Gemeenten willen verzorging van ouderen toch in hun takenpakket

Gemeenten vinden het een slecht plan om de verzorging van ouderen uit te besteden aan zorgverzekeraars. Ze willen het zelf gaan doen vanaf 2015.

De gemeenten vinden het een slecht plan om de ‘verzorging’ van thuiswonende ouderen niet aan hén uit te besteden maar aan de zorgverzekeraars. Dit zegt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in reactie op het nieuws dat thuiszorgorganisaties met staatssecretaris Van Rijn (PvdA, Zorg) een alternatief uitwerken voor de toekomst van de verzorging van ouderen die thuis wonen. Onder verzorging wordt onder meer verstaan: wassen, steunkousen aantrekken, uit bed helpen.

De gemeenten zouden vanaf 2015 verantwoordelijk worden voor de inkoop van die verzorging, wat nu nog gebeurt onder de AWBZ (het Rijk). Maar de verpleging van diezelfde ouderen (wond schoonmaken, bloeddruk meten, infuus instellen) zal in 2015 onder de Zorgverzekeringswet komen te vallen. Dat wordt dan ingekocht door de regionale zorgkantoren van de zorgverzekeraars. Met de ‘verzorging’ van mensen die thuis wonen is nu 2,7 miljard euro per jaar gemoeid.

Gisteren bleek dat zowel thuiszorgorganisaties als patiëntenverenigingen Van Rijn sinds de zomer proberen te overtuigen om de verzorging én de verpleging bij elkaar te houden omdat het grotendeels over dezelfde groep patiënten gaat. Verzorging zou dan ook onder de Zorgverzekeringswet kunnen vallen, waardoor de patiënt er feitelijk voor verzekerd is op grond van de zorgpremies die hij verplicht betaalt.

In de hervormingsplannen voor de AWBZ die Van Rijn eind april presenteerde, droeg hij de verzorging vanaf 2015 over aan de gemeenten, die al de huishoudelijke hulp (schoonmaak) voor thuiswonende patiënten organiseren. Zij zouden er 25 procent minder geld van het Rijk voor krijgen dan er nu aan wordt besteed. Volgens thuiszorgorganisaties zijn verpleging en verzorging onlosmakelijk met elkaar verbonden.