ude Kerk is weer als nieuw

In 1951 brak een brokstuk van een pijler in de Oude Kerk in Amsterdam. Vanavond wordt gevierd dat een serie renovaties is afgerond. Directeur Grandjean wil een breder publiek trekken, met moderne kunst.

We lopen onder het grootste leien dakoppervlak van Europa, over 1.200 zerken waaronder 12.000 Amsterdammers hebben gelegen. De zon slaat zestiende-eeuwse lichtbanen door het glas-in-lood. Jacqueline Grandjean is een jaar en een paar maanden directeur van de Oude Kerk, het oudste gebouw van Amsterdam, en vanavond mag zij hier, midden op de Wallen, 800 mensen ontvangen voor een feestmaal ter ere van de afronding van de restauratie – dertig ondernemers en tal van musici geven kosteloos hun medewerking. Zo komt een eind aan een inspanning die in 1955 begon, toen de Stichting Oude Kerk gebouw en meubilair voor één gulden van de hervormde kerk overnam om het voor de ondergang te behoeden.

De directeur loopt over de zerkenvloer, die in de laatste fase van de restauratie geheel is opgelicht, waar nodig gerepareerd en weer is neergelegd inclusief de glooiing die er in de loop der eeuwen in gekomen was. „Ontstoring”, zegt Grandjean tevreden. „Je wilt de werking van de tijd niet weg restaureren, maar juist laten zien.”

In 1951 werd het gebouw gesloten nadat een brokstuk van een pijler was losgeraakt. Het bracht de Leidse historicus Bakhuizen van den Brink tot een welluidend pleidooi voor restauratie: „Ik noem herstel van de Oude Kerk een Amsterdams kerkelijk en stedelijk belang van de eerste orde en in zoverre een Nederlands belang. In het gehele land is de plof van het vallende gesteente gehoord en weerklinke derhalve óók deze oproep.”

Meer dan zestig jaar na deze oproep penselen schilders de laatste verf op de dwarshoutjes van de kozijnen in de kerkmeesterskamer. Grandjean loopt er even binnen om het doek op te lichten van een van de schilderijen die ze uit het depot heeft gehaald om ze aan de muur te hangen.

Het verblijf van de kerkmeesters is een van de stijlkamers die het gebouw zo’n bijzonder karakter geven. De Oude Kerk, die in 1306 aan Sint-Nicolaas werd gewijd, was niet alleen een gebedsplaats, er werden ook wereldser zaken afgehandeld. In de IJzeren kapel lagen de charters van de stad, in de Spiegelkamer bezegelden de Commissarissen van Huwelijkse Zaken onder meer de ondertrouw van Rembrandt van Rijn en Saskia van Uylenburgh. Het gaf de kerk de reputatie van ‘huiskamer’ van Amsterdam.

Al die kamers worden weer toegankelijk gemaakt voor het publiek, net als de kleine tuin aan de zuidzijde van de kerk. Een breder publiek trekken is een van de taken waar directeur Grandjean zich voor gesteld ziet. Kunst zal daarbij vanaf volgend jaar een cruciale rol spelen, zegt ze. Niet alleen de oude schilderijen uit het bezit van de kerk, niet uitsluitend het grote achttiende-eeuwse orgel, maar ook hedendaagse kunst. „Onze collectie is het gebouw”, zegt kunsthistorica Grandjean. „Wat we er in de toekomst aan toevoegen zal daar op een inspirerende manier haaks op staan.”

Zij denkt aan kunstwerken die „een relatie aangaan met het gebouw”. De kerk als „canvas voor de hedendaagse kunstenaar”, zegt ze. Daarbij spiegelt zij zich aan het paleis van Versailles, de kathedraal van Canterbury en de Sint-Baafs in Gent, waar de Belgische curator Jan Hoet kunstenaars als Jan Fabre, Thierry De Cordier en Berlinde De Bruyckere de vrije hand gaf. „Daar is het waanzinnig goed gelukt de kunst te laten landen”, zegt Grandjean.

De laatste jaren komen er gemiddeld 150.000 bezoekers, waarvan zo’n driekwart toeristen naar de Oude Kerk, zegt Grandjean, en elke zondag zo’n tachtig gelovigen voor de dienst. Met kunst zal de Oude Kerk zowel de kunst- als de erfgoedbezoeker interesseren, verwacht zij. De voorganger heeft zelfs al aangegeven de kunst ook bespreekbaar te willen maken in de eredienst. En ja, misschien zal het ook een klein deel van het publiek van nu afstoten. „Onenigheid is niet altijd te vermijden.”

Die onenigheid is er al. Hoeders van het Amsterdamse erfgoed schrokken van een uitgelekt concept van Grandjeans toekomstvisie. Marleen Slooff, ooit coördinator van het Bureau Werelderfgoed Amsterdam, schreef een bezorgde brief aan het bestuur van de Stichting Oude Kerk. ,,Stilte, contemplatie en spirituele verdieping verdragen zich nu eenmaal slecht met geluidsinstallaties, grote bezoekersaantallen en het gerinkel van borden en koffiekopjes, het ervaren van de ruimtelijkheid van het monumentale interieur evenmin met omvangrijke en spectaculaire, alle aandacht voor zich opeisende installaties”, schreef Slooff.

Het bestuur staat achter haar plannen, zegt Grandjean. „Het lijkt een strijd tussen gisteren en vandaag”, zegt ze. „Maar heden en verleden gaan prima samen. Dat wil ik laten zien.”