Nog een keer proberen

Zondag is het vijf jaar geleden dat de droom van Al-Qaeda uitkwam, op een haar na. Wat vier vliegtuigen op 11 september 2001 in de verste verte niet wisten te bewerkstelligen, speelde de financiële sector op 15 september 2008 bijna klaar: de diepe ontwrichting van onze beschaving.

Het is opvallend hoe weinig mensen dit beseffen. Collega’s op de economieredactie bij The Guardian vertellen hoe ze op de dag van het faillissement van Lehman Brothers hun huisgenoten belden om voedsel te hamsteren. Sommige bankiers in de City kochten wapens.

Overdreven? Deze mensen wisten dat het mondiale financiële systeem 36 tot 48 uur af was van een implosie. Wereldwijd zou de handelsfinanciering kunnen opdrogen. De handel zou stilvallen, en daarmee de bevoorrading van bijvoorbeeld tankstations en supermarkten.

We ontsnapten aan dit doemscenario doordat westerse belastingbetalers zich via hun regeringen in feite garant stelden voor vrijwel het hele financiële systeem. Daarmee waren de problemen niet opgelost, verre van dat, en dus was er alle reden om niet hoog van de torens te blazen hoe kwetsbaar en instabiel ons financiële systeem is geworden. Maar doordat maar zo’n klein deel van het publiek doorkreeg hoe dicht we bij het ravijn staan, ontstond ook weinig druk en daarmee politiek kapitaal om dit systeem aan te pakken.

Waanzin definieerde Einstein aldus: steeds opnieuw hetzelfde doen, hopend op een ander resultaat

Resultaat: noodmaatregelen, zoals massaal geld bijdrukken en vrijwel gratis geld voor de banken, zijn ‘het nieuwe normaal’ geworden. En de banken vinden het prima, want bankieren is fijn als je voor een 0,5 procent geld kunt krijgen dat je voor 4 of 5 procent mag uitlenen.

Wat zou Einstein hiervan hebben gedacht? De grote man heeft twee memorabele dingen gezegd die samen vrij precies de impasse beschrijven. Allereerst stelde hij vast dat een probleem zelden valt op te lossen in de context waarin het kon ontstaan. En waanzin definieerde hij aldus: steeds opnieuw hetzelfde doen, hopend op een ander resultaat.

Dat is de financiële sector anno nu. De context waarin de crisis en instabiliteit konden ontstaan is niet aangepakt en in plaats daarvan vestigen we onze hoop op precies die dingen die in het verleden niet werkten: nieuwe, almaar complexere regels voor de sector, in plaats van een wezenlijk andere architectuur van de sector.

Waaruit bestaat die architectuur nu? Megabanken weten dat hun regering ze nooit failliet kan laten gaan. Hun systemen en producten hebben een complexiteit die niemand meer overziet. In de Angelsaksische landen komt daar nog een bedrijfscultuur bij van nulvertrouwen en nulloyaliteit – en dus kansloze risicobeheersing. Intussen worden kredietbeoordelaars betaald door de banken die ze moeten beoordelen, en klussen accountants via consultancy lucratief bij voor de banken waarvan ze de boeken moeten controleren.

Dit is de puinhoop, ahum, context waarin de crisis kon ontstaan. Die context is grotendeels ongemoeid gelaten en hier en daar nog veel gevaarlijker geworden: een aantal banken fuseerde tot nog grotere monsters.

Deze week sprak ik twee heren die zijn betrokken bij de afwikkeling van het faillissement van Lehman. „In de sector als geheel is niets veranderd”, is hun bevinding. Nog meer regels gaan niet helpen, want op termijn vinden banken daarin altijd de mazen. Hun conclusie: we hebben een cultuuromslag nodig. Hoe? Geen idee.

En dus lijkt het wachten op een crisis die zó groot is dat de boel gewoon niet meer opgelapt kan worden.

U zegt, dit is wel heel pessimistisch, zeg. Misschien heeft u gelijk. Daarom hebben mainstreampolitici in het Westen een ander voorstel: laten we gewoon nog eens op eenzelfde manier als na eerdere crises proberen de banken onder controle te krijgen. Wie weet krijgen we nu opeens een ander resultaat. En zo niet, nou, dan proberen we het toch gewoon nog eens? En nog eens?

Lees ook onze special over de val van de Lehman Brothers