Gevangen in het frame

Een bekend voorbeeld van issue-framing is het rookverbod in de horeca. In Amerika pleitte de anti-tabakslobby al sinds de jaren vijftig voor dat verbod maar bereikte niet veel. Je kunt wetenschappelijk aantonen dat meeroken ook schadelijk is, maar het kan horecabezoekers en -personeel gewoon niet veel schelen. Toen koos de anti-tabakslobby een andere strategie: roken in cafés en restaurants werd een sociale kwestie. Roken toestaan in een horecagelegenheid is niet fair tegenover het personeel, dat in vrijwel alle andere sectoren wél tegen gezondheidsrisico’s werd beschermd. De eerste groep die dit frame met succes inzette waren stewards en stewardessen. Industriearbeiders werden beschermd tegen kwalijke stoffen, kantoorwerkers tegen rugklachten, radiologen tegen straling, en het cabinepersoneel van vliegmaatschappijen werd nota bene opgesloten met een giftige stof. Ineens werd het interessant voor vakbonden en kreeg de kwestie vleugels. In Nederland werd het een arbeidsrechtelijke kwestie en zo ontstond het draagvlak dat Ab Klink nodig had voor zijn wet van 2008.

Maar wie een frame bouwt voor een ander kan er ook zelf in worden opgesloten. Met Rita Verdonks politieke partij was het zo snel afgelopen omdat zij zichzelf van meet af aan profileerde op integriteit en karakter: ‘Ik ben niet rechts, niet links, maar recht door zee!’. Voor politieke inhoud moesten we niet bij haar zijn, ze zei het zelf, maar met haar eminente karakter zou zij iets groots verrichten. Kort daarna bleek zij een eerder partijlidmaatschap te zijn ‘vergeten’, en weg was Rita.

Ook Ab Klink kreeg ermee te maken. Want als dat rookverbod bedoeld is om het horecapersoneel te beschermen, hoeven zaken zonder personeel zich er niet aan te houden, concludeerden juristen. Er kwam een uitzonderingsregel.

Sinds twee weken kennen we een nieuw voorbeeld: Alpe d’HuZes en hun zogenoemde ‘antistrijkstokbeleid’. Het woord werd geïntroduceerd in april 2007, op de websites van Alpe d’HuZes en enkele soortgelijke organisaties. Wat wordt bedoeld met die ‘strijkstok’ wordt nergens toegelicht, er wordt slechts een plechtige (om niet te zeggen ronkende) belofte gedaan om alles te realiseren met vrijwilligers en (zonodig) donaties in natura.

‘Weinigen in de goede-doelen-wereld kunnen geloven dat dit allemaal mogelijk is zonder kosten te maken,’ eindigt de tekst. ‘Hoe groter we worden hoe ongelooflijker het is.’

Profetische woorden.

De ‘goededoelenwereld’ reageerde vermoedelijk zo sceptisch omdat men daar weet dat zo’n belofte moeilijk is vol te houden. En dat ‘kosten’ niet verkeerd zijn maar oneigenlijke kosten. De strijkstok (‘strekel’, ‘strikel’) is een lat waarmee maatbekers van boven worden gladgestreken om de exacte hoeveelheid af te passen, van bijvoorbeeld graan. Door manipulatie kan degene die hem hanteert zich iets van het product toe-eigenen. Een vorm van kruimeldiefstal. Zo werden Van Veenendaal’s declaraties vervolgens ook geframed.

Merkwaardig is dat Alpe d’HuZes toen al leek te beseffen dat geld uitgeven soms onvermijdelijk is, want in die verklaring (opgevenisgeenoptie.nl) staat ook: ‘De organisatie maakt alleen kosten wanneer deze strikt noodzakelijk zijn.’

Het huidige bestuur van Alpe d’Huzes had zich daar eenvoudig op kunnen beroepen: de bijdrage van bedenker en oprichter Van Veenendaal was strikt noodzakelijk voor het welslagen van het evenement, en daarmee verantwoord. Of waren die declaraties inderdaad een verholen douceurtje? Of had het nieuwe bestuur andere redenen om Van Veenendaal beentje te lichten? De vraag of het antistrijkstokbeleid van Alpe d’Huzes eigenlijk wel ‘faalde’, is dus nog steeds niet beantwoord.

Eén ding lijkt mij wel duidelijk: goed communicatieadvies had de organisatie voor dit drama kunnen behoeden. Dat had vast veel minder gekost dan wat zij nu aan donaties zijn mis zijn gelopen.

Jan Kuitenbrouwer is schrijver en directeur van de Taalkliniek (taalkliniek.nl).