En ondertussen loopt de teller vrolijk door

Als we straks met 10 miljard zijn, moet men schietlessen nemen om te overleven, aldus Stephen Emmott. Nee, we moeten ons aanpassen, vindt Danny Dorling. Beiden hebben ongelijk.

iPopulation is een simpel appje voor de smartphone. Het toont tien ‘wieltjes’ met cijfers van 0 tot 9, net als een kilometerteller van een auto. Daarboven alleen het woord ‘Wereldbevolking’. De cijfers stonden, bij het begin van dit verhaal op 7.144.874.573. Zevenmiljardhonderdvierenveertigmiljoenachthonderdvierenzeventigduizendvijfhonderddrieënzeventig. Het rechterwieltje draait razendsnel rond – bijna drie keer tijdens het typen van dit getal. Dat betekent dat de aarde er ongeveer dertig mensen bij heeft gekregen.

Er zijn wel meer van dit soort tellers. Op worldometers.info wordt niet alleen de totale wereldbevolking bijgehouden (ze liggen overigens zo’n 33 miljoen mensen voor op iPopulation), maar ook het aantal geboorten en sterfgevallen per dag en per jaar. En bijvoorbeeld ook het aantal inwoners per land. Iedere keer als er één Chinees wordt geboren, blijken er ongeveer twee Indiërs te zijn bijgekomen. Nu heeft China ruim 1,38 miljard inwoners en India 1,25 miljard. Maar rond 2030 is India naar verwachting China gepasseerd.

Worldometers.info heeft ook een linkje naar ‘view all people on 1 page’, een webpagina met zeven miljard piepkleine poppetjes (de stand van 31 oktober 2011), met verschillende kleuren voor ieder werelddeel. Wie er met de muis overheen glijdt, ontdekt dat elk poppetje apart is geteld.

De cijfers hebben iets beangstigends. En dat lijkt precies de bedoeling. Hoe lang kan deze groei en versnelling nog doorgaan? Het eerste miljard bereikte de mensheid ongeveer in 1804, over het volgende miljard deden we 123 jaar. Daarna ging het steeds sneller: 3 miljard na 33 jaar in 1960, 4 miljard in 1974, 5 miljard in 1987, 6 miljard in 1999 en 7 miljard in 2011. Waar moet dat eindigen?

De bevolkingsafdeling van het departement van economische en sociale zaken van de VN geeft regelmatig antwoord op die vraag. Zo werden een paar maanden geleden in ‘The 2012 Revision’ de cijfers nog naar boven bijgesteld. Tot voor kort dachten de VN-demografen dat de aarde halverwege deze eeuw de negen miljard zou bereiken en aan het eind ongeveer tien miljard. Inmiddels gaat het toch weer sneller. Nu is de meest aannemelijke verwachting dat de aarde rond 2100 zit opgescheept met bijna elf miljard mensen.

Daarmee zijn de titels van twee recent verschenen boeken over bevolkingsgroei achterhaald. 10 Billion van Stephen Emmott en Population 10 Billion van Danny Dorling gaan nog uit van de vorige VN-raming. En hoewel beide auteurs een tegenovergestelde visie op het thema hebben, zullen beiden de nieuwe cijfers zien als een bevestiging van wat zij beweren.

Volgens Stephen Emmott, hoofd van het Microsoft-laboratorium in Cambridge en hoogleraar computerkunde in Oxford, zal de toename van de wereldbevolking leiden tot een ongekende crisis. Door een snellere aanwas komt die crisis alleen maar eerder. Grondstofreserves zijn eindig en we zijn door klimaatverandering en milieuvervuiling de planeet in rap tempo aan het uitputten, concludeert Emmott. Zijn boekje eindigt met de opmerking: ‘We moeten dringend iets doen [...] iets radicaals om een wereldwijde catastrofe te voorkomen. Maar ik denk niet dat we dat zullen doen. I think we’re fucked.

Ten slotte vraagt Emmott – wiens boek gebaseerd is op een reeks theatervoorstellingen die hij vorig jaar gaf – aan een volgens hem briljante, rationele, jonge wetenschapper in zijn laboratorium, wat hij zou doen aan deze situatie, als hij slechts één antwoord mocht geven. De wetenschapper zegt: ‘Mijn zoon leren hoe hij een pistool moet gebruiken’. Een pessimistischer conclusie is nauwelijks denkbaar.

In tegenstelling tot Emmott dartelt Danny Dorling, hoogleraar sociale geografie in Sheffield (en binnenkort in Oxford), luchtig over al die sombere voorspellingen heen. Allereerst, zegt Dorling, bewijst de recente herziening van de VN-cijfers de relativiteit van die cijfers zelf. Een minuscule verandering in de vruchtbaarheid (bijvoorbeeld niet 2,1 kind per vrouw, maar 1,8) kan over enkele decennia zomaar een verschil maken van een half miljard mensen.

Dorling verwacht dat de bevolkingsgroei zal stagneren en zal omslaan in een krimp – met allerlei problematische gevolgen van dien. Bovendien is volgens hem niet bevolkingsgroei het probleem, maar consumptie. Hij concludeert dat er geen recht evenredige relatie bestaat tussen de impact die mensen hebben op het milieu en bevolkingsaanwas. Er is, schrijft Dorling, een alternatief voor bangmakerij: ‘stop met het kopen van dingen die je niet nodig hebt’.

Somberen over de toekomst van de mensheid is van alle tijden. De Engelse predikant Thomas Malthus voegde aan het einde van de 18e eeuw in zijn Essay on the Principle of Population aan al die zwaarmoedige theorieën de angst voor overbevolking toe. Malthus veronderstelde dat de groei van de landbouwproductie nooit die van de bevolking zou kunnen bijhouden.

Critici van het malthusianisme – Dorling is een van hen – zeggen dat de geschiedenis hem ongelijk heeft gegeven. Malthus zag de industriële revolutie niet aankomen en had onvoldoende oog voor de inventiviteit waarmee de mens zijn problemen aanpakt. Voedselveredeling, massaproductie, verbetering van de gezondheidszorg, onderwijs – allemaal droegen ze op hun manier bij aan het voorkomen van tekorten aan eerste levensbehoeften. Er is geen reden om aan te nemen dat het menselijk vernuft niet ook deze ‘crisis’ de baas kan.

Emmott gelooft daar niets van. We hebben de afgelopen eeuwen op de pof geleefd, stelt hij vast. Hij heeft daarbij de neiging om uit de wetenschappelijke modellen steeds de negatiefste toekomstverwachtingen te schetsen. Een enkele keer doet hij daarbij de waarheid geweld aan. Zo stelt hij dat door erosie jaarlijks veertien meter van de Arctische kustlijn wordt weggeslagen. In werkelijkheid is de terugtrekking slechts een halve meter, op een paar kleine gebieden (zoals in Alaska) na.

Uiteindelijk concludeert Emmott dat de bevolkingsgroei alleen bij te benen was door de planeet op grote schaal te plunderen. Vooral op de gevolgen van de energieopwekking met fossiele brandstoffen hebben we ons flink verkeken, door de broeikasgassen die daarbij vrijkomen te negeren en geen rekening te houden met de opwarming van de planeet. ‘Op dit moment heeft ieder blad aan alle bomen op aarde te maken met een niveau van kooldioxide dat de planeet in miljoenen jaren niet heeft gekend. Hoe planten daarop zullen reageren weten we niet precies’.

Soepel fulminerend legt Emmott uit dat broeikasgassen niet het enige risico vormen: voor één kop koffie is honderd liter water nodig, een reep chocola kost 2.700 liter water, een kip 9.000 liter. En dan hebben we het alleen nog maar over eten. Voor één computerchip is maar liefst 72.000 liter water nodig. En in 2012 werden er twee miljard van dat soort chips geproduceerd, schrijft Emmott. Complete ecosystemen dreigen volgens hem te bezwijken onder de menselijke consumptiedrift.

Dorling hekelt Emmotts ‘boze pessimisme’. Hij wijst op ontwikkelingen in veel westerse landen, waar de uitstoot van broeikasgassen is verminderd, het gebruik van kunstmest is gedaald, het milieu schoner is geworden, minder elektriciteit wordt gebruikt, minder water en andere grondstoffen worden verspild.

Voor een energievoorziening zonder broeikasgassen zouden volgens Emmott tegen het einde van deze eeuw 23.000 kerncentrales nodig zijn, 14 miljoen windturbines, of 36 miljard zonnepanelen – een illusie dat we die kunnen bouwen. Zelfs Dorling erkent dat ‘uiteindelijk geen enkele hoeveelheid windenergie of andere technologische verandering in hoe we energie produceren, huizen bouwen of reizen voldoende zal zijn om onze toenemende problemen met overconsumptie en hebzucht op te lossen’. Dus, zegt Dorling, is de enige de oplossing een ‘verandering in hoe we ons gedragen en wat we wensen’. Nee, denkt Emmott, we zullen ervoor kiezen gewoon door te gaan met het gebruik van fossiele brandstoffen en daarbij de opwarming van de planeet voor lief nemen.

Voorlopig heeft Emmott het gelijk aan zijn kant. Kijk maar naar de oliewinning door Shell in het kwetsbare Arctische gebied en recente exploratie van schaliegas en schalieolie in de VS. De speurtocht naar fossiele brandstoffen in steeds verdere uithoeken van de planeet en dieper onder de grond gaat gewoon door.

De verdienste van Emmott en Dorling is dat ze het aandurfden om een gevoelig thema als overbevolking aan de orde te stellen. Maar ze zijn er geen van beiden echt in geslaagd een serieus antwoord te formuleren. Voor Emmott staat overbevolking aan het begin van de keten van ellende die heeft geresulteerd in de noodtoestand die de mensheid over de aarde heeft uitgeroepen. Hij neemt overbevolking zo serieus dat hij geen oog heeft voor andere oorzaken van de milieucrisis. De lezer vervolgens een pistool aanbieden, kan niet als een serieuze oplossing van het probleem worden beschouwd.

Maar de geruststelling van Dorling, die goochelt met de cijfers tot blijkt dat overbevolking helemaal geen probleem is, overtuigt ook niet. Hij is weliswaar serieuzer, maar zijn oplossing – als we met zijn allen nou gewoon een beetje beter ons best doen, komt het goed – is te simplistisch.

Volgens een recent onderzoek naar The Material Footprint of Nations in het tijdschrift van de Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS) wordt jaarlijks 70 miljard ton grondstoffen aan de aarde onttrokken. In rijke landen verbruiken mensen gemiddeld zo’n 30 ton aan grondstoffen, een Indiër ongeveer 6 ton. Als de aarde in 2050 negen miljard bewoners telt, die allemaal een westers consumptiepatroon nastreven, zijn volgens de onderzoekers ieder jaar 270 miljard ton aan grondstoffen nodig zijn. Dat is niet vol te houden. Bevolkingsgroei wordt daarmee een verdelingsvraagstuk. Die verdeling is niet met een pistool af te dwingen en gaat evenmin vanzelf.

En intussen staat de teller van iPopulation op 7.144.954.869.