Interview Je moet kunnen zien hoe zaadjes de grond in gaan

Van 2006 tot 2010 was Victor Everhardt (D66, Volksgezondheid) voorzitter van het Centrum Jeugd bij de verslavingszorgkliniek Trimbos-instituut. Een periode waarin hij zag hoe cannabisgebruik kan leiden tot ernstige verslaving. Nu is wethouder Everhardt de architect van het Utrechtse plan om onder gemeentelijk toezicht cannabis te kweken voor leden van een Social Cannabis Club. „Cannabisbeleid is een volksgezondheidskwestie, geen veiligheidsissue.”

Waarom draagt dit initiatief bij aan volksgezondheid?

„Cannabis is niet ongevaarlijk. Daarom is het belangrijk om te weten: hoe ziet dat product er eigenlijk precies uit? Nu zijn coffeeshops afhankelijk van hun leveranciers. Die kunnen ze vertrouwen, maar ze zien nooit hoe het zaadje de grond in gaat. Wat is het THC-percentage in de cannabis die ze krijgen, is deze bespoten met pesticiden? Dat maken we met de Social Cannabis Club allemaal zichtbaar en controleerbaar.”

Gaat de overheidsgecontroleerde Cannabis Club de coffeeshop verdrijven?

„Nee, er hoeft geen concurrentie plaats te vinden. De systemen kunnen naast elkaar bestaan. Een heel groot deel van de cannabisgebruikers wil zijn spul gewoon in de coffeeshop kopen. De cannabisclub richt zich op een nichemarkt van mensen die exact willen weten wat ze roken.”

Met weinig leden is het effect op de volksgezondheid ook niet groot.

„Het gaat ons erom dat de gebruiker zélf de keuze heeft: wil ik precies weten wat er in mijn cannabis zit of wil ik dat niet. Met cannabis is het zo; jongeren onder de achttien jaar moeten het sowieso niet gebruiken. Volwassenen liever ook niet, maar zij moeten die afweging natuurlijk zelf maken.”

U heeft als directeur bij het Trimbos-instituut het effect van een cannabisverslaving gezien. Door cannabis als overheid te controleren, lijkt het alsof u het goedkeurt.

„Dat doen we al sinds de coffeeshops bestaan in 1976. De discussie over de illegale aanlevering aan de achterdeur van shops heeft altijd op slot gezeten, dat wil ik doorbreken. Je moet ook pragmatisch zijn. Als we cannabisgebruik toestaan, dan moeten we mensen ook de mogelijkheid bieden te weten wat ze precies gebruiken. Cannabisbeleid is gezondheidsbeleid, geen veiligheidsissue.”

Minister Opstelten denkt daar anders over. Hij ziet het plan niet zitten.

„We gaan in Utrecht nu eerst een ontheffing voor de Opiumwet aanvragen. Die aanvraag dienen we in bij het ministerie van Volksgezondheid, niet bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. Opstelten riep een kwartier nadat hij van dit plan hoorde al dat hij het niet zag zitten, maar eigenlijk gaat zijn ministerie hier helemaal niet over.”

Waarom niet?

„De kern van het Nederlandse drugsbeleid is gewoon volksgezondheid, daar draait het om. Veiligheid is wel een steeds groter vraagstuk geworden. Het is een open wond in het systeem. In Zuid-Amerika en ook de Verenigde Staten zien we dat ze de war on drugs moe zijn en steeds meer aan legalisering denken. Ik wil de zaak gewoon pragmatisch bekijken.”

Utrecht start nog een experiment, om ernstig cannabisverslaafden te helpen.

„Mensen die zó verslaafd zijn aan cannabis dat ze nergens meer op reageren. We gaan hun speciale cannabis geven, met componenten die psychoses en angsten tegengaat. Beide experimenten gaan me aan het hart. Maar zulke ernstige gebruikers weer op eigen benen te laten staan, dat is écht een verplichting.”