Mijn samenwerking en persoonlijke relatie met Obama worden gekenmerkt door een toenemend vertrouwen, ik waardeer dat

Dit schreef ‘Vladimir V. Putin, the president of Russia’ gisteren in The New York Times

De jongste gebeurtenissen rond Syrië zijn voor mij aanleiding om me rechtstreeks tot het Amerikaanse volk en zijn politieke leiders te richten. Dit is van belang op een moment dat de communicatie tussen onze samenlevingen onvoldoende is.(1)

De betrekkingen tussen Rusland en de Verenigde Staten hebben verschillende stadia doorlopen. In de Koude Oorlog stonden we tegenover elkaar. Maar eens waren we ook bondgenoten en versloegen we samen de nazi’s. Toen werd de universele internationale organisatie opgericht – de Verenigde Naties – om te voorkomen dat een dergelijke verwoesting ooit weer zou plaatsvinden.

De oprichters van de VN beseften dat beslissingen inzake oorlog en vrede alleen eensgezind dienen te worden genomen, en met instemming van Amerika werd het vetorecht van de permanente leden van de Veiligheidsraad in het Handvest van de Verenigde Naties opgenomen. De diepe wijsheid hiervan heeft de stabiliteit van de internationale betrekkingen decennialang geschraagd. Niemand wil dat de VN hetzelfde lot ondergaan als de Volkenbond, die bezweek door een gebrek aan echte zeggenschap.

Dit kan gebeuren als invloedrijke landen de VN passeren en zonder goedkeuring van de Veiligheidsraad tot militaire actie overgaan. De mogelijke aanval van de VS op Syrië, ondanks de sterke tegenstand van vele landen en vooraanstaande politieke en religieuze leiders, zal leiden tot nog meer onschuldige slachtoffers en escalatie, waarbij het conflict zich mogelijk tot ver buiten de Syrische grenzen zal verspreiden.

Een aanval zou het geweld vergroten en een nieuwe golf van terrorisme ontketenen. Het zou ten koste kunnen gaan van de multilaterale pogingen het Iraanse atoomvraagstuk en het Israëlisch-Palestijnse conflict op te lossen en het Midden-Oosten en Noord-Afrika nog verder kunnen destabiliseren.

In Syrië voltrekt zich geen strijd voor democratie, maar een gewapend conflict tussen regering en oppositie in een multireligieus land. Er zijn in Syrië weinig voorvechters van democratie. Maar er zijn wel meer dan genoeg Al-Qaeda-strijders en extremisten van alle gezindten die tegen de regering vechten.(2) Huurlingen uit Arabische landen die meevechten, en honderden militanten uit westerse landen en ook uit Rusland, baren ons diepe zorgen.

Van meet af aan heeft Rusland gepleit voor een vreedzame dialoog die de Syriërs in staat zou stellen een compromis voor hun eigen toekomst te ontwikkelen. Wij beschermen niet de Syrische regering, maar het volkenrecht. (3) We moeten de VN-Veiligheidsraad gebruiken in de overtuiging dat het behoud van de rechtsorde in de complexe en woelige wereld van vandaag een van de weinige manieren is om te voorkomen dat de internationale betrekkingen in een chaos ontaarden.

De wet is nog altijd de wet en daar moeten we ons aan houden, of we dat nu leuk vinden of niet. Onder het huidige volkenrecht is geweld alleen toegestaan uit zelfverdediging of bij besluit van de Veiligheidsraad. Elk ander geweld is krachtens het Handvest van de Verenigde Naties onaanvaardbaar en zou een daad van agressie vormen. (4)

Niemand betwijfelt dat er in Syrië gifgas is gebruikt. Maar er is alle reden om te geloven dat het niet door het Syrische leger maar door de oppositie is gebruikt, om een interventie uit te lokken door hun machtige buitenlandse beschermheren die zo de kant van de fundamentalisten zouden kiezen. (5) De berichten dat militanten een nieuwe aanval voorbereiden – ditmaal tegen Israël – kunnen niet worden genegeerd.

Het is alarmerend dat militaire interventie in binnenlandse conflicten van andere landen voor de VS gemeengoed is geworden. Is dat op den duur in het Amerikaans belang? Ik betwijfel het. Miljoenen over de hele wereld zien Amerika steeds minder als model van de democratie, maar eerder als een land dat uitsluitend op brute kracht vertrouwt en dat coalities in elkaar flanst onder het motto ‘wie niet voor ons is, is tegen ons’.

Maar geweld is ineffectief en nutteloos gebleken. Afghanistan is aan het wankelen. Libië is verdeeld in stammen en clans. In Irak duurt de burgeroorlog voort. In de VS trekken velen een vergelijking tussen Irak en Syrië, waarbij ze zich afvragen waarom hun regering de vergissingen uit het recente verleden zou willen herhalen.

Hoe doelgericht de luchtaanvallen ook zullen zijn en hoe geavanceerd de wapens, burgerslachtoffers zijn onvermijdelijk, inclusief ouderen en kinderen, die de aanvallen juist pretenderen te beschermen.

De wereld reageert door te bedenken dat als je niet langer op het internationaal recht kunt rekenen, je andere manieren moet zoeken om je veiligheid te verzekeren. Een groeiend aantal landen probeert dus massavernietigingswapens in handen te krijgen. Dat is logisch: als je de bom hebt, zal niemand je iets doen. We blijven zitten met gepraat over de versterking van de non-proliferatie, terwijl die in werkelijkheid wordt uitgehold.

We moeten stoppen de taal van het geweld te gebruiken en terugkeren naar het pad van beschaafde diplomatieke en politieke onderhandelingen. De afgelopen dagen heeft zich een nieuwe mogelijkheid geopenbaard om militaire actie te voorkomen. De VS, Rusland en alle lidstaten van de internationale gemeenschap moeten ingaan op de bereidheid van de Syrische regering om haar chemische wapens onder internationale controle te plaatsen, alvorens ze te laten vernietigen.

Te oordelen naar uitspraken van president Obama zien de VS dit als een alternatief voor militaire actie. Ik verwelkom de belangstelling van de president voor het voortzetten van de dialoog met Rusland over Syrië. Als we geweld tegen Syrië kunnen vermijden, zal dat de sfeer in de internationale betrekkingen verbeteren en het wederzijdse vertrouwen versterken.

Mijn samenwerking en persoonlijke relatie met Obama worden gekenmerkt door een toenemend vertrouwen. Ik waardeer dat. (6) Ik heb dinsdag zorgvuldig geluisterd naar zijn toespraak tot het Amerikaanse volk. En ik ben het niet eens met zijn uitspraken over de Amerikaanse uitzonderlijkheid. Hij heeft gezegd dat het beleid van de VS is „wat Amerika anders maakt. Het maakt ons uitzonderlijk”.

Het is echter bijzonder gevaarlijk mensen aan te moedigen zichzelf als uitzonderlijk te zien, ongeacht hun motivatie. (7) Er zijn grote landen en kleine landen, arm en rijk, die een lange democratische traditie hebben of nog op weg zijn naar de democratie. Hun beleid verschilt ook. We zijn allemaal anders, maar als we om de zegen van de Heer vragen, mogen we niet vergeten dat God ons allemaal als gelijken heeft geschapen. (8)