Rijksvertegenwoordiger Stolte weg na problemen op Bonaire

Wilbert Stolte met Mark Rutte tijdens diens bezoek aan een opvangplek van jongeren voor dropouts op Bonaire. ANP / Evert-Jan Daniels

Wilbert Stolte stapt op als Rijksvertegenwoordiger op de Nederlandse eilanden Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Mei volgend jaar legt hij zijn functie neer.
Dat heeft minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (PvdA) vanochtend per brief medegedeeld aan de Tweede Kamer.

De positie van de CDA’er Stolte stond al maanden onder druk vanwege zijn aandeel in de bestuurlijke problemen op Bonaire. Hij leeft in onmin met een deel van de eilandsraad, de gezaghebber, uitgezonden Nederlandse ambtenaren en het Openbaar Ministerie. Stolte wordt verweten te nauwe banden te hebben met van corruptie verdachte politici van de regerende UPB.

Deze week werd bovendien bekend dat OLAF, het Europese anti-fraudebureau, onderzoek doet naar mogelijke malversaties met ontwikkelingsgelden door de stichting SONA in de tijd dat Stolte daar penningmeester was.

Stolte acht langere periode ‘te lang’

Plasterk heeft het in zijn brief niet over de problemen. Hij schrijft dat Stolte nu bijna drie jaar in functie is, en dat hij een langere periode als Rijksvertegenwoordiger zelf “te lang acht”. Plasterk:

“Ik heb met respect van zijn besluit kennisgenomen en waardeer zijn onverminderde betrokkenheid.”

Plasterk kreeg advies dat Stolte het best kon vertrekken

Onlangs meldde NRC Handelsblad dat Plasterk al in januari te horen heeft gekregen dat Stolte het best kon vertrekken als Rijksvertegenwoordiger. Dat advies kwam van Ronald Bandell, oud-burgemeester van Dordrecht. Die had als ‘verkenner’ in opdracht van Plasterk een oplossing gezocht voor de bestuurlijke crisis op het eiland.

Stolte werd begin deze maand met spoed ontboden in Den Haag na berichten dat hij als Rijksvertegenwoordiger geprobeerd had zich te bemoeien met strafrechtelijke onderzoeken tegen UPB-bestuurders. In één geval vroeg hij procureur-generaal Dick Piar om een strafzaak tegen een UPB-gedeputeerde te laten vallen.

In een ander geval eiste hij van gezaghebber Lydia Emerencia vertrouwelijke stukken uit een strafzaak tegen een andere UPB-gedeputeerde. Piar en Emerencia maakten van de handelwijze van Stolte melding bij de ministers Plasterk en Opstelten van Veiligheid en Justitie.