Leuren bij sponsors

In tijden van crisis is het lastig om nieuwe sponsors te vinden. Tip: zoek lokale hulp.

Al een aantal jaren organiseert het Nederlands Blazers Ensemble een Gastenavond. Bedrijven kunnen een tafel kopen bij een diner op een sfeervolle locatie met veel muzikaal spektakel. „Ieder jaar is het weer een succes”, zegt zakelijk directeur Niek Wijns. „Het zal dit jaar ook wel weer lukken, maar we moeten ons wel extra hard inzetten om het voor elkaar te krijgen.”

Juist in tijden van crisis moeten gezelschappen op zoek naar sponsors. Als ze die al langer hebben, lukt het nog om ze vast te houden. Anders is het lastig. Henk Schoute, van theaterproductiehuis Zeelandia: „Iedereen die daar nu pas aan begint, begrijp ik niet. Dan heb je jezelf zo subsidieafhankelijk gemaakt. Wij hebben al een jaar of twaalf dezelfde trouwe sponsors in Zeeland.”

De Bachvereniging, die Rabobank als vaste sponsor heeft, heeft voor de komende tien jaar het ambitieuze programma All of Bach gelanceerd waarin alle werken van Bach zullen worden uitgevoerd en online toegankelijk gemaakt. „Mecenassen, sponsors en fondsen binden zich graag aan dit ambitieuze project”, aldus directeur Wieske Wijngaards.

Holland Opera heeft naast vaste sponsor FrieslandCampina ook afvalbedrijf Smienk voor vier jaar aan zich kunnen binden. „Zij wilden niet zomaar geld geven”, vertelt Niek Idelenburg. „Zij willen graag iets met educatie. Wij nemen nu kinderen mee naar hun afvalplaats, waar zij een verhaal te horen krijgen en daarna een stuk afval mogen kiezen om herrie op te maken. Die stukken nemen we mee, onze slagwerkmedewerker hangt ze op in een stellage en in een voorstelling worden ze gebruikt in de percussie.”

Likeminds laat zich voor de kleding sponsoren. „De kleding voor onze laatste productie op Oerol werd gesponsord door G-Star en Palladium”, vertelt artistiek directeur Caspar Nieuwenhuis. „Het zijn geen grote bedragen, 6.000 euro als je het kapitaliseert.” Met Zeeman is hij in gesprek voor „samenwerking op structurele basis”.

Het kan dus, sponsors vinden. Maar veel kleinere gezelschappen komen er bij sponsors niet door. Ze bereiken een nichepubliek met hun experimenteel toneel of moderne dans, dat voor de sponsor niet interessant is. Alleen lokaal is nog wel eens iets te halen. „Dat gaat om kleine bedragen of gewoon hulp”, zegt Lieke Hoogerzeil van Opera Spanga, dat opera in de openlucht in Beetsterzwaag organiseert. „Dan krijg je een huurauto tot je beschikking, doet een elektricien de bedrading voor een vriendenprijs of wordt er zomaar een gat voor je gegraven.”

Ook bij particuliere schenkers blijkt het lastig om grote bedragen op te halen. Met kleine bedragen lukt het soms wel, maar het houdt niet over. Dat geldt ook voor de opbrengst uit vriendenclubs. Patrice Zeegers van Bik Bent Braam: „Een vriendenclub waarbij men ons voor 50 euro kon sponsoren met daarvoor in ruil een cd en downloads leverde niet veel op.” En crowdfunding is populair, maar heeft zich nog nauwelijks bewezen. Weinigen kunnen bogen op een grote opbrengst. „Het werkt een beetje, maar niet veel”, zegt Thomas Oltheten van het Apollo Ensemble. „De fondsen vragen erom en willen dat je kunt laten zien dat je succesvol bent. Dus roept iedereen dat ze succesvol zijn. Ik geloof dat niet.”

Toch wordt er creatief doorgezocht naar manieren om geld binnen te halen. Door het Jazz Orchestra of the Concertgebouw bijvoorbeeld. „Via door ons uit te geven obligaties, Jazz-bonds, stellen wij mensen in staat te investeren in ruil voor een mooi rendement van 7,1 procent per jaar”, zegt artistiek leider Juan Martinez.