Moeder moet zich wreken

In haar tweede roman slaat Wytske Versteeg een nieuwe weg in. Er wordt veel gevoeld, en weinig gedacht.

Wytske Versteeg Foto Eline spek

Ja, dat vorig jaar verschenen De wezenlozen van Wytske Versteeg, dat was een fijn debuut. Het was hard, het was slim, het had vuur. En het week vooral erg af van wat de gemiddelde debutant je voorzet. Hier was nu eens niet iemand voorzichtig aan het debuteren, maar iemand die lange zinnen en risicovolle metaforen (een ‘roze hijgen’, kan dat?) durfde te schrijven. Compositorisch was het weliswaar nog niet helemaal in de haak, maar dat maakte voor de waardering weinig uit: uit de pesterige zinnen over het verzenuwde gezin Van Oort sprak een gretigheid om de taal ten volle te benutten.

Net als De wezenlozen is in Versteegs tweede boek het drama gecentreerd rond een gezin. Het boek opent met het bezoek van enkele politiemensen aan een moeder. Ze komen haar vertellen dat het lichaam van haar geadopteerde puberzoon Boy is gevonden, nadat hij een tijd spoorloos was verdwenen.

Het opvallende is dat de moeder het drukker heeft met de politievrouw die haar het boze nieuws komt brengen, dan met het lot van haar zoon. Ze merkt de ‘donkerpaarse tentjurk’ op en de stem ‘die de verkeerde toon’ heeft.

De fysieke aanwezigheid van een ander is voor Versteegs nogal cerebrale personages een belangrijke factor. Er wordt al snel niet meer redelijk gedacht, er wordt te veel gevoeld, er treedt een vorm van verkramping op die communicatie in de weg staat. Elfriede Jelinek zal geen onbekende voor Versteeg zijn.

In Boy werkt het lichaam niet mee, ook het eigen niet. Zo is de adoptiemoeder onvruchtbaar (het ziekenhuis spreekt over een ‘vijandige baarmoeder’), stierf Boys biologische moeder tijdens diens geboorte en moest Boys dramadocente Hannah een acteercarrière afbreken vanwege een beenblessure.

Na Boys dood ziet de moeder in dat ze weinig heeft meegekregen van het leven van haar zoon. Was hij ongelukkig en pleegde hij zelfmoord? Ze bevraagt zijn klasgenoten en concludeert dat de eerdergenoemde Hannah een doorslaggevende rol heeft gespeeld bij zijn dood.

Vanaf dat moment, en dat is vrij vroeg in de roman, worden de beweegredenen van de moeder minder aannemelijk. Versteeg vult haar lijden in, maar doet weinig met het denkproces dat vooraf gaat aan het radicale besluit om Hannah te willen vermoorden. Als die vrouw schuldig is, waarom schakelt ze de politie dan niet in? Wat vindt haar man er van? Er zit een gat tussen de signalering van Hannahs aanwezigheid op de plek waar Boy verdween en het moment waarop de moeder naar Bulgarije afreist om Hannah te vermoorden.

Is de moeder in die vier jaar gek geworden? Uit haar rustige gedrag in Bulgarije, waarbij het soms lijkt alsof ze een oude vriendin opzoekt, is dat niet af te leiden. Hier hinkt de roman op twee gedachten: enerzijds moet er een reden gevonden worden voor een ontmoeting (moord), anderzijds wil Versteeg ook graag over het samenzijn van de twee vrouwen schrijven, zodat plan één aan de kant moet worden geschoven.

Tijd om Hannah uit te horen krijgt de moeder niet. Ze moet hard aan het werk op de boerderij en pas ’s avonds laat Hannah iets los over haar ‘loopbaan’ als lerares. Een gefnuikte loopbaan, wat een collega-docent ooit onbewust voorspelde: ‘Het is eigenlijk heel simpel. Je kunt voor de klas staan, dat doe ik. Of in het onderwijs zitten en dat is waar jij mee bezig bent.’ Hannah heeft met lessen Shakespeare geprobeerd de kinderen uit Boys klas te ‘verheffen’, met desastreuze gevolgen, want de klas is een ‘vrijstaat’ geworden.

Met het onstuimige De wezenlozen nog in het achterhoofd is Boy een boek dat nogal tegenvalt. Versteeg heeft geprobeerd haar schrijven te ontplooien met tijdsprongen en fysieke verplaatsingen, maar het resultaat werpt te veel vraagtekens op. Het interessantste facet van haar debuut, die wilde stijl, is in het tweede boek bijna volledig verdwenen. Hier en daar tref je nog wel iets aan dat verrast, maar door de bank genomen wordt het proza gekenmerkt door dramatische woorden en constructies die geen eigen identiteit verraden.

Het is te prijzen dat Versteeg een volgende stap heeft willen zetten, maar ze heeft hem in een richting gezet die niet helemaal bij haar past.