Onschuldig in de cel overkomt jaarlijks veel te veel burgers

Tweeëndertig dagen ten onrechte in de gevangenis zitten, het kan je zomaar overkomen. In Nederland. Althans als de huidcrème en de muggenspray die je in Paramaribo kocht, op Schiphol positief testen voor sporen van vloeibare cocaïne. Die er achteraf dus niet inzat.

Maar dan ben je al een maand lang in de Bijlmerbajes en Nieuwersluis behandeld als crimineel. En heb je met hulp van een advocaat moeten proberen om je uit deze nachtmerrie te bevrijden.

Eergisteren liet het Openbaar Ministerie weten deze schokkende ervaring van een echtpaar uit Almere „zuur” en „heel vervelend” te vinden. Maar ook „niet helemaal te voorkomen”. Het OM gaat het echtpaar nu helpen met het invullen van de formulieren voor schadevergoeding.

Dat is een afgemeten, schrale reactie uit de school ‘waar gehakt wordt vallen spaanders’. Burgers moeten kennelijk tegen een stootje kunnen: de vergoeding is 80 euro per celdag. Blijkbaar beseft het OM niet dat het nu zelf slachtoffers heeft gemaakt. En niet zo’n beetje ook. 32 dagen in de cel is tamelijk lang om aan kinderen, ouders, werkgevers en sociale omgeving te moeten uitleggen. Advocaten en wellicht contradeskundigen zijn niet gratis. Vaste lasten lopen door, kosten stijgen, terwijl inkomsten wegvallen. Deze ervaring kan bovendien lang negatief doorwerken in het persoonlijk leven. Of de inbreuk op een reputatie of een maatschappelijke loopbaan nog te herstellen valt, kan worden betwijfeld.

Hulp aanbieden bij het invullen van het formulier Dagvergoeding is dan eigenlijk beledigend. En de mededeling ‘niet helemaal te voorkomen’ duidt op onwil of althans tegenzin om zelf-kritisch te zijn en te reflecteren op wat hier echt is gebeurd . Het OM heeft dus te weinig inzicht in de ernst van het incident en toont nog geen animo om herhaling te voorkomen. Dat is onder de maat.

Uiteraard moet het OM de gebruikte test nu technisch opnieuw laten ijken. En in afwachting daarvan dient het nog te behalen meetresultaten met grotere scepsis te behandelen. In ieder geval mag een positief testresultaat op goederen van burgers bij wie verder geen enkele aanwijzing voor drugshandel aanwezig is, zoals in dit geval, niet meer resulteren in onmiddellijke opsluiting.

En daarmee zijn we terug bij een bekende misstand in de rechtsstaat Nederland: de vrijwel automatische toepassing van de voorlopige hechtenis. Uitgerekend deze week breekt raadsheer Ybo Buruma in het redactioneel van het Nederlands Juristenblad (weer) de staf over deze praktijk. Hij laat zien dat het aantal onterecht opgesloten burgers de afgelopen tien jaar is verdrievoudigd. In 2011 waren dat er 4.783. Gemiddeld werden zij 27 dagen onschuldig opgesloten. De Staat der Nederlanden was aan dagvergoedingen in 2011 aan hen zo’n 11 miljoen euro kwijt. Het vanzelfsprekende opsluiten is volgens hem een gevolg van een steeds sterker appèl op risicomijding en efficiency, waarbij justitie geen enkele prikkel ervaart om het wat kalmer aan te doen met de sleutelbos. Terwijl er alternatieven wettelijk mogelijk zijn. Borgsommen, nachtdetentie, meldplicht, elektronisch toezicht – het bestaat, maar wordt nauwelijks gebruikt. Prompt opsluiten is een automatisme geworden in een (media)samenleving die in iedere verdachte een dader wil zien en zo een klimaat creëert waarin het onschuldbeginsel verdampt.