Ouderen, jongeren en sociale partners willen één pensioencontract

Werkgevers en werknemers, ouderen en jongeren en pensioenfondsen pleiten voor één nieuw pensioencontract. In een gezamenlijke verklaring (pdf) pleiten de acht partijen voor “één set van financiële spelregels” voor alle pensioenen.

De verklaring is onder meer ondertekend door werknemersvoorzitter Ton Heerts en werkgeversvoorzitter Bernard Wientjes van de Stichting van de Arbeid. Andere ondertekenaars zijn de Pensioenfederatie, Koepel Nederlandse Vereniging van Gepensioneerden (KNVG), CSO (de koepel van de ouderenorganisaties), ANBO (belangenorganisatie voor ouderen), FNV Senioren, FNV-Jong en CNV Jongeren.

De partijen reageren hiermee op het voorstel van staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) voor pensioenhervormingen. Klijnsma legde de pensioenwereld vorige maand twee varianten voor om op te reageren: een ‘nominaal contract’ (een vastgelegd pensioen, maar met weinig aanpassing aan de prijsstijgingen) of een ‘reëel contract’ (meer beleggingsrisico’s, maar ook meer koopkrachtbehoud). Maar de staatssecretaris liet ook ruimte voor een derde tussenvariant.

De acht partijen van de verklaring zijn voorstander van deze tussenvariant met een aantal randvoorwaarden.

“De voorkeur voor nominale of reële contracten lijkt langzamerhand uitgemond in een discussie tussen generaties.”

‘Gelijke regels voor alle contracten’

De partijen pleiten voor stabiele pensioenpremies en pensioenuitkeringen, op basis van gelijke regels voor alle contracten. Ze willen duidelijkheid over de jaarlijkse aanpassing aan prijzen en lonen en duidelijkheid over kortingen. Pensioenfondsen zouden de ruimte moeten krijgen om een beleggingsstrategie voor de lange termijn te bepalen.

In het ‘vastgelegde’, nominale pensioen geloven de partijen niet.

“Inmiddels is duidelijk geworden dat de huidige zogenaamde nominale contracten ook met (diepe) pensioenkortingen gepaard kunnen gaan. Dit heeft tot veel onrust geleid omdat het deelnemers niet altijd duidelijk was dat beleggingsrisico’s worden genomen en omdat men dacht dat er nominale garanties zijn.”

Hun bezwaar tegen het reële contract zonder enige garanties zijn de juridische obstakels bij het zogenoemde ‘invaren’. Het omzetten van bestaande pensioenen in de nieuwe regels zou mogelijk in strijd zijn met wet- en regelgeving. De partijen voorzien een “zware bewijslast” voor het invaren van oude contracten.

Zorg en Welzijn (2,5 miljoen deelnemers), het een na grootste pensioenfonds van Nederland, is het oneens met de Pensioenfederatie en pleit voor een reëel contract met volledige beleggingsvrijheid. Directeur Peter Borgdorff van Zorg en Welzijn noemde de tussenvariant “geen middenweg, maar een doodlopende weg.”