Crisis remt aandacht voor duurzaamheid

Beleggers laten zich vaker leiden door duurzaamheid.

Aandacht bedrijven voor duurzaamheid verflauwt.

De grootste 500 bedrijven ter wereld stoten jaarlijks 3,6 miljard ton broeikasgassen uit. Volgens het Carbon Disclosure Project (CDP), dat samen met het consultancybedrijf PwC onderzoek doet naar het klimaatbeleid van bedrijven, zijn de vijftig meest vervuilende bedrijven in die lijst verantwoordelijk voor ongeveer driekwart van al die broeikasgassen.

Het CDP voert het onderzoek al jaren uit, in opdracht van 722 institutionele beleggers – ze staan allemaal keurig vermeld in het gisteren verschenen rapport. Samen vertegenwoordigen zij volgens het CDP een bedrag van 87.000 miljard dollar aan geïnvesteerd vermogen. Volgens de onderzoekers laten deze beleggers zich in hun strategie steeds vaker mede leiden door het duurzaamheidsbeleid van een bedrijf – een duidelijk teken dat duurzaamheid goed verkoopt.

Het is dan ook niet toevallig dat 51 procent van de bedrijven als een risico van klimaatbeleid ‘reputatie’ noemt, of eigenlijk reputatieschade. Dat is een opmerkelijk risico tussen ‘droogte en extreme neerslag’, ‘koolstof belasting’ en ‘emissiehandel’. Steeds meer grote bedrijven realiseren zich dat ze een klimaatstrategie moeten ontwikkelen, schrijft het CDP. In het rijtje met kansen van klimaatbeleid noemt 53 procent van de bedrijven ‘veranderend consumentengedrag’.

Volgens het hoofd van het CDP, Paul Simpson, is er voldoende wetenschappelijk bewijs voor het voortzetten van een beleid dat economische groei combineert met reductie van de uitstoot van broeikasgassen. „Het toenemende aantal extreme weersgebeurtenissen zendt een duidelijk signaal”, zei Simpson bij de presentatie van het rapport, afgelopen woensdag. „Het is onontkoombaar dat grote vervuilers hun prestaties op dit gebied verbeteren en dat overheden de voorwaarden scheppen om te zorgen dat dit gebeurt.”

Maar volgens de onderzoekers doet de economische crisis de aandacht voor klimaat geen goed. Dat is in de eerste plaats een verwijt aan overheden. Internationaal zitten de onderhandelingen muurvast. Op dit moment zijn de landen het er alleen over eens, dat ze in 2015 eens willen worden over afspraken voor terugdringing van broeikasgassen vanaf 2020. Nu al vrezen veel betrokkenen dat die datum niet gehaald zal worden.

Het CDP verwijt ook de grote bedrijven dat ze te weinig doen om hun uitstoot terug te dringen. De grootste vijftig vervuilers (vooral in de sectoren energie, grondstoffen en industrie) zagen hun uitstoot afgelopen jaar gemiddeld met 1,65 procent stijgen, naar 2,54 miljard ton. Dat is volgens het CDP net zoveel als de jaarlijkse uitstoot van 8,5 miljoen vrachtwagens of van de elektriciteitsproductie voor 6 miljoen huishoudens. In de tien industriële sectoren die het CDP onder de loep nam, nam de uitstoot van de grootste vijf vervuilers sinds 2009 met 2,3 procent toe.

Daar komt nog bij dat veel bedrijven slecht zicht hebben op wat het CDP ‘de indirecte uitstoot als gevolg van hun activiteiten’, noemt, zoals de uitstoot die gepaard gaat met zakenreizen van het personeel. Slechts 6 procent van de ondervraagde bedrijven telt de milieu-impact van die reizen mee in het totaal van de ‘milieuschade’ van het bedrijf.

Volgens Malcolm Preston, hoofd duurzaamheid en klimaat van PwC, maakt het rapport duidelijk dat klanten, toeleveranciers, werknemers, regeringen en de samenleving als geheel veeleisender worden. Hij maakt een onderscheid tussen bedrijven die „echt gericht zijn op duurzame langetermijngroei” en bedrijven die zonder gericht beleid reageren, alleen doen wat minimaal vereist is en vervolgens maar weer „afwachten tot het volgende thema opdoemt”. Volgens Preston ondernemen bedrijven zelf actie, of ze riskeren dat het initiatief hun door de overheid uit handen wordt genomen.

Het CDP-rapport onderzocht zowel de openheid van de bedrijven over hun klimaatbeleid als de daadwerkelijke prestaties die ze leveren op het gebied van de reductie van broeikasgassen. In die laatste categorie doen Europese bedrijven het over het algemeen beter dan hun Noord-Amerikaanse concurrenten – mogelijk mede door het Europese klimaatbeleid. Maar volgens het CDP is het aantal Amerikaanse bedrijven in de prestatielijst in het afgelopen jaar wel verdubbeld.