In Holland stond een huis

Juul Martin bouwde in drie jaar een huis van overbodige spullen dat een werkplaats moest worden voor ‘sociaal ondernemers’. Helaas ging het huis net voor de opening in vlammen op.

Juul Martin op de plaats waar in augustus nog het huis stond Foto’s Peter de Krom

Hij zwaait een denkbeeldige deur open en stapt over een drempel die er niet is. Na een paar grote passen wijst Juul Martin (32) op twee gaten in de grond. „Hier zaten de toiletten.” Hij loopt door het huis dat tot twee weken geleden op deze plek stond. Keuken, zithoek, werkplekken. In het zand ligt een vierkant van stenen. „Dit zou een terrasje worden.” De nacht nadat de vrijwilligers de contouren hadden gelegd, ging het Huis van Overvloed in vlammen op.

„Zonde”, en „verschrikkelijk”, vindt Nijmegenaar Martin. Bijna drie jaar werkte hij samen met wie maar wilde (dat werden bijna driehonderd mensen) aan een huis dat zou dienen als werkplaats voor sociaal ondernemers. Voorwaarde bij het gebruik van bouwmaterialen was dat de spullen gratis waren.

Zo is de glazen pui van vriendin Cindy die haar huis ging verbouwen, kwamen negenduizend betonklinkers van de gemeente (ze waren verkeerd besteld), kon Martin de gipsplaten ophalen bij Museum Het Valkhof (ze dienden als ophangwanden tijdens een expo over pop art) en werden vijftien zonnepanelen geschonken door een fabriek (want onverkoopbaar wegens kleurverschil).

De muren bestonden uit drie lagen pallets die op de nominatie stonden voor vernietiging en de trap die langs de gevel naar het dak liep, werd gemaakt van diezelfde pallets. Postbode Modest, die in een vorig leven timmerman was, kwam elke dag na zijn postronde een paar uur werken aan de treden.

Uit bed gebeld door de politie

Het idee om een huis te bouwen van restmaterialen kreeg Martin toen een vriend een tafel had gemaakt van hout dat hij ophaalde bij mensen die een plankje overhadden. „Als een tafel lukt, zou een huis dan ook lukken?” vroeg Martin zich af. Van bouwen had hij als afgestudeerd psycholoog geen verstand. Gelukkig was daar de bevriende architect Ralph van Tongeren die een ontwerp maakte. Bij de gemeente klopte hij aan voor een stukje grond.

De plek waar Martin vanmiddag staat, op het fundament van wat tot voor kort een huis was, ligt naast de Waalbrug aan de noordkant van Nijmegen. Kijkt hij omhoog, dan ziet hij het verkeer dat de stad verlaat langsrazen. Draait hij zich met de rug naar de brug, dan kijkt hij op een poel waarin kikkers kwaken en vissen zwemmen. In de bosschages is zelfs een ree gezien. Tot 2016 mag hij de grond lenen, daarna is die nodig voor herinrichting en zou het recyclehuis worden gedemonteerd. „Dit is een heel fijne plek.”

Op de ochtend van zaterdag 24 augustus werd Martin om zeven uur door de politie uit zijn bed gebeld. Om twintig over zeven stond hij op ‘deze heel fijne plek’ naast het huis dat aan één kant zwart was. De brandweer had de vlammen inmiddels gedoofd, maar de schade was groot. Iemand vroeg hem: „Zullen wij het meteen maar slopen of doet u dat zelf?” Martin blokkeerde. „Ik ben een optimist, dacht dat het wel mee zou vallen.” Samen met de ‘harde kern’ van bouwers die hij inmiddels had gealarmeerd, kon hij alleen maar toekijken hoe zijn ideële project binnen een paar uur met de grond gelijk werd gemaakt.

Martin is niet boos, omdat hij niet weet wat er is gebeurd. De politie vermoedt dat het Huis van Overvloed is aangestoken. Stroom en gas waren er immers niet, dus een spontaan vuur lijkt uitgesloten. „Ik ben wel verontwaardigd. Wie doet zoiets? Waarom? Heb je dit gedaan omdat je ons project niet leuk vindt? Of omdat je vuur leuk vindt?” Martin hoopt dat politieonderzoek tot antwoorden leidt. „Het is niet goed om wrok of haat met je mee te dragen.”

Dat het huis er niet meer is, betekent niet dat het project is mislukt. „Juist niet. We hebben laten zien dat je met spullen die over zijn een huis kunt bouwen. Dat mensen best iets willen weggeven als je daar om vraagt. Ontzettend jammer dat het fysieke bewijs er niet meer is, maar we hebben duizenden foto’s en films. Wat ook niet weg is, is de groep van driehonderd mensen die iets goeds wil doen voor de stad en voor de wereld. De burgemeester belde me om zijn medeleven te betonen en ik zei: wij moeten eens koffiedrinken. Dat hebben we gedaan. Hij moet weten wat hier de afgelopen jaren is ontstaan en dat er toffe ideeën zijn om de stad mooier te maken.”

Voor de sociaal ondernemers die in ruil voor het aanvullen van de koffie of het meebrengen van huisvuilzakken gratis in het huis zouden mogen werken, komt waarschijnlijk een andere plek beschikbaar. Misschien geen zelfvoorzienend huis op zonne-energie met een septic tank en een waterput in de tuin zoals het Huis van Overvloed, maar bijvoorbeeld een leegstaand kantoorpand. „Dat scheelt drie jaar bouwen.”

De opening van het Huis van Overvloed morgen gaat gewoon door, ook al ontbreekt het huis. Het wordt de Dag van Overvloed. „Het gaat om het principe. Delen is leuk. We vragen iedereen iets lekkers mee te nemen en een verlanglijstje. Wat wil je en waar ben je goed in? We willen verbindingen leggen. Misschien is er iemand die goed is in stichtingen oprichten en komt er een ander die graag een stichting in het leven wil roepen. Die kunnen elkaar dan treffen.”

Juul Martin propageert de deeleconomie. In het Noord-Limburgse dorp waar hij opgroeide was het heel gewoon dat je vrijwillig hielp op de voetbalclub en dat buren spullen van elkaar leenden. „Waarom heeft iedereen een boormachine terwijl je een keer per maand een gaatje boort?” Een auto kun je delen als je die niet dagelijks nodig hebt. Scheelt grondstoffen. Scheelt oorlogen. „In Congo vechten ze om mijnen.

Weggeefwoensdag

Martin is gaan zitten op een stapel planken in de schaduw van een walnotenboom. Nee, hij wist vroeger niet wat hij wilde worden en nu begrijpt hij waarom. Want: hoe noem je zijn professie? Martin koppelt vraag aan ongebruikt aanbod. Zijn geld verdient hij met lezingen en zich laten inhuren door maatschappelijke ondernemingen voor creatieve sessies en procesbegeleiding. Daarnaast begon hij de hashtag ‘weggeefwoensdag’ op Twitter en riep hij op Facebook de groep ‘ik geef weg’ in het leven. Die Facebookgroep telt inmiddels 13.000 vrienden.

Zijn nieuwste initiatief is ‘FF lenen’. „Heel lokaal. Mensen lenen een decoupeerzaag of een kabeltje van elkaar. Dat is best spannend als je elkaar niet kent. Ik leende een parasol uit, het duurde vijf weken voor ik ’m terug kreeg.” Het maakt een samenleving volwassener als de leden hun eigen verantwoordelijkheid moeten nemen, is zijn ervaring.

„Weet je”, zegt hij terwijl zijn blik rust op de fundamenten van het huis. „Het Huis van Overvloed was een heel zuiver project. Er was geen geld mee gemoeid en iedereen die meewerkte deed dat omdat-ie dat zélf wilde. Maar die zuiverheid maakt het kwetsbaar. Een kasteel zou de brand hebben overleefd.”

In een hoek van de bouwplaats staat nog een bar op wielen, een van de weinige meubelen die konden worden gered. Alleen het plexiglazen werkblad, restmateriaal dat werd geschonken door een orthesemakerij, is kromgetrokken door de hitte. Er komt een nieuw blad op zodat er bij de opening een rijdende bar is. Martin wijst naar de grijze zwenkwieltjes. „Van een ziekenhuisbed. Gekregen van de St. Maartenskliniek.”

Lees meer over het project op www.huisvanovervloed.nl