Schilderijen van ontaarde moeders

Helen Verhoeven, ‘Mother 2’, 2013 olieverf op doek 90 x 67 cm.

Alles liever dan een soort van moeder zijn: poppenmoeder, afwezig frommelende moeder, moeder met lachende mond maar woedende ogen, moeder van een gigantische stippelknuffel, moeder met smetvrees, beeldschone moeder, oh zo vurig gewenste moeder, moeder zonder kinderen. De moeders die kunstenaar Helen Verhoeven (1974) schildert zijn het tegendeel van ieder ideaal dat je ooit – al is het maar even – hebt gekoesterd over moeders en moederschap.

Verhoevens vrouwen, althans degenen die nu bij Galerie Stigter van Doesburg in Amsterdam te zien zijn, lijken verdwaald in hun rol en toch ook weer niet. Hun bezigheden hebben weliswaar iets met moederschap van doen (wiegen, voeden, verschonen), maar zijn totaal onbestemd. Hun ledematen weigeren medewerking. De psychologische afstand tussen het kind – soms niet eens in beeld gebracht – en henzelf is oneindig groot. Deze moeders zijn gelukkig noch ongelukkig. Ze leven als steriele wezens in een wereld die ze hebben volgepropt met huiselijke parafernalia: spreien, geborduurde kleedjes, afgesleten tapijten, schilderijtjes, kussens.

In naar nieuwste serie schilderijen neemt Verhoeven een oud thema onder de loep. Moeders kennen we uit (griezel)films, literatuur, opera, godsdienst en ook uit de beeldende kunst. Moeders worden zowel verafgood als versmaad, gevreesd als geliefd, ze zijn beeldschoon maar ook oerlelijk en doodeng. In de twintigste-eeuwse iconografie speelt de moeder als motief echter nauwelijks een rol, en zeker niet in de schilderkunst. Dat is opmerkelijk.

Verhoeven doet een succesvolle poging die met zware symboliek omgeven leemte te vullen. Het is duidelijk waarom de kunstenaar in 2008 en 2010 twee belangrijke schilderprijzen in de wacht sleepte: de Koninklijke Subsidie voor de Schilderkunst en de Wolvecampprijs. Het is ook duidelijk waarom bijna alle schilderijen bij Stigter van Doesburg daags na de opening al zijn verkocht. Want opnieuw demonstreert Verhoeven hoe uitgewogen haar composities zijn, hoe fijn haar gevoel voor kleur is en hoe formidabel haar schildertechniek.

In vergelijking tot haar vorige serie groepsportretten lijkt het nu alsof haar penseelstreek intiemer is geworden en veelvormiger, smeuïger én bruter. Een gezicht kan uiteenvallen in haast abstracte elementen, met een voorhoofd dat neigt naar een wit vlak, de aanzet van een neus een bruine balk en de mond twee totaal verschillend gekleurde strepen. Handen zijn er om onhandigheid, misvorming of walging weer te geven.

Hoofdzaak is de moeder. Haar lichaam staat centraal op ieder doek. Maar bijzaken zijn, zoals iedere moeder weet, net zo belangrijk. Die bijzaak is het patchwork dat zich om en achter de contouren van de gestaltes uitbreidt als een rafelige lap. Dat patchwork spreekt van een enorm plezier in het gebruik van penseel en verf. Verhoeven verandert ieder schilderij, iedere ‘moeder’ in een visueel avontuur dat voorbijgaat aan de thematiek zelf. Vergeet dus goed en kwaad, vergeet de clichés en de pastiches, en dompel je onder in dit virtuoze moederschap.