Soundgarden hard maar simplistisch

Geen grunge zonder Soundgarden, maar zanger Chris Cornell was de eerste die zich distantieerde van de gruizige gitaarmuziek uit Seattle toen die met Nirvana een rage werd.

Na dertien jaar is Soundgarden terug in de oorspronkelijk bezetting uit 1994, aangevuld met drummer Matt Cameron. Een nieuw album rechtvaardigt dat de band niet als oldies-act op tournee hoeft, hoewel het repertoire nog altijd zwaar leunt op oude successen als Rusty Cage.

Vooral in de nieuwe nummers blijkt hoe arm het loeiharde samenspel van Soundgarden is, met muzikanten die nauwelijks naar elkaar luisteren en een ergerlijk simplistische bassist. Cornell zet soms een schrille falset op waar je van moet houden. Als zo’n band haar beste nummer Black hole sun niet eens speelt, is twee uur een hele zit.