Het Toneel Speelt: van zes ton subsidie naar nul euro

Artistiek leider Ronald Klamer van Het Toneel Speelt ontsloeg zichzelf na het wegvallen van de subsidie. Toch gaat hij weer op toernee met een stuk. Alles „uit liefde”.

foto bonnita postma

Vorig jaar na de tijding dat Het Toneel Speelt geen subsidie meer zou krijgen, zei zakelijk en artistiek leider Ronald Klamer dat in juli 2013 duidelijk zou moeten zijn of er nog een toekomst was voor het gezelschap. Over twee weken gaat een tournee met Familie, van Maria Goos, van start. 85 avonden zijn er geboekt door zalen in heel het land. Het Toneel Speelt redt het zonder subsidie, zou de conclusie kunnen zijn.

Die is te makkelijk, maakt directeur Ronald Klamer duidelijk. „Ik voer al een paar jaar gesprekken met iedereen die ik maar kon bedenken. Met bedrijven of ze willen sponsoren, met particuliere fondsen, met rijke particulieren. Ik heb daarvoor steun bij professionals gezocht. Het resultaat: ‘nul, nul, nul’. Het geld is er niet voor de kunst. En zeker niet na alle negatieve uitspraken vanuit de politiek.”

Het wegvallen van zes ton subsidie van het Fonds Podiumkunsten heeft een harde klap opgeleverd. Klamer heeft zichzelf en een medewerker ontslagen en de huur van de eigen ruimte in Amsterdam opgezegd. De productie van Na Jonathan, geschreven door Rob de Graaf, heeft hij geannuleerd. Daarvoor moest hij de acteurs – bekende namen als Daan Schuurmans, Ricky Koole en Loes Visschedijk – afzeggen. Schouwburgen moest hij bellen dat het stuk niet zou doorgaan.

Toch komt Het Toneel Speelt met een nieuwe, aangepaste versie van Familie. In een regie van Aat Ceelen en met acteurs als Catherine ten Bruggencate, Joop Keesmaat en Tijn Docter. Hoe hij dat nog voor elkaar krijgt? „Ik heb een goede deal kunnen sluiten met de vrije theaterproducent Matthijs Bongertman van Senf Producties. Hij heeft het stuk verkocht aan de schouwburgen”, zegt hij. En Senf doet meer. „De kost gaat voor de baat uit bij voorstellingen. Ik kon dat niet meer dragen. Banken lachen je weg als je komt vragen om een lening. Senf heeft het risico genomen”, zegt Klamer. „Voor een nieuwe voorstelling heb je 4 tot 5 ton aan financiering nodig, dat haal je niet uit de markt.”

Voor Klamer is het een bizarre situatie. Met medeoprichter Hans Croisset wilde hij in 1996 juist buiten het subsidiesysteem en daarmee de bemoeizucht en onbetrouwbaarheid van de overheid blijven. Dat lukte in eerste instantie. Door op tournee door het hele land te gaan, waar de grote gezelschappen van toen zich tot hun thuisbasis beperkte. „Maar een paar jaar later konden de repertoiregezelschappen extra subsidie verdienen als zij óók gingen rondreizen. Zo creëerde de overheid onze concurrentie en raadde ze ons aan om ook subsidie aan te vragen ter compensatie. We zijn dat circuit ingezogen.”

De subsidie was niet meer dan een aanvulling bovenop ongeveer 70 procent eigen inkomsten. Lang heeft hij kunnen teren op een reserve, die hij had overgehouden uit steun van Joop van den Ende die hij in de beginjaren had gekregen. Die is nu op.

Dit seizoen wil Klamer nog vier reprises doen van de Gijsbrecht, de oude Amsterdamse nieuwjaarstraditie die hij twee jaar geleden weer oppakte. Hij is net bij het Fonds Podiumkunsten langs geweest voor een projectsubsidie. Voor het seizoen 2014/2015 bereidt Klamer een nieuwe voorstelling voor van Een Sneeuw van Willem-Jan Otten. Senf Producties zal het wederom verkopen aan de theaters. Over twee jaar wil hij een nieuwe Gijsbrecht brengen. Alles „uit liefde”, zonder dat hij er nog iets mee verdient. Klamer begint binnenkort aan een nieuwe freelance baan: als programmeur bij Carré.