Soft power à la Poetin

President Poetin heeft een miljoenenpubliek bereikt met een ingezonden brief Het is een publicitair succes waar de mediastrategen van Obama jaloers op kunnen zijn.

Foto AP

Correspondent Rusland

Er waren al wat voortekenen. Het YouTube-hitje begin deze zomer, waarin president Vladimir Poetin met nerveus samengebalde vuisten zijn Engels uitprobeert, in een videoboodschap vanuit zijn residentie. (Hij kondigde de komst van de Wereldtentoonstelling naar Jekaterinburg aan.)

De ingezonden brief van Poetin in de Telegraaf eerder dit jaar, vlak voor zijn staatsbezoek aan Nederland. ‘Ik wens alle Telegraaf-lezers en de hele bevolking van Nederland – dit prachtige tulpenland – vrede, succes en voorspoed’, schreef Poetin. Bij zijn vorige bezoek aan Nederland, in 2005, gaf Poetin nog een interview aan een krant en een tv-zender (gezamenlijk). Maar in april van dit jaar koos hij voor een directe ‘boodschap’, in de grootste krant van Nederland.

Terugblikkend lijkt dat slechts een vingeroefening te zijn geweest voor de grootste stunt van de Russische staat tot nog toe om de buitenlandse beeldvorming te beïnvloeden: het ingezonden artikel van ‘Vladimir V. Putin, the president of Russia’ , gisteren in The New York Times. Het Kremlin heeft daarmee een buitenlands miljoenenpubliek bereikt, zonder kritische vragen of interpretaties van het buitenlands journaille te hoeven passeren.

Niet alleen nam het vaste publiek van de site van The New York Times kennis van de Russische visie op Syrië én de VS, maar ook al die media die, net als deze krant nu, vervolgens publiceerden óver de stunt, (delen van) de brief vertaalden of ernaar verwezen. Het is een publicitair succes waar de veel ervarener mediastrategen van president Obama jaloers op kunnen zijn.

Hoge bewindslieden die hun boodschap direct in de media verkondigen, dat gebeurt vaker. Obama schreef vorig jaar over cyberaanvallen, in de Wall Street Journal. En Poetin schreef als premier in 2011 in Izvestija over de Euraziatische Unie.

Maar met zijn brief van gisteren is Poetin een grens overgegaan. Hij heeft zich gericht tot de bevolking van het land waarmee hij in hevige diplomatieke strijd was gewikkeld, over een escalerend conflict. Tot dinsdag althans. De internationale besluitvorming rondom Syrië beïnvloeden, dat was minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov eerder deze week al gelukt.

De Syrische president Assad beloofde gistermiddag zelf – tegenover een Russisch tv-kanaal – chemische wapens over te dragen. Hij zei daar expliciet bij dat hij dat deed in reactie op een Russisch initiatief, niet in reactie op een Amerikaanse dreiging. Ook voor Assad moet dit een overwinning zijn. Een militaire interventie is afgewend en hij is nog altijd aan de macht.

Met zijn brief in The New York Times sloeg Poetin een volgende slag: die om het Russische imago in de wereld.

De eerste stappen in ‘public diplomacy’ of ‘soft power’ – beide Amerikaanse uitvindingen – zette Rusland in 2003. De staat liet toen een onderzoek verrichten naar het imago van Rusland in het buitenland. De conclusies waren niet mals. De associaties die Amerikaanse geïnterviewden op dat moment met Rusland hadden waren: KGB, communisme, sneeuw en maffia. De enige Russische merken die men buiten Rusland kende waren Kalasjnikov-machinegeweren en Molotovcocktails, zo schreef Princeton University later in een onderzoek naar de Russische soft power.

Een eerste instrument om daar verandering in te brengen was de Engelstalige tv-zender Russia Today (2005), dat zich aanvankelijk alleen op nieuws uit Rusland richtte. Daar kwam later het fonds Russki Mir bij, dat ten doel heeft Russische taal en cultuur in het buitenland positief onder de aandacht te brengen (2007). Maar volgens het onderzoek van Princeton in 2009 hielp het allemaal weinig.

De expliciete behoefte om beter in buitenlandse media te komen uitte in datzelfde jaar minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov, niet lang na de vijfdaagse oorlog tussen Rusland en Georgië. „Media spelen een belangrijke rol, zowel in het binnenland als op het wereldtoneel. Wij zijn kinderen voor wat betreft het gebruiken van media”, verklaarde hij.

De Rozenrevolutie in Georgië, waarmee de op de VS georiënteerde president Saakasjvili aan de macht kwam, was volgens Lavrov een typisch ‘Amerikaans project’ geweest om macht uit te oefenen in een regio ver van huis.

Moskou beschouwt kleurenrevoluties, maar ook de activiteiten van westerse maatschappelijke organisaties in Rusland als instrumenten van Amerikaanse soft power, waarmee Washington probeert vast te houden aan zijn onrechtmatige machtspositie in de wereld. In zijn artikel wijst Poetin opnieuw op dit „Amerikaanse exceptionalisme”.

Met zijn ingezonden brief laat Poetin zien de kracht van soft power nu zelf ten volle te kunnen benutten. Of die sterk genoeg is om de westerse publieke woede over tal van andere onderwerpen (homofobie, het verbod op Amerikaanse adopties, corruptie in Sotsji en elders) om te vormen, valt nog te bezien. Maar de publicatie in The New York Times zal de geschiedenisboeken over soft power in elk geval halen.

Op de timing ervan, op 11 september (online), zal Moskou misschien nog het meest trots zijn. Minister Lavrov herhaalt tegenover journalisten regelmatig zijn overtuiging dat de Amerikanen in Afghanistan zelf de islamitische rebellen hebben bewapend (tegen het Sovjetleger), die zich later met terroristische aanslagen tegen de VS hebben gekeerd.

Iets dergelijks, is de boodschap van Rusland, ligt ook in de verwachting voor wie de Syrische oppositie steunt.