Camiel Eurlings en het Nederlandse belang

Verbroedering was het oogmerk van de Franse baron, pedagoog en historicus Pierre de Coubertin, de grondlegger van de moderne Olympische Spelen. Wat dat betreft had de nieuwe voorzitter van het IOC dus beter Beethoven kunnen heten, maar goed, met Bach is ook goed te leven.

Deze Duitser, Thomas Bach, is de negende voorzitter in de geschiedenis van het IOC. Zeven Europeanen gingen hem voor: twee Belgen, een Spanjaard, een Ier, een Zweed, een Fransman en een Griek. Die ene niet-Europeaan was de Amerikaan Avery Brundage (bekendste uitspraak: ‘The Games must go on’, gedaan in bloedbad München, 1972.)

Je zou warempel denken dat het IOC een verbond van westerse landen is, maar dat is deze non-gouvernementele organisatie allerminst. Buitenstaanders zien dat nogal eens over het hoofd als ze het IOC weer eens de maat nemen, bijvoorbeeld wanneer de Spelen aan een homo-onvriendelijk land zijn toegewezen. Al mogen ze het IOC natuurlijk best met zijn hoogdravende idealen confronteren.

Ziedaar alvast een taak voor het nieuwe Nederlandse lid, Camiel Eurlings, oud-politicus en directeur van de KLM. Binnengehaald om zijn zakelijk inzicht en politieke kwaliteiten, begon hij trouwens al meteen met het doorbreken van de fictie dat IOC-leden er louter zitten voor het algemeen olympisch belang en niet als representant van een land. Het feit dat zijn voorganger, koning Willem-Alexander dus, het IOC-erelid Hein Verbruggen en het bestuur van NOC*NSF zoveel belang hechtten aan de benoeming van weer een Nederlander wees daar natuurlijk al op.

Camiel Eurlings kondigde als een van zijn eerste activiteiten aan dat hij zich zal sterk maken voor het behoud van hockey op het programma van de Spelen. Daarmee behartigt de oud-hockeyer een oranje belang, want deze sport is zowel bij de vrouwen als de mannen altijd wel goed voor een Nederlandse medaille.

Op de achtergrond speelt meer. Niet iedereen deelt het defaitisme van het tweede kabinet-Rutte, dat de organisatie van de Olympische Spelen in Nederland, in 2028 of later, onhaalbaar is. Ja, de koning vindt dat officieel wel. Maar die kan staatsrechtelijk niet anders. Het staatshoofd is spreekbuis van de regering, let maar op, komende dinsdag. Als kroonprins was Willem-Alexander juist een pleitbezorger van het idee de Spelen in Nederland te houden. In Londen, bij de Spelen van vorig jaar, noemde hij het „de ideale stip op de horizon” voor het zich vernieuwende Nederland. Ja, W-A durfde toen nog. Nu wachten we zijn kersttoespraak af.

Dat is nu dus Eurlings’ tweede taak: Nederland enthousiast maken voor de gedachte dat het grootste sportevenement ter wereld ook nog eens in Amsterdam en verre omstreken kan worden gehouden. En aan stralend enthousiasme geen gebrek bij hem. Denk maar aan die uitbundige aanhankelijkheidsbetuiging op het CDA-congres in 2010, die hij al saluerend bracht aan het adres van zijn partijgenoot Maxime Verhagen, pleitbezorger van samenwerking met de PVV.

Oké, dat is niet helemaal goed afgelopen.

Zitten we nog met de vraag of Eurlings nu overgehaald moest worden om zich voor het IOC te kandideren of niet. Zijn weigering twee jaar geleden om zich tot CDA-leider te laten parachuteren, wijst erop dat hij niet zomaar te paaien is. In een reconstructie in deze krant viel te lezen dat Eurlings ditmaal pas na koninklijke druk zwichtte. Maar Yves Kummer, voorzitter van de Europese vakbond voor sporters, weet beter. Het is onzin dat Eurlings niet zou hebben gewild, beweert hij op website Sport Knowhow XL. „Toen Eurlings werd gevraagd als voorzitter van Olympisch Vuur heeft hij bedongen dat hij voorzitter van NOC*NSF zou worden of IOC-lid. Dat is slim onderhandelen.” Aldus Kummer. En wat zegt Eurlings daarover? Helmaal niets natuurlijk. Waarmee hij is geslaagd voor zijn eerste IOC-examen.

John Kroon is redacteur en commentator van NRC Handelsblad