Optreden in het buitenland is lucratief

Dans-, mime- en muziekgroepen gaan naar het buitenland.

Voor theatergezelschappen die gebonden zijn aan de Nederlandse taal is het lastig om de grens over te gaan. Maar dans-, mime- en muziekgezelschappen zoeken in het buitenland compensatie voor hun verlies aan subsidies. „Je wordt weggejaagd uit Nederland”, zegt Anneke Tonen, zakelijk leider van het gezelschap rondom theatermaakster Edith Kaldor. „Het is hier veel te strikt, er zijn zoveel formaliteiten. In Nederland moet je voor het weinige geld dat je krijgt zoveel spelen. De subsidies zijn ook niet hoog, vergeleken met het geld dat er in het buitenland vrijkomt. Daar worden in elk geval je kosten betaald, en je houdt er meestal ook nog iets van over.”

Net als OMSK, het gezelschap van Lotte van den Berg, is Edith Kaldor aangesloten bij House on Fire, een Europees netwerk van tien theaters en festivals. Dat levert opdrachten en nieuwe contacten op. „Nederlandse festivals en theaters hebben steeds minder budget, zegt Tonen. „Dat betekent dat we op elke voorstelling geld moeten toeleggen. We kunnen het ons eigenlijk niet veroorloven om in Nederland te spelen.”

Volgens dansgezelschap Leine Roebana, dat onder meer in in Düsseldorf en Parijs optreedt, zijn de uitkoopsommen daar hoger. „Dus het is lucratief, ondanks de hogere reiskosten.” Volgens het Rosa Ensemble, dat in Duitsland, Frankrijk, Zweden en Noorwegen speelt, betalen buitenlandse festivals niet alleen beter, maar „zijn ze ook gastvrijer voor artiesten.”

Theatermaakster Karina Holla heeft de inkomsten die ze verdiende met optredens in Kroatië geïnvesteerd in producties in Nederland. Ook het Rubens Quartet, dat zo’n twee keer per jaar naar de VS gaat en net een tournee van zes weken achter de rug heeft in Alaska en Indiana, wil in Nederland blijven optreden. „Volgend jaar gaan we naar onder meer New York en Texas. Maar we spelen nog steeds graag in Nederland en dat hebben we ook nodig. Van twee keer naar Amerika kunnen we niet leven.”