Let op, Rusland trekt weer aan de touwtjes

Postcommunistisch Rusland had weinig invloed. Maar ‘Libië’ en ‘Syrië’ geven Poetin weer zeggingskracht. Met realpolitik bespeelt hij het Westen, aldus Hubert Smeets.

Illustraties Hajo

Tijd om Rusland weer serieus te nemen. Niet als politiek-ideologische bedreiging, zoals tijdens de Koude Oorlog, maar als diplomatieke grootmacht. Een grootmacht die een kwart eeuw na de ondergang van de Sovjet-Unie nog steeds de grofheden én subtiliteiten van de buitenlandse machtspolitiek kent. De afgelopen weken heeft Rusland slag op slag geslagen.

Twee jaar lang leek Moskou niet meer dan een puber. Telkens wees ze op haar onthouding bij de stemming over de no-flyzone in Libië. En dan vooral op het feit dat Washington, Londen en Parijs die stemonthouding hadden misbruikt voor een brede militaire interventie. Steeds weer dat ‘njet’ tegen ingrijpen. Dat ‘njet’ tegen het ,,legitieme’’ bewind van Assad. Steeds opnieuw de mantra dat er naar „politieke regulering” van het conflict moest worden gezocht. Kwam er nog niemand op het idee deze koppigheid op waarde te schatten? De Britse premier David Cameron in ieder geval niet. Nog rozig van zijn vakantie ging hij naar het Lagerhuis voor een casus belli, een rechtvaardiging voor een oorlog. Maar daar leed hij een nederlaag. Bij president Obama moest hij dus zijn militaire deelname afzeggen.

Dat fiasco speelde Moskou in de kaart. President Vladimir Poetin en minister Sergej Lavrov van Buitenlandse Zaken wendden soepel de steven. Alle ballen kwamen ineens hun kant op, klaar om ingeschopt te worden. Aan de vooravond van G20-top in Sint-Petersburg gaf Poetin een interview aan het Amerikaanse persbureau AP en de Russische tvzender Het eerste kanaal. Russische deelname aan een militaire operatie in Syrië was „niet uitgesloten”, zei Poetin. Hij bindt in, ook hij is gevoelig voor de internationale publieke opinie. Althans, zo werd zijn opmerking in het Westen begrepen. Dat Poetin eraan toevoegde dat de schuldvraag van de gifgasaanval eerst vast moet staan en de Veiligheidsraad een collectief besluit moet nemen, leek van minder belang. Toch staat Poetin er zo in. Rusland en Rusland alleen wil als vetolid de sleutel in handen houden.

De interpretatie van dit interview had anders moeten zijn. En wel zo. Poetin matigde zijn toon omdat hij de tijd rijp achtte van rol te wisselen: van weerbarstig nee-zegger naar constructief meedenker. Door de stemming in het Britse Lagerhuis was de verhouding tussen de vijf vetoleden van de Veiligheidsraad niet meer 3 (Amerika, Groot-Brittannië, Frankrijk) tegen 2 (Rusland, China) maar omgekeerd 2 tegen 3.

Op de G20 in Sint-Petersburg bleek daarna eveneens dat de kwestie van geweld of geen geweld tegen het bewind van Assad de grote mogendheden in twee bijna gelijke kampen verdeelde. Daar kwam nog bij dat ook de westerse publieke opinie geen consensus kent en de Russische, bijna ongeacht haar opvatting over het binnenlandse beleid van Poetin, wel tegen militaire inmenging is of gewoon ongeïnteresseerd.

Vermoedelijk is er in het korte tête-à-tête tussen Poetin en Obama op de G20-top een variant aan de orde geweest chemische wapens in Syrië onder internationale controle te brengen. Wellicht had minister John Kerry van Buitenlandse Zaken die klok horen luiden, toen hij maandag zijn „retorische redenering” afstak waarom het „onmogelijk en onwaarschijnlijk was dat Assad de chemische wapens zou overdragen die hij ontkent te hebben gebruikt”.

Feit is dat zijn Russische collega Sergej Lavrov deze juridische retorica van Kerry letterlijk nam en bijna één op één vertaalde tot een plan dat er embryonaal al was. Ook voor de details had Lavrov oog: hij wist niet of de Syrische regering ook heil zag in een internationale monitoring van chemische wapen, maar hoopte het wel.

Aldus geschiedde. Door tijdig te anticiperen, wisten de Russen het initiatief van de Amerikanen over te nemen. Binnen een etmaal bleek de stand op het diplomatieke schaakbord drastisch veranderd. De Russen schatten deze wisseling in de stellingen intussen op waarde. Ze vermeden elk signaal dat op wraak of vernedering van de Amerikanen zou kunnen wijzen. Woordvoerder Dmitri Peskov van het Kremlin deelde de eer voor het plan-Lavrov/Kerry genereus met de Amerikanen.

Tijdens het korte onderhoud tussen Poetin en Obama op de G20-top in Sint-Petersburg was het idee om chemische wapens te monitoren aan de orde geweest. Meer details gaf hij niet. „We onthullen de inhoud van het gesprek niet”, zei Peskov tegen het Russische persbureau Interfax.

Het staat in de boekjes. Discretie op zijn tijd is wezenlijk in de politiek en diplomatie. Ook omdat, zo weet de politieke elite in Moskou, het Amerikaanse buitenlandse beleid niet alleen op rationele belangen, maar ook op morele waarden is gebaseerd, daar waar in het postcommunistische Rusland alleen realpolitik regeert.

Met het opiniestuk in de New York Times vandaag pepert president Poetin dat de Amerikaanse elite nog eens extra in. De VS moeten zich niet verhevener voelen dan de rest van de wereld, schrijft Poetin. Subtekst: Rusland is géén juniorpartner meer.

Het is nog te vroeg om te vast stellen of Moskou deze week het eindspel rond Syrië inzet. Het is niet te vroeg om vast te stellen dat Moskou de techniek van de buitenlandse politiek nog steeds beheerst.

Het is niet nodig om nu ineens juichend aan de kant te staan, maar zie de feiten wel onder ogen. Rusland heeft een politieke en diplomatieke coup gepleegd. Tijdens de Koude Oorlog werd elk woord uit Moskou op een goudschaaltje gewogen, omdat Sovjet-Rusland een serieuze grootmacht was. Misschien werd Moskou toen ideologisch té serieus genomen, aangezien het communisme in de laatste decennia door veel Russen al niet meer zo serieus werd genomen. In de kwart eeuw daarna nam het gezag verder af omdat ze weinig geld hadden en zich als spelbreker gedroegen.

Nu wordt het tijd om Rusland weer serieuzer te nemen. Al is het maar omdat het verstand heeft van macht en tegenmacht.