Integriteitschendingen schaden beeld VVD

De VVD worstelt met negatieve beeldvorming als gevolg van integriteitschendingen. Zwijgen is schadelijker dan handelen.

Een campagnebus van de VVD tijdens de verkiezingen van 2012. Foto Hollandse Hoogte

VVD-lid Berthold Ziengs stond deze week voor de rechter, verdacht van bijna zeven ton belastingoplichting. Op de huizen van dé VVD-mastodont Hans Wiegel werd drie weken geleden voor zeven miljoen euro beslag gelegd door boze beleggers.

Waarom de partijkleur noemen? Het omstreden gedrag van Ziengs had geen directe relatie met zijn VVD-activiteiten. Toch zag de vervolgende officier een relatie: „Zijn wangedrag heeft grote nadelige gevolgen voor politiek en maatschappij.” Ziengs was Statenlid in Drenthe voor de VVD, totdat de fiscale opsporingdienst een inval bij zijn bedrijf deed.

Wiegel beloofde in een reclamefilmpje een gegarandeerd rendement bij een beleggingsfonds. Dat rendement op de vastgoedfondsen zou zeker 9 procent zijn, beloofde Wiegel in zijn rol als voorzitter van de Stichting Obligatiehouders Bouwhuis Vastgoed. Toen het fonds bijna alle waarde verloor, lieten boze obligatiehouders beslag op zijn huizen leggen. De beleggers hadden Wiegels belofte geloofd. Achteraf zei Wiegel dat hij niet tekort schoot in zijn controlerende taken. „Die specifieke financiële kennis heb ik niet in huis”, verklaarde hij de dag na de beslaglegging.

De politieke voorkeur van de twee mannen is relevant omdat beide kwesties brandstof geven aan een al langer woedende veenbrand binnen de VVD: namelijk het beeld dat het een partij is waarvan sommige leden een onderontwikkeld gevoel voor integriteit hebben. Dat beeld wordt gevoed door een handvol strafzaken het afgelopen jaar tegen VVD’ers waarvan Justitie vindt dat ze hun politieke functie misbruikten.

Alsof het nog niet genoeg is, werd gisteren bekend dat de van corruptie verdachte Limburgse VVD’er Jos van Rey op de voorlopige kandidatenlijst voor de gemeenteraadsverkiezingen in Roermond staat. Zeer tegen de zin van de partijtop, die de slechte publiciteit kan missen als kiespijn.

De VVD-top ontkent enig verband te zien tussen partij en het gedrag van deze leden. Leden hebben hun eigen verantwoordelijkheid, en de partij komt pas in actie als iemand is veroordeeld. Lange tijd weigerden VVD’ers commentaar te geven op de individuele kwesties, dat ging de partij niet aan.

Tot dit voorjaar, toen in de partijtop het gevoel ontstond dat dit zwijgen schadelijker zou zijn dan handelen. Op het voorjaarscongres van de partij presenteerde partijvoorzitter Benk Korthals een plan om het integriteitsbewustzijn binnen de VVD – dat tot die tijd geen integriteitsbeleid had – te vergroten. Er kwam een commissie die interne meldingen van integriteitsschending moest onderzoeken, integriteit werd in opleidingen en trainingen als onderwerp opgenomen. VVD-kandidaten moeten een lijst „vuistregels” ondertekenen en een korte vragenlijst invullen over hun nevenactiviteiten en eventueel strafrechtelijk verleden. Opmerkelijk is overigens dat de vuistregels en vragenlijst niet gelden voor lokale bestuurders, die juist het vaakst in opspraak komen.

De zaak-Ziengs is ook verbonden met een ander kwestie bij de VVD, de transparantie van geldstromen binnen de partij. Ziengs was actief fondsenwerver voor de regionale VVD.

415.000 euro

Politieke partijen moeten van alle donaties boven de 4.500 euro de herkomst vermelden. De VVD ontweek die verplichting tot nu toe deels doordat aan de partij gelieerde stichtingen donaties verzamelen en die dan in één keer storten in de partijkas. In verkiezingsjaar 2012 bijvoorbeeld, kwam er zo via vijf stichtingen 720.000 euro bij de VVD binnen. Een flink aandeel in het totale campagnebudget van zo’n drie miljoen euro.

Waar het geld vandaan komt is niet altijd duidelijk. Het Godefridus van Hees Fonds stortte 40.000 euro in de campagnekas. Volgens voorzitter Meinard Sprenger, adjunct-directeur bij duwvaartrederij ThyssenKrupp, ondersteunt de stichting het liberale gedachtegoed in de breedste zin van het woord. „Dat doen wij op verschillende manieren. Over het donatiebeleid geven wij geen informatie.”

Stichtingen als het Mr. HC. Dresselhuysfonds en de Stichting voor Oeconomische Politiek hebben miljoenen in kas. Vermogens die volgens de bestuursleden al decennia terug zijn gevormd en waar geen nieuwe giften aan worden toegevoegd. De bedragen die aan de VVD worden overgemaakt zouden alleen bestaan uit beleggingsresultaten.

De Stichting Ondersteuning VVD Tweede Kamerverkiezingen was met 415.000 euro vorig jaar de gulste donateur. Volgens voorzitter Frank de Grave, ook voorzitter van de Orde van Medisch Specialisten, is het bedrag samengesteld uit verschillende giften die ieder hooguit enkele duizenden euro’s bedragen. De gevers willen volgens hem anoniem blijven.

De Grave: „Er wordt nog weleens wat gevonden van een politieke voorkeur. Dus blijven mensen liever uit de openbaarheid. Maar dit zijn natuurlijk geen bedragen waarvoor je politieke invloed koopt.”

Waar of niet, voor buitenstaanders was lastig te controleren of particulieren of bedrijven via de stichtingen niet grotere bedragen doneren. Dat kan alleen door een jaarrekening op te vragen, maar sommige stichtingen geven geen informatie.

Onder de nieuwe Wet financiering politieke partijen, in mei van kracht geworden, zou dat kunnen veranderen. De wet bepaalt dat partijen aangeven welke stichtingen aan hen zijn gelieerd. Ook die stichtingen moeten voortaan jaarlijks de namen van donateurs openbaren die meer dan 4.500 euro overmaakten.

Club van 100

Er is één geldstroom binnen de partij die zich ook in de nieuwe wet geheel onttrekt aan controle van buitenaf. Dat zijn de regionale ondernemersclubs, meestal heten ze ‘Club van 100’, waarmee VVD’ers in het hele land geld inzamelen. Berthold Ziengs was medebestuurder van de Drentse versie.

De risico’s van deze lokale geldstromen, worden zichtbaar in het corruptieonderzoek naar de Limburgse VVD-coryfee Jos van Rey. Hij financierde – deels met geld van Piet van Pol, een bevriende regionale ondernemer en ook onderwerp van het justitieel onderzoek – campagneactiviteiten van minstens twee VVD-kandidaten voor de Tweede Kamer. Van Rey deed dat via een eigen bureautje. Kamerlid Karin Straus kreeg onder meer een tv-spotje betaald. Frans Weekers, nu staatssecretaris van Financiën, kreeg een enorm billboard met zijn portret langs de snelweg. Beide politici zeiden achteraf, toen het uitkwam, dat ze beter moeten hadden achterhalen waar deze giften vandaan kwamen.

De ‘Clubs van 100’ halen geld op voor lokale en regionale campagnes van VVD-politici. Lidmaatschap kost geld. Een ‘platinum’-donateur is in Utrecht jaarlijks 750 euro kwijt, wil hij in de ‘business’-categorie terecht komen, dan betaalt hij jaarlijks 1.500 euro. Met volgens de laatste stand van zaken 42 Gold en 20 Platinumleden, haalt deze club jaarlijks iets meer dan 30.000 euro binnen. In Amsterdam moet een lid vijf jaar lang minstens duizend euro per jaar geven. Dat mag „op verzoek vertrouwelijk”.

Stel nou dat een ondernemer de belasting tilt, en een deel van het inkomen dat hij daarmee verwerft aan een Club van 100 geeft, dan kan een VVD-kandidaat zonder dat hij dat weet, zijn verkiezingscampagne gefinancierd zien met crimineel geld – zoals dus mogelijk met Weekers is gebeurd.

Innige banden

Het belang van deze clubs voor de VVD blijkt wel uit de regelmatige aanwezigheid van partijprominenten bij diners of andere bijeenkomsten. Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert schoof deze zomer aan in Utrecht, eerder kwamen Edith Schippers, Ivo Opstelten en Mark Rutte langs.

Geld inzamelen is niet het enige doel. Er wordt ook over politiek gepraat. Op een najaarsbijeenkomst van de Utrechtse ‘club’ zullen deelnemers „sparren met bestuurders en ondernemende liberalen over de verkiezingsprogramma’s voor de gemeenteraden en samen benoemen welke elementen hierin niet mogen ontbreken”. Op de jaarbijeenkomst van diezelfde club, in het Koetshuis van makelaar Cor van Zadelhoff (ook inititatiefnemer van de stichting van Frank de Grave), gaat het gesprek dit najaar over „wat de ondernemer en de politicus met elkaar gemeen hebben”.

In een onderzoek over politieke en ambtelijke corruptie is één van de conclusies dat de risico’s het grootst zijn in de lokale politiek, waar de relaties tussen wethouders en lokale ondernemers of andere belanghebbenden vaak heel innig zijn. Gek is die innigheid niet: van lokale bestuurders wordt juist geëist dat ze een scherp oog hebben voor de economische belangen van hun gemeente, en die ondernemers weten dat ze het lokale bestuur nodig hebben voor hun vergunningen, bouwbesluiten, etc.

Voor de VVD, die van oudsher minder wantrouwend staat tegenover ondernemers dan bijvoorbeeld de PvdA, is die innigheid misschien risicovoller. Zoals op de site van de Club van 100 in Drenthe staat, hechten de leden „belang aan de combinatie van zakelijke, bestuurlijke en politieke verantwoordelijkheid.”

En precies voor al deze lokale geldinzamelingsacties gelden de aangescherpte financieringsregels voor politieke partijen niet. De VVD vindt dat zelf blijkbaar ook een probleem, want in het regeerakkoord met de PvdA is de afspraak opgenomen dat ook lokale afdelingen de herkomst van hun giften straks in de toekomst openbaar moeten maken. Maar, zegt een woordvoerder van de verantwoordelijke minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA), een concreet voorstel daarvoor is er voorlopig niet.