Column

Geen wensgedachte maar een constatering

In een breed opgezet opiniestuk in NRC Weekend van deze week identificeert de politicoloog Pieter van Os een nieuwe vijand. ‘Het vernietigende werk van de salonpopulist’, zo luidt de verontrustende kop. Een heel hoopje denkers moet eraan geloven, van Arnon Grunberg tot Marc Chavannes, van Bas Heijne tot Gerrit Komrij, die zich ooit in niet mis te verstane bewoordingen hebben uitgelaten over het povere functioneren van ons democratisch bestel. Ook ik sta op de hitlist, omdat ik een keer heb geschreven dat de democratie ‘een verliezend concept’ is, omdat zij ‘te traag’ is en ‘te weinig slagvaardig’. Wie dit soort kritiek uit, is volgens Van Os immoreel en gevaarlijk. ‘Door afstand te nemen van de hele politiek, dreigt hij een self-fulfilling prophecy te creëren.’ En daarmee is hij geen haar beter dan de populisten die hun aanhang mobiliseren uit mensen met een algehele afkeer van elke vorm van Haags geneuzel. Wij zijn eigenlijk neppopulisten, omdat wij niet van de straat zijn. Daarom noemt Van Os ons salonpopulisten, Maar doordat wij het vertrouwen in de politiek als zodanig ondermijnen, zijn wij net zo schadelijk als de vertolkers van de onderbuikgevoelens van de straat.

Volgens Pieter van Os is de Haagse politiek goed en belangrijk en is het onze taak om dat bij voortduring te benadrukken. Ik wil hem feliciteren met zijn onwrikbare geloof in Haagse procedures. En ik zou werkelijk niets liever willen dan zijn mening delen. Dat zou mij veel gelukkiger maken.

Toen ik zei dat de democratie een verliezend concept is, sprak ik geen wensgedachte uit. Integendeel. Ik maakte met bloedend hart een feitelijke constatering. Terwijl we in de Tweede Kamer uitsluitend nog kunnen besluiten over een asielzoeker meer of minder, procedures inzake gestrande bultruggen, de maximumsnelheid op onze snelwegen en hier en daar een half miljard voor het een of ander, knipt de Europese Centrale Bank voor 1.000 miljard in haar vingers en er is geen tijd om die goocheltruc te laten ratificeren door 27 stroperige parlementen. Nogmaals: dit is geen realiteit waar ik blij mee ben. Maar het is wel de realiteit.

Het label salonpopulist ervaar ik als een belediging. Het is niet mijn ambitie om vanuit het comfort van mijn voorkamer uit rancune de democratie naar de klote te schrijven, maar om haar uit liefde zo kritisch mogelijk te volgen. Het gebruik van de term salonpopulist is in feite populistisch. Wanneer ieder die zijn bedenkingen heeft bij het functioneren van de parlementaire democratie in Nederland automatisch wordt gediskwalificeerd als een anti-democratische populist, is elke inhoudelijke discussie onmiddellijk doodgeslagen. En het gevaarlijkste is nog dat de werkelijke populisten dan hebben gewonnen, omdat het onderscheid tussen geïnformeerde kritiek en rancuneus geschreeuw is vervaagd.