Het is heel erg knus in Three Pines, maar er blijven wel doden vallen

Agatha Christie heeft – na lang wachten – al enige jaren een waardig opvolgster gevonden in de Canadese schrijfster Louise Penny. Haar negende thriller over inspecteur Armand Gamache staat deze week onmiddellijk na verschijnen op nummer één in de hardcover top-tien van The New York Times en is ideaal voor wie een moderne versie van de prettige kneuterigheid van Christie zoekt. Penny verkoopt al jaren zeer goed en heeft veel van wat er in dit genre aan prijzen te winnen valt in de kast staan. Aan wie geen Engels leest gaat zij echter al bijna evenzoveel jaren voorbij; op haar eerste twee boeken na is haar werk niet in het Nederlands vertaald. Onbegrijpelijk, want voor deze goed geschreven, emotionele (vaak ronduit sentimentele), maar ook gewelddadige en moderne thrillers over het contrast tussen het grootsteedse corrupte Montréal en het intens kneuterige naburige dorpje Three Pines is duidelijk een markt. Gelukkig suggereerde Penny eerder dit jaar op haar Facebook-pagina dat over Nederlandse vertalingen wordt gesproken.

De overeenkomst tussen Agatha Christie en Louise Penny is de knusse rurale setting en dito hoofdpersonen. Wat het fictieve plaatsje St. Mary Mead was voor Agatha Christie en haar Miss Marple, is Three Pines voor Louise Penny en Armand Gamache. Hij is de succesvolle chef Moordzaken van de Sûreté du Québec in Montréal, bescheiden doch krachtdadig, getrouwd en baasje van de allerliefste hond ter wereld. Zijn werk voert hem regelmatig naar Three Pines.

Ah, Three Pines. Het is gelegen in een zeer diep dal omringd door bomen, door de natuur afgeschermd van de boze buitenwereld en van mobiel bereik. Iedereen woont er in blokhutten lijkt het, rook kringelt eeuwig uit de schoorstenen en als je bij wie van de vaste personages dan ook een voet over de drempel zet, krijg je onverbiddelijk een mok warme chocolademelk met een stokje kaneel en een geurige stoofschotel in je verkleumde handen gedrukt. Het is Heel Erg Knus in Three Pines en vaker Kerst dan statistisch mogelijk. In scherp contrast met deze heerlijkheid vallen er onder de goede burgers van Three Pines wel opmerkelijk veel doden.

Een ander contrast is dat tussen het verpeste, uiterlijke Montréal en het goede, innerlijke Three Pines. De kleine intrige te Three Pines betreft ditmaal een ingewikkelde moord op het laatste lid van een beroemde vijfling, de grote intrige te Montréal betreft corruptie op epische schaal en de ontmanteling van Gamache’s team.

Penny jongleert vakkundig met beide. Het is weer eens wat anders dan het gebruikelijke Scandinavische existentialisme en de Angelsaksische gewelds-porno. Cynische thrillerlezers zullen dit boek mijden, veel anderen krijgen juist trek in meer Penny-moorden en in stoofschotels.

Robert Gooijer