Open Monumentendag in teken macht en pracht, hoofdrol Utrecht

De Dom, de Buurkerk, de Cereolfabriek: dit weekend zijn ook in Utrecht veel speciale gebouwen gratis toegankelijk vanwege de landelijke Open Monumentendag.

Om de luidzolder van de Utrechtse Buurkerk te bereiken, moet een smalle en steile wenteltrap beklommen worden. Het merendeel van de ongelijke stenen treden stamt uit de veertiende eeuw. Theo Poort, voorzitter van het Utrechts Klokkenluiders Gilde, loopt met behendige stappen naar boven en houdt af en toe halt om een gerenoveerde tree aan te wijzen. Boven hangen vier imposante kerkklokken, een niveau hoger nog eens twee stadsklokken. Slechts een enkele keer per jaar is de toren ook voor niet-gildeleden toegankelijk.

Rijkelijk gedecoreerde handelsgebouwen, grootse godshuizen, molens, archeologische vindplaatsen en atoomschuilkelders zijn zaterdag en in een aantal gevallen ook op zondag te bewonderen tijdens de Open Monumentendag. Minister Bussemaker geeft vandaag in de Domkerk het startsein. In 1987 overgewaaid uit Frankrijk en vier jaar later ondergebracht bij het overkoepelende European Heritage Day, trekt het evenement inmiddels bijna een miljoen bezoekers. Voor de 27ste keer worden talrijke monumenten, bijna vierduizend dit jaar, gratis opengesteld voor publiek. Drie eeuwen Vrede van Utrecht en tweehonderd jaar Koninkrijk der Nederlanden waren de aanleiding voor het thema Macht & Pracht.

Kerkelijke macht, bijvoorbeeld, resulteerde enkel in ‘Domstad’ Utrecht al in meer dan zestig kerken. De in 1975 in onbruik geraakte Buurkerk, de oudste middeleeuwse parochiekerk van de stad, staat aan de Steenweg- ingeklemd tussen een opticien en friettent Manneken Pis. Zaterdag worden er in de uit 1388 stammende toren rondleidingen gegeven, en zal het gilde een luid- en beierdemonstratie geven. De enige nieuwe klok, gegoten in 2004, werd vernoemd naar Suster Bertken, de dichtende kluizenares die zich van 1457 tot aan haar dood 57 jaar later liet opsluiten in de kerk, in een zelfbekostigde nis waar ze later ook begraven werd.

Twee kilometer verderop zet Het Geldmuseum de poort open. ‘Het geld hier uit metaal verkregen zij nooit ten vloek doch steeds ten zegen’, staat er boven de entree. De helft van het neoclassicistische gebouw waarin het museum gehuisvest is, wordt nog steeds gebruikt door de Koninklijke Nederlandse Munt. Door een raampje op kindhoogte is te zien hoe Hondurees muntgeld wordt geslagen en in doosjes gestopt. De bezoeker loopt over een vloer belegd met munten en op een schilderij in een van de stijlkamers staat de oorspronkelijke betekenis van witwassen afgebeeld. Ook aan de buitenkant van het gebouw zijn, al dan niet symbolische, verwijzingen naar geld verwerkt. Spreuken, beeldhouwwerk, een windwijzer met een gouden rijder. Het museum zal 1 november zijn deuren sluiten.

Een stukje verder, ook aan het Merwedekanaal, staat de Cereolfabriek. Deze voormalig fabrikant van olie- en lijnkoeken zal juist zijn deuren weer openen. Het gebouw brandde in 2008 voor de helft af, maar wordt op het moment gerenoveerd. Restauratiearchitect Bastiaan van de Kraats is verantwoordelijk voor de herbestemming tot school, theater, bibliotheek en meer, en zal zaterdag een 'zintuiglijke tour' door het gebouw geven. Met dichte ogen ervaar je een ruimte heel anders, onthoud je het ook beter. Je kunt het voelen, proeven als je wil. En wat hoor je eigenlijk als je een minuut stil bent? Misschien wel de klokken van de Buurkerk.