Braziliaanse straatkinderen maken zelf foto’s: zo dichtbij komt niemand

Een dikkerd op een trilplaat. Tips over het nieuwste statief. SHUTR gaat ten onder, maar er blijven genoeg andere fotobladen over.

Terwijl beeldend kunstenaars en theatercollectieven gebukt gaan onder de crisis, floreert de fotografie. Althans zo lijkt het wanneer je het tentoonstellingsaanbod van september bekijkt.

Zo begint volgende week de eerste Nationale Fotoweek. Tien dagen lang worden overal in Nederland exposities, workshops en lezingen georganiseerd. In Groningen is het jaarlijkse fotofestival Noorderlicht. En in Amsterdam vindt eind deze maand fotobeurs Unseen plaats.

In het tijdschriftenschap gebeurt al net zoveel. Niet alleen komen ‘gewone’ bladen met eigen fotografiespecials (Quest, Vrij Nederland), er is ook een flinke stapel fotografiebladen te koop. Deze tijdschriften zijn grofweg te verdelen in twee categorieën. De vakbladen met informatie voor de (amateur-)fotograaf: hoe fotografeer je dieren, wat is de beste lens? En de beeldbladen waarin het draait om de foto’s zelf.

In die laatste categorie is GUP, Guide to Unique Photography, een van de bekendste en succesvolste. En dat is niet voor niets. Waar veel andere fotografiebladen duur, kunstig of zelfs onbegrijpelijk zijn, kiest GUP voor een andere strategie. Het kleine dikke, mooi vormgegeven boekwerk van 7 euro wil sinds de oprichting in 2005 laagdrempelig en goedkoop zijn. Dat lukt, zonder té simpel of té voorspelbaar te worden. Inmiddels is het tijdschrift in zesentwintig landen te koop. Het nieuwste nummer van GUP heeft als thema ‘collaboration’. Want, zo schrijft hoofdredacteur Erik Vroons: samenwerken is een trend. Waarom, dat blijft onduidelijk. De redactie verzamelde werk van fotografenduo’s. Maar ook van fotografen die samenwerken met journalisten, kunstenaars of vormgevers.

GUP is bedoeld om in te bladeren. Je ziet vreemde foto’s van het duo PutPut (een bos tulpen met een witte badmuts). Daarnaast is er werk van Taiyo Onorato en Nico Krebs, twee Zwitsers om in de gaten te houden. En er is bekend werk van de Britse fotograaf Julian Germain en twee Braziliaanse kunstenaars. Zij gaven camera’s aan kinderen in Braziliaanse krottenwijken. Het resultaat: rauwe, ontroerende beelden. Zo dichtbij komt niemand.

Net zo mooi, maar minder toegankelijk is Foam Magazine (19,50 euro). Het thema van het nieuwe nummer is ‘lust’. Naast lange, soms overbodige essays, is de meeste ruimte gelukkig gereserveerd voor beeld. Foto’s die overigens eerder wonderlijk of ranzig zijn, dan lustopwekkend. Zoals de verzameling gevonden foto’s van Erik Kessels en Paul Kooiker. We zien een dikkerd op een trilplaat, de borstontwikkeling van een twintiger en iemand die zich bevredigt met een douchekop. Titel: Terribly Awesome Photo Books.

Dat lang niet alle fotografiebladen het zo goed doen, bleek al deze week. Woensdag maakte uitgever IDG bekend dat SHUTR (9,95 euro) stopt. Van het tijdschrift dat in 2011 begon als RAW kwamen acht nummers uit. De reden? Hoofdredacteur Robert Theunissen houdt het op de markt. De doelgroep (‘enthousiaste fotografen’) is volgens hem te klein voor een rendabel magazine. Maar wellicht dat SHUTR ook te veel wilde. Of niet echt goed kon kiezen. Het blad wil namelijk modern én klassiek zijn. Fotografiemagazine én vakblad. Kunstig én glossy. In het laatste nummer komt dan ook van alles voorbij: een serie foto’s van honden in auto’s, een reportage over Afghanistan, glossy modefoto’s van balletdanseressen in een treinstation en het portfolio van een fotograaf die werkt voor National Geographic .

Er zijn artikelen over crowdfunding en over het nieuwste statief. Teksten waarbij de leek afhaakt. Want wat is een rondwand? Een toonschaal? Een lightroom? Had het blad iets meer gekozen, dan was het misschien wel overeind gebleven. Dan hadden jonge fotografen een podium behouden. Want rubrieken als ‘Werk in uitvoering’, waar zij hun lopende projecten mochten pitchen, leverden steeds verrassende pagina’s op.