Picture of You

Op internet circuleren filmpjes (‘Learn guitar with David Brent’) waarin de Engelse komiek Ricky Gervais singer-songwriters persifleert. Zeer vermakelijk – dat is Gervais wel toevertrouwd. Hij hakt wat simpele akkoorden uit zijn gitaar en gooit er enkele banale teksten uit, terwijl hij koket in de camera kijkt. „Ain’t no trouble like the trouble when you loose the one you love…o….o…o…”

Hans Teeuwen heeft al eens zo’n parodie ten beste gegeven. „Singer-songwriters zijn hele gevoelige jongens die zichzelf begeleiden met alleen maar een akoestische gitaar…zó knap.” Ook daar moest ik om lachen. Elk genre heeft nu eenmaal zijn zwakke kanten. Ook een voortreffelijke zanger als Frank Sinatra, van wie Teeuwen zo houdt, is te persifleren als je je beperkt tot de nietszeggende geliktheid van een deel van zijn repertoire.

Bij de singer-songwriters valt het niet mee het kaf van het koren te scheiden. Het is een populair genre geworden, misschien als reactie op de grimmige rages van rap en hiphop. Omdat ik er nog wel eens over schrijf, krijg ik regelmatig cd’s toegezonden van nieuwe artiesten, maar ik hoor veel imitatie van de grote voorbeelden (vooral Bob Dylan) en weinig eigenheid. In Nederland viel Douwe Bob me op, een jongen met een stevige stem en soms goede songs, maar de vraag is of hij zijn repertoire kan uitbouwen met sterk, eigen materiaal.

Het schrijven van songs is een vak apart. Ik merkte het onlangs weer bij de Amerikaan Guy Clark, een van de groten van dit metier. Hij is 71 jaar en zijn stem is nu te versleten, maar zijn songs zijn nog steeds zo goed dat je die stem op de koop toe neemt. Clark schrijft persoonlijke teksten en – het belangrijkst – melodieën die beklijven. Ik zag hem jaren geleden optreden in het Utrechtse Tivoli, samen met zijn bekendere landgenoot Townes Van Zandt, toen al een legende in de countryfolk. Townes was zo dronken dat hij op het podium soms bijna in slaap viel, maar Clark bleef nuchter en redde het concert. Aan hun tijdelijke samenwerking moest ik terugdenken toen ik de nieuwe cd, My Favorite Picture of You, van Clark beluisterde. Clark staat op de voorkant met een oude foto van zijn vrouw, Susanna Clark. Op zijn website las ik wat de bedoeling was. Het titelnummer is een hommage aan Susanna, zelf ook een prominente songwriter, met wie hij veertig jaar getrouwd was. Zij overleed vorig jaar. Op de foto, zo’n dertig jaar geleden genomen, staat zij buiten hun huis, bozig, de armen over elkaar. „Townes en ik zitten binnen”, vertelt Clark, „dronken op onze kont, klootzakken. En zij had er genoeg van, ze liep de deur uit.” Ze zal er wel vaker vandoor zijn gegaan – maar ze is altijd teruggekomen. Daar zijn vrouwen over het algemeen beter in dan mannen. Zijn liedje gaat over haar boosheid op die dag.

My Favorite Picture of You/ Is the one where you’re starin’ straight into the lens/ Just a Polaroid shot someone took on the spot/ No beginning, no end/ It’s just a moment in time you can’t have back/ You never left but your bags were packed/ Just in case.

My Favorite Picture of You/ is bent and it’s faded and it’s pinned to my wall/ You were so angry it’s hard to believe we were lovers at all/ There’s a fire in your eyes, you got your heart on your sleeve/ A curse on your lips but all I can see/ Is beautiful.

Susanna was „not gone, but goin”.

Toch een mooi genre, dat singer-songwriting.