Schulden? De baas helpt nu

Werknemers met financiële problemen zijn minder productief en melden zich vaker ziek. Het aantal mensen met schulden neemt toe. Via het Nibud kunnen werkgevers een financiële coach voor hen inhuren.

Schuldbewust kijkt ze op als ze ongeopende enveloppen uit een kast trekt. Op zoek naar de salarisstroken van een sportschool waar ze in het voorjaar wat bijverdiende, stuit ze op papieren die haar coach Natasja Popma nog niet gezien heeft. Post van haar ex, rekeningen en, jawel, de salarisstrookjes van april en mei. „Ik zet het op de huiswerklijst”, zegt Popma. „Laatste papieren uitzoeken.”

‘Ze’ is een 23-jarige moeder van een 2-jarige, die, uit schaamte voor haar schulden, niet met haar naam in de krant wil. Haar werkgever, een vastgoedbedrijf, huurde Natasja Popma in om haar te helpen. Popma is een financiële coach die in opdracht van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) werknemers met schulden bijstaat.

Sinds een week zet het Nibud deze coaches in, na een succesvolle pilot van een half jaar. Het instituut begon daarmee omdat steeds vaker werkgevers belden – uiteindelijk één tot drie keer per week – die zich afvroegen wat ze moesten doen met medewerkers met financiële problemen. Een peiling onder 547 werkgevers bevestigde het Nibud in het vermoeden: 79 procent van de werkgevers heeft te maken met werknemers met financiële problemen; van hen loopt 52 procent daar af en toe tegenaan, 27 procent vaak.

Die aantallen komen overeen met het aantal binnengekomen loonbeslagen: bij 50 procent van de ondervraagde bedrijven wordt af en toe beslag gelegd op het loon van een medewerker – af en toe is ‘hoogstens tien keer per jaar’. Nog een kwart maakt het vaak mee – tussen de twintig en honderd keer per jaar.

Als een schuldeiser beslag legt op het salaris van de schuldenaar komt de deurwaarder bij de werkgever langs. In bijna de helft van de gevallen is dat het moment waarop de werkgever in de gaten krijgt dat de werknemer geldproblemen heeft. Zo ook bij de cliënt van Natasja Popma.

Hoger ziekteverzuim

Een werknemer met schulden kost een werkgever veel geld: de helft van de ondervraagden denkt dat een personeelslid met geldzorgen tot 20 procent minder productief is en zich maximaal negen dagen per jaar ziek meldt als gevolg van zijn financiële problemen. De andere helft schat productieverlies en ziekteverzuim nog hoger in.

Een Nibud-coach inhuren is, voor de bedrijven die dat tot nu toe deden, goedkoper dan een tobbende werknemer. Dat zegt ook de werkgever van Popma’s cliënt. Haar leidinggevende, directeur van een vastgoedbedrijf: „Een werknemer die financieel in gort raakt, functioneert niet optimaal. Een Nibud-coach, die zo’n duizend euro kost, is een relatief beperkte investering in relatie tot het probleem.” De twintig bedrijven die sinds het begin van de proef hulp inschakelden, zijn heel verschillend, van metaaldraaierij tot bedrijf in de chemische industrie tot thuiszorgorganisatie. De achtergronden van de werknemers die hulp krijgen, variëren net zo sterk.

Als de werknemer de hulp accepteert, begint de coach met een inventarisatie van de ernst van de situatie. Denkt hij dat de schulden niet in drie jaar kunnen worden afgelost, dan begeleidt hij de werknemer naar de gemeentelijke schuldhulpverlening. Dat duurt gemiddeld drie maanden.

Dat is wat Popma nu ook doet met haar cliënt, die een BBL-opleiding (beroepsbegeleidende leerweg) tot secretaresse volgt. Ze werkt vier dagen per week en gaat één dag naar school. Haar problemen begonnen toen ze, na de geboorte van haar dochter, moest rondkomen van 700 euro studiefinanciering, terwijl de kinderopvang 500 euro kostte. De relatie met de – werkloze – vader van haar kind was verbroken. Ze nam extra baantjes, maar dat kon niet voorkomen dat de schulden zich opstapelden. Ze betaalde „de hardste schreeuwers”, zoals haar coach dat noemt. Deurwaarders, vooral. Daardoor was er voor bijvoorbeeld voor haar huisbaas geen geld meer over. Nu hangt haar huisuitzetting boven het hoofd. Popma probeert die tegen te houden. Door prijzige rechtszaken en verkeerde keuzes zijn de schulden opgelopen tot nu 17.000 euro.

‘Zonder Natasja lag ik op straat’

Ook tijdens dit bezoek van Popma blijkt ze een fout te hebben gemaakt: ze heeft haar huurschuld voor een deel afgelost via het incassobureau in plaats van haar lopende huur te betalen. Fout, want om in aanmerking te komen voor schuldhulpverlening moet je juist je vaste lasten wél betalen. Haar coach legt dat uit en geeft haar overzicht. Popma: „Er is een heel grote berg schulden en ze weet niet waar ze moet beginnen. Het voelt alsof íédereen iets van haar moet.”

Om schuldhulp te krijgen, moet ze haar vaste lasten betalen, haar administratie op orde hebben, inzicht in haar schulden hebben en financieel stabiel zijn. De hulp van Popma is daarbij onmisbaar, zegt ze in haar flat in het Brabantse Rosmalen. „Als ik niet snap wat de gemeente van me wil, zoekt Natasja dat uit. De gemeente had me überhaupt niet meer geholpen als Natasja niet voor me was opgekomen – mijn schulden waren verder opgelopen en dat mag niet als je de schuldhulpverlening in wilt. Zonder haar had ik allang op straat gelegen.”

Haar woonkamer en keuken worden verlicht door één lamp. Op de grond ligt roze kinderspeelgoed, op het aanrecht staan lege statiegeldflessen. De witte muren zijn kaal, op een tekst in zwarte plakletters na: Cherish yesterday, dream tomorrow, live today.

Popma bezoekt cliënten altijd thuis. Daar voelen ze zich veilig. En in dit geval is het handig dat de laatste rondslingerende papieren nog bij elkaar gezocht kunnen worden. „Heb je al een plekje waar je de post neerlegt?” vraagt Popma. „Nee, op tafel, denk ik.” Popma: „Dat lijkt me niet slim, dan kan je dochter erbij. Je moet echt nieuwe gewoonten gaan aanleren. Ook een kasboek gaan bijhouden, al voelt dat nu heel kunstmatig.”

Veel heeft ze niet te besteden: ze krijgt 65 euro leefgeld per week van de gemeente. Daarvan gaat 15 euro naar luiers, 10 euro naar sigaretten en dan moet ze nog boodschappen doen. „Met dat roken moet ik stoppen”, zegt ze, „maar ik heb er juist nu behoefte aan.”

Na maanden van onzekerheid onderhandelt de gemeente nu met haar schuldeisers over de percentages die ze de komende jaren kan terugbetalen. Gaan niet alle schuldeisers daarmee akkoord, en daar rekent Popma op, dan gaat ze de schuldsanering in. Een bewindvoerder zal dan zoveel mogelijk geld bijeen proberen te schrapen voor de schuldeisers door haar drie jaar lang scherp in de gaten te houden. Zo zal hij de eerste achttien maanden al haar post openen.

Maar daar maakt ze zich niet druk over. Ze is allang blij als daardoor de huisuitzetting niet doorgaat. Popma vraagt haar, aan het eind van het gesprek, of ze nog slapeloze nachten heeft. „Nee, het is een stuk rustiger in mijn hoofd nu we ermee bezig zijn. Ik heb me ingesteld op drie jaar leefgeld. Ik ga hier 120 procent voor.”