Egyptische regering verlengt noodtoestand met 2 maanden

De Egyptische interim-president Adli Mansour heeft gisteren de noodtoestand met twee maanden verlengd. Hij noemde de aanhoudende onveiligheid, onder meer door toenemend geweld van extremistische groepen, als reden voor de verlenging.

Eerder zei Mansour nog dat de noodtoestand, bijna een maand geleden ingevoerd na de gewelddadige ontruiming van protestkampen van de Moslimbroederschap in Kairo, half september zou worden opgeheven. Onder de noodtoestand heeft het leger verregaande bevoegdheden om iedereen te arresteren die als een gevaar geldt voor de openbare veiligheid.

Dit heeft grote symbolische waarde. President Mubarak gebruikte de noodtoestand dertig jaar lang als instrument om de oppositie te onderdrukken, voornamelijk de Moslimbroederschap.

Een regeringsfunctionaris zei dat de autoriteiten meer moordpogingen verwachten, zoals vorige week op minister van Binnenlandse Zaken Mohammed Ibrahim. Hij zei dat er zo’n 10.000 militanten actief zijn in de Sinaï-woestijn, van wie sommigen voormalige gevangenen zijn die door de afgezette president Morsi waren vrijgelaten.

De Egyptische staatstelevisie beschuldigde de Palestijnse beweging Hamas er gisteren van Egyptische fundamentalisten te trainen in het plegen van aanslagen. Hamas ontkent de beschuldigingen. Sinds de coup tegen Mohammed Morsi heeft de Egyptische interim-regering de druk op Hamas, de Palestijnse tak van de Moslimbroederschap, opgevoerd. (AP, Reuters)