Kamer gezocht die iets groter is dan een kast

‘Had ik je niet gezegd dat het om een dienstmeisjeskamer ging?” Tot dat moment vond ik de jongen die me rondleidde door het appartement heel aardig. Ik volgde hem door een ruime gang en twee keukens, beide met ramen – al kon ik de vlekken op het tafelkleed van de buren er van dichtbij door bestuderen. Groot, dacht ik nog, voor Braziliaanse begrippen. Daarachter lag de kamer die ik voor vierhonderd euro per maand kon huren. Naast het eenpersoonsbed was net ruimte voor iemand om te staan. Een kleine nis deed dienst als kast.

Het was de zoveelste teleurstelling in weken. Ik bezocht appartementen die stonden aangeprijsd als vijftig vierkante meter, maar in de praktijk niet meer dan vijftien waren. Kamers voor mezelf, of zelfs gedeeld, voor honderden euro’s per maand. Conjugados, appartementen met alles in één ruimte, met uitzicht op een blinde muur, afbrokkelende muren of een duidelijke lekkage. In vrijwel geen enkele keuken paste zowel een gasfornuis als een ijskast.

Brazilië is al lang geen goedkoop land meer. Met het WK voetbal (2014) en de Olympische Spelen (2016) op komst, stijgen de prijzen van vrijwel alles met de dag. In de Zona Sul, de zuidzone van Rio de Janeiro waar de rijken wonen, is boodschappen doen duurder dan in Amsterdam. Een potje augurken is er twee keer zo duur als in Nederland. Kaas, melk of muesli kosten euro’s meer. Voor een beetje fles (Argentijnse) wijn leg je in Rio al gauw een tientje neer. Alleen bier is goedkoper. Mijn geluk, dat drink ik graag.

Prijzen die echt tot in de hemel rijken, zijn die van huizen, zowel koop als huur. Tussen de rijke gedeeltes prijken in Rio de Janeiro de schitterendste heuvels met fenomenale uitzichten op zee. Van oudsher bouwden de armen daar huizen die uitgroeiden tot beruchte favela’s waar drugshandelaren openlijk de dienst uitmaakten. Na decennia van geweld bewaart de politie er voorlopig de vrede. Het gevolg: een speculatie op de huizenmarkt die zijn weerga niet kent.

De Getúlio Vargas Stichting, een invloedrijk hoger onderwijsinstituut, berekende recent dat de huurprijzen in favela’s de afgelopen twee jaar met 6,8 procent meer stegen dan die in dure wijken. In Complexo de Alemão, een favela in het noorden van de stad, verdrievoudigden de huren. In Vidigal, een bij buitenlanders geliefde favela die uitkijkt over het beroemde strand van Ipanema, kocht een Oostenrijker in 2009 een huis voor twaalfduizend euro. Nu bieden makelaars hem drie ton.

Van de toenemende speculaties zijn vooral Brazilianen met een minimum of zelfs een gemiddeld loon de dupe. Zij worden gedwongen te verhuizen naar verderop gelegen, minder veilige delen van de stad.

Het zijn de makelaars, ontwikkelaars en speculanten die profiteren. Net als slimme huiseigenaren. In Brazilië lopen de meeste contracten voor huurhuizen dertig maanden. Daarna staat het een verhuurder vrij de prijs te naar believen te verhogen. „Wij moeten sinds vorige maand ineens tweehonderd euro extra betalen,” verontschuldigde een meisje zich voor de prijs van een huis waar ik ging kijken.

In 2011 zette de zakenwebsite Business Insider Braziliaanse en Amerikaanse prijzen naast elkaar. Voor een luxueus tweekamerappartement in São Paulo betaalde je omgerekend 1.800 euro per maand tegenover 1.500 euro in Miami.

Daar komt nu verandering in. De real, de Braziliaanse munt, is sinds drie maanden aan forse inflatie onderhevig. Voor buitenlanders die in euro’s uitbetaald krijgen, wordt het land daardoor goedkoper.

Voor het huis dat ik uiteindelijk vond – een conjugado op de rand van de Zona Sul van vierentwintig vierkante meter (aangeprijsd als dertig) – betaalde ik vorige maand 530 euro. Maar deze maand maak ik alweer veertig euro minder over.