Er bestaan maar twee goede fluiten

Ik fluit mijn wedstrijden in een geel shirt. Als een van de teams in diezelfde kleur speelt, heb ik een probleem, dus kijk ik op Marktplaats of ik mijn uitrusting voor een schappelijk prijsje kan aanvullen.

De verkoper heet Pierluigi-010. „Nooit gedragen” staat er bij de advertentie. Ik zie iemand voor me die vol enthousiasme een tenue heeft aangeschaft, maar zijn nieuwe hobby nog voor het seizoen goed en wel van start is gegaan alweer moest opgegeven. Is het plotseling opgekomen angst? Een onverwachtse emigratie? ’s Avonds sta ik bij Pierluigi op de stoep. „Hé dan, ik ben Harry.” Een gezette man van middelbare leeftijd geeft me een stevige scheidsrechtershand. „Kom d’r in, gozer.”

Harry blijkt al negentien jaar met plezier te fluiten. Altijd als de nieuwste collectie scheidsrechterskleding in de winkel ligt, doet hij zijn oude, deels ongedragen kloffie de deur uit. Harry noemt zichzelf een liefhebber. In zijn woonkamer, recht boven de witlederen bank, hangt een enorme, ingelijste foto van Pierluigi Collina. De kale, wereldberoemde ex-scheidsrechter houdt met zijn wijd opengesperde ogen het bezoek in de gaten.

„Kom je mee, gozer?” In de slaapkamer laat Harry me met trots zijn verzameling zien. Hij heeft stapels shirts in allerlei kleuren met bijpassende broekjes, kousen en zelfs zweetbandjes. „En de fluiten natuurlijk.” Harry trekt een la open. Ik tel meer dan dertig fluitjes en vraag of hij ze allemaal gebruikt. Er liggen ook collectors items tussen, vertelt Harry, maar als het even kan probeert hij wel de kleur van zijn shirt met de kleur van zijn fluit te matchen. „Voor het totaalplaatje.” Volgens Harry bestaan er maar twee goeie fluiten. De Tornado 2000 en de Fox 40. „Die dwingen respect af”, zegt hij. „En respect heb je nodig.”

Ik pas het blauwe Marktplaatsshirt. Het zit prima. Harry vindt dat ik er eigenlijk nóg eentje moet hebben. Een beetje scheids heeft volgens hem minstens drie verschillende kleuren. „Deze heb ik vaak gedragen”, zegt Harry. Hij wijst op de borstzak van een grijs exemplaar. „Hoeveel kaarten ik hier niet uit tevoorschijn heb getrokken.” Ik koop twee shirts voor veertig euro. Harry trekt de fluitjesla weer open en haalt er een zwarte Fox 40 uit. „Die krijg je erbij”, zegt hij. „Gratis en voor niets.”

Even later fiets ik met mijn buit naar huis. Halverwege haal ik het fluitje uit mijn jaszak en blaas erop, zo hard als ik kan. Een tegenligger kijkt me verschrikt aan en noemt me een debiel. Ik fantaseer hoe liefhebber Harry in het dagelijks leven altijd zijn kaarten bij zich draagt. Heeft zijn vrouw de afwas niet gedaan? Gele kaart. Is zijn wedstrijdshirt niet op tijd gestreken? Weer geel. En wordt hij op straat uitgescholden voor debiel? Donkerrood.