De thuiszorg kan beter in één hand

Straks moeten gemeenten én zorgverzekeraars samen thuiszorg organiseren. De sector wijst het plan af, omdat het vooral tot bureaucratie en verwarring leidt.

Thuishulp die helpt bij huishoudelijke taken. Voor verzorging zijn andere hulpen nodig. Foto Eric Brinkhorst

Een oude vrouw die thuis woont, krijgt straks elke dag drie busjes voor de deur. Eén busje van de schoonmaakploeg die haar vloer komt dweilen. Eén busje van de verzorger die haar komt wassen. En één busje van de verpleging die haar operatiewond komt schoonmaken. Die mensen moeten ook de dagelijkse stand evalueren – heb jij haar nieuwe medicijnen wel gegeven? Mevrouw had vannacht erg last van haar maag.

Drie busjes van drie bedrijven. Twee ingehuurd door de gemeente en één (de verpleging) ingehuurd door het ‘zorgkantoor’ van de zorgverzekeraar. Zo zouden de plannen van staatssecretaris Van Rijn (Zorg, PvdA) uitpakken. Absurd, zeggen mensen die in de thuiszorg werken zoals Jos de Blok. „Verzorging en verpleging kun je beter door één persoon laten doen. Die zorg ligt in elkaars verlengde. Dan wordt de patiënt maar door één vaste persoon verpleegd in plaats van twee. Dat scheelt overleggen en verwarring.” In de praktijk zal het niet om twee mensen gaan maar om veel meer, zegt De Blok, want veel patiënten hebben drie keer per dag, zeven dagen in de week, hulp nodig. Veel thuiszorgmedewerkers werken niet fulltime. Het gevaar dat een patiënt net als vroeger, weer heel veel gezichten over de vloer krijgt, is groot. De Blok is oprichter van Buurtzorg, een thuiszorgorganisatie die met kleine teams werkt en alles zo kleinschalig mogelijk organiseert.

Tijdens een bijeenkomst op 19 augustus in Den Haag presenteerden 19 mensen uit de thuiszorgwereld (onder wie Jos de Blok) en enkele universiteiten een alternatief plan aan staatssecretaris Van Rijn en zijn ambtenaren. Zij willen niet dat ‘verzorging’ (wassen, steunkousen aantrekken) straks wordt ingekocht door gemeenten, terwijl ‘verpleging’ moet worden ingekocht door de zorgkantoren van zorgverzekeraars. Zij formuleren hun bezwaren zo: „Bij de bestaande hervormingsplannen (van Van Rijn, red.) gericht op decentralisatie en vergrote zelfredzaamheid (van ouderen, red.) bestaan twijfels over de effectiviteit en haalbaarheid. Verschuiving van taken naar gemeenten vergroot administratieve druk en praktijkvariatie en versnippert kennis. Het draagvlak in het veld en in de politiek lijkt onvoldoende.”

Alleen al in de ‘verzorging’ van ouderen en gehandicapten thuis, gaat nu 2,7 miljard euro om. Daar wil het kabinet 500 miljoen euro op bezuinigen.

De Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) gaat op de schop. Hij was in ruim twintig jaar tijd bijna vier keer zo veel gaan kosten – 27 miljard euro dit jaar. Ouderen die nog best zelfstandig konden wonen, gingen al in een awbz-gefinancierde instelling wonen, familie en vrienden besteedden de zorg voor een zwak familielid of partner steeds eerder uit aan professionals. En het aantal ouderen groeit de komende jaren nog gestaag. De kosten leken niet meer te overzien.

Het kabinet kondigde in het regeerakkoord vorig jaar al aan dat de AWBZ grondig zou veranderen. In het voorjaar kwamen de definitieve plannen van staatssecretaris Van Rijn: alleen de alleroudsten en allerzieksten komen nog in een tehuis dat wordt bekostigd uit de AWBZ. Alle ouderen zullen, naar draagkracht, meer zelf moeten betalen voor hun verzorging en verpleging. Ouderen moeten langer thuis blijven wonen, ook als ze beginnen te dementeren of moeizaam trap lopen. Zij moeten zich redden met behulp van thuiszorgmedewerkers, familie, vrienden. Verpleging moeten ze aanvragen bij het ‘zorgkantoor’ van hun zorgverzekeraar. De gemeente moet de overige verzorging (wasbeurten, steunkousen) inhuren, namens bewoners, tegen lagere prijzen dan nu. Dat zouden zij moeten betalen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

Dat laatste – splitsen van verzorging en verpleging – krijgt in de praktijk veel kritiek. Gemeenten móéten al de jeugdzorg overnemen van het Rijk, hádden al de schoonmaak (‘thuishulp’) overgenomen en zouden nu ook ‘verzorging’ op zich moeten nemen. Ook, zeggen mensen die in de thuiszorg werken, leidt de splitsing ertoe dat ouderen elke week veel verschillende mensen over de vloer krijgen. Drie per week die de billen wassen en drie anderen die de bloeddruk komen meten.