Trent Reznor bleek toch menselijk

Hij balanceerde op het randje van de dood, hij kickte af en keerde terug in de eredivisie van de rock. Maar nihilistisch blijft Trent Reznor op het nieuwe album van Nine Inch Nails, Hesitation Marks.

Trent Reznor met Nine Inch Nails tijdens de afgelopen editie van Lowlands. Foto Andreas Ter Laak

De recente editie van het muziekfestival Lowlands was een hernieuwde kennismaking met Nine Inch Nails, de groep rond de man die zowel diabolische dreiging als elektronische elementen in zijn stijl verenigt, Trent Reznor. Het weerzien was indrukwekkend. Techniek bleek een belangrijk onderdeel: over het podium zwiepten felle lichten, bewegende panelen toonden enorme schaduwen van Reznor, en er was de subtiel gestuurde symbiose van elektronica en live spelende muzikanten.

De opperpriester van het duistere levensgevoel zelf stond op de rand van het toneel, gebogen als een gargouille, met beide handen aan de microfoon, de wenkbrauwen gefronst. Elektronisch versterkte drumslagen trilden door de zaal, keyboardriffs botsten tegen elkaar, de muzikanten bouwden de coupletten op tot apocalyptische hoogten om ze vervolgens stil te laten vallen. Op zulke momenten bleek Trent Reznor toch menselijk. Hij wilde het publiek niet alleen onderwerpen en imponeren, hij greep ook de kans om zijn zielenroerselen op gevoelvolle manier over te brengen. Dan werd hij spaarzaam begeleid en klonk zijn stem onverwacht smekend. Of ijl, of kwetsbaar.

Dreiging

De Amerikaan Trent Reznor (1965, Mercer, Pennsylvania) bereikt dit jaar het vijfentwintigjarig jubileum als voorman en enige vaste lid van Nine Inch Nails. Dat viert hij met de eerste nieuwe cd sinds vijf jaar, Hesitation Marks, en uitgebreide tournees door Amerika en Europa. Reznor was ooit een van de grondleggers van een nieuwe stijl: rockmuziek met een hoofdrol voor elektronica. Niet dat er geen gitaar voorkomt in zijn muziek, maar het is de elektronische regie van samples en riffs die ervoor zorgt dat de dreiging in Reznors werk zo nauwkeurig doel treft.

Reznor, ooit begonnen als prijzenwinnend ‘wonderkind’ op de piano, stond daarin niet alleen. In de jaren tachtig waren er ook het Amerikaanse Ministry en de Belgische groep Front 242 die op dezelfde manier te werk gingen: een rockgevoel gevat in het marcherende ritme van de elektronica. Maar Nine Inch Nails hield het langste vol, waardoor Reznor faam verdient als mede-grondlegger van het elektronische rockgenre, al zal hij bij het grote publiek vooral bekend zijn als auteur van de laatste grote hit van Johnny Cash, Hurt.

Cash nam het nummer op in 2002, vlak voor zijn dood, en gaf de wrange woorden (‘I hurt myself today / To see if I still feel / I focus on the pain / The only thing that’s real’) een nieuwe, doorleefde lading.

Het nummer Hurt stond oorspronkelijk op The Downward Spiral, uit 1994. Met die cd daalde Reznor af naar de krochten van de zelfkant: de muziek was mechanisch en zwartgallig, de teksten refereerden aan zelfmoord en verslaving, de bijbehorende tournee heette The Self Destruct Tour. Vijf jaar later was het bijna zover: de verslaafde Reznor zag heroïne aan voor cocaïne en belandde na een overdosis in een Londens ziekenhuis.

Geadviseerd door vriend en voorbeeld David Bowie nam hij enige tijd pauze van het muziekleven en zocht hulp om af te kicken. Maar al is het hem sindsdien gelukt ‘clean’ te blijven, zoals hij onlangs vertelde in een interview aan het Britse tijdschrift Mojo, zijn hang naar nihilisme is gebleven. Ook op het pas verschenen Hesitation Marks gaan nummers als Came Back Haunted en All Time Low veelal over angst en verdoling. De titel verwijst naar de tekenen van bijna-zelfmoord.

Toch is er een verschil met eerdere cd’s. Op Hesitation Marks klinkt Reznor – inmiddels getrouwd met zangeres Mariqueen Maandig met wie hij twee zonen heeft, Balthazar en Lazarus – weelderiger en gevarieerder. Ritmes lopen uiteen van langzaam tot hectisch, de elektronica fluctueert van bonkig naar afgerond sensueel en ook de klank werd veelzijdiger: zwart-wit veranderde in kleur. Een uptempo nummer als The Eater Of Dreams kent een prachtige piano-break, waarin Reznor zijn smeekbede tot de luisteraar richt – waarna het pulserende ritme weer doorjakkert. Meedogenloos, maar met meer reflectie en adempauze dan voorheen.

Reznor is een conceptuele muzikant. Hoewel hij als Nine Inch Nails vasthoudt aan de elektronica/gitaar-as, kan hij meerdere kanten op. Zo maakte hij enkele jaren geleden de cd Ghosts I-IV, met uitsluitend elektro-soundscapes. En in de door Dave Grohl gemaakte documentaire Sound City (2013), over een geluidsstudio in Los Angeles, speelt Reznor samen met Grohl en Josh Homme (van Queens Of The Stone Age). Van achter de piano zorgt hij voor een soepele improvisatie rond een repetitief bluesthema. Hij kan het allemaal, maar in het elektro-rockgenre is Reznor geschoold en gegroeid. Zo werd Hesitation Marks het luchtiger uitroepteken achter een zwaarmoedig oeuvre.

Hesitation Marks is te beluisteren via Spotify: nrch.nl/32uw