimas. Nadat hem was duidelijk gemaakt dat dit wel eens verkeerd zou kunnen vallen, zei hij te hopen dat Duitsland er de humor van inziet.

Dat lijkt me veel gevraagd, hoewel Rudi Carrell ook niet alleen met fijnzinnigheden de harten van de Duitsers veroverde. Van politici wordt een zekere ernst verwacht. Anders dan in bijvoorbeeld Italië spreekt het politieke clownstype niet zo erg aan in het naoorlogse Duitsland.

Of de rest van Europa genoeg humor zou hebben om een Duitse leider met opgestoken middelvinger te waarderen lijkt me nog twijfelachtiger. De Duitse dominante rol en de vermeende arrogantie, het ligt allemaal toch al zo gevoelig. Critici van Duitsland, van de Britse tabloids tot Griekse demonstranten, zouden er wel raad mee weten. Zo’n middelvinger is weer eens wat anders dan een opgeheven arm. In elk geval is het niet de uitgestoken hand uit Berlijn waar veel Europese landen na de verkiezingen op hopen.

Angela Merkel is de afgelopen jaren veel verweten, maar op spontaniteit was ze zelden te betrappen. Haar sobere stijl viel in de smaak bij de Duitsers. En op het grotere Europese toneel voorkwam haar ingehouden spel dat de emoties over de leidersrol van Duitsland onnodig hoog oplaaiden. Hoeveel ergernis de Duitse politiek soms ook wekte, er zat tenminste geen typische bullebak in het Kanzleramt.

Met de bondsdagverkiezingen van 22 september bepalen de Duitsers niet alleen wie Duitsland gaat regeren, maar ook wie ‘de leider van Europa’ wordt, zoals The Economist het vandaag noemt. Die titel is wat zwaar aangezet, maar zeker is dat de Duitse bondskanselier komende jaren het bestaan van álle Europeanen zal beïnvloeden. Het zijn daarom eigenlijk Europese verkiezingen, ook al mogen alleen de Duitsers stemmen. Daar hoeven we niet verongelijkt over te doen, want ook wat de Griekse, Italiaanse, Britse, Franse en Nederlandse kiezers besluiten gaat tegenwoordig direct de rest van de Unie aan – denk alleen maar de verwerping van het Europese grondwettelijk verdrag in 2005.

De kans dat Steinbrück wint is volgens de peilingen toch al miniem, en zal na de middelvinger niet gegroeid zijn. Maar dat wil niet zeggen dat er volgende week niets op het spel staat. Twee vragen maken het toch spannend. Welke coalitie zal Merkel vormen om te kunnen door regeren? En: hoe groot wordt de nieuwe protestpartij Alternative für Deutschland (AfD), die pleit voor afschaffing van de euro? De antwoorden op die vragen kunnen bepalend zijn voor de Duitse koers in de EU. Zal Duitsland zich na de verkiezingen anders, soepeler opstellen in de eurocrisis? Zal Merkel de teugels iets laten vieren als ze een grote coalitie moet vormen met de SPD? Of zal ze nog voorzichtiger worden als AfD iedereen verrast en in de Bondsdag komt? Ook na een lange campagne valt op die vragen maar één – woordloos – antwoord te geven: de handen in het haar.

Juurd Eijsvoogel schrijft iedere vrijdag over internationale kwesties.