Stunteldiplomatie Kerry brengt VS in problemen

Correspondent VS

Amerikanen hebben er een woord voor: ‘gaffe diplomacy’, stunteldiplomatie. Het is de meest gehoorde omschrijving van de manier waarop John Kerry, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, zich de laatste dagen beweegt in het Syrië-dossier. Twee maal kondigde hij aan Syrië direct aan te willen vallen, beide keren werd dat ingetrokken door president Obama. En op bezoek in Londen begon hij maandag opeens te speculeren op een vraag van een journalist: wat kan Syrië doen om een Amerikaanse aanval te voorkomen? Kerry hapte meteen: als Syrië alle chemische wapens in een week inlevert, dan is een aanval van de baan.

Kerry leek te schrikken van zijn speculatie en zei er achteraan dat de Syrische president Bashar al-Assad zoiets nooit zou doen. Maar met zijn opmerking buiten het script schiep John Kerry onbedoeld ruimte voor een diplomatieke oplossing van de diplomatieke crisis die de Syrische burgeroorlog is geworden. De Russen omarmden het idee en deden een concreet voorstel. VN-chef Ban Ki-moon prees dit voorstel, en zo kreeg een uitglijder plotseling volop momentum.

Voor de Amerikaanse regering betekent dit: bliksemsnel omschakelen. De aanvalsplannen van Barack Obama waren eigenlijk al grotendeels verzand. De Senaat en het Huis van Afgevaardigden zullen er waarschijnlijk niet mee instemmen. Ten strijde trekken zonder steun van het Congres kan, maar zou hem in eigen land op veel kritiek komen te staan. Hij had zelf immers om goedkeuring gevraagd. Internationaal is er niet of nauwelijks steun, ondanks de „brede coalitie” waar John Kerry mee schermt. En er is nog de publieke opinie. De overgrote meerderheid van de Amerikanen staat niet achter een aanval op Syrië. Zes televisie-interviews van Obama op hetzelfde tijdstip hebben daar weinig aan veranderd. Dat kon ook bijna niet, want Obama kreeg vooral vragen over Kerry’s uitspraken, niet over chemische wapens.

Gewapend ingrijpen leek dus kansloos geworden. Nu, met een Russisch voorstel waarin Syrië alle chemische wapens onder internationaal toezicht moet stellen, ontstaat er in ieder geval enige internationale consensus. Hoe snel het Russische voorstel besproken kan worden, is onduidelijk. Een zitting van de VN-Veiligheidsraad om het plan toe te lichten, zegde Rusland gisteravond af.

Dat is slecht nieuws voor Obama, die, hoe gek het ook klinkt, ongeveer afhankelijk is geworden van Rusland. Als de Russen alsnog doorzetten, is er een uitweg voor hem. En ook voor de Syrische regering is het een kans. De Syrische minister van Buitenlandse Zaken reageerde positief, en zei gisteren zelfs dat het land het verdrag tegen chemische wapens zou willen ratificeren.

Maar dit is de werkelijkheid van de politieke tekentafel. Het verzamelen en onder toezicht stellen van alle chemische wapens in Syrië is praktisch onuitvoerbaar, waarschuwen Defensie-analisten. Het wapenarsenaal ligt verspreid over het land, en zou dwars door oorlogsgebied verplaatst moeten worden. Daarbij weet niemand hoe groot Assads arsenaal precies is, waar het zich bevindt en of hij het spel eerlijk meespeelt.

Een ander probleem voor Obama en Kerry is dat ze hun internationale boodschap drastisch moeten wijzigen. De casus belli was de laatste dagen: Assad moet gestraft worden, want niet ingrijpen bij een chemische aanval is een uitnodiging aan Iran, Noord-Korea of Hezbollah. Zij zouden hetzelfde kunnen proberen, mogelijk tegen Israël of Amerikaanse doelen. Nu telt dé reden om ten strijde te trekken, afschrikking en vergelding, niet meer. Het gaat nu om het voorkomen van erger leed.

Terwijl er internationaal veel gebeurt, wacht Washington doodstil af. Vandaag zou de Senaat stemmen over Obama’s aanvalsplan, maar die stemming is uitgesteld. Obama riep het Congres gisteren op tot uitstel, om het diplomatieke proces een kans te geven.

Daarbij speelt ook mee dat zijn voorstel geen kans van slagen heeft, zoals Obama gisteren in een tv-interview al toegaf: „Ik zal niet zeggen dat ik er vertrouwen in heb.” Gisteren zei Mitch McConnell, de Republikeinse Senaatsfractievoorzitter, dat hij tegen zou stemmen. Daarmee is de kans dat Obama nog zestig stemmen in de – veilig gewaande – Senaat krijgt, uiterst klein geworden. Door een stemming in te trekken, kan Obama zich in ieder geval gezichtsverlies besparen.

Obama gebruikt de tijd nu om alsnog senatoren en leden van het Huis van Afgevaardigden te overtuigen. Ook als er internationale overeenstemming over een diplomatieke oplossing ontstaat, wil Obama de militaire optie achter de hand hebben, om Syrië onder druk te houden. Zo struikelt de president door deze internationale crisis. Op het wereldtoneel noch in eigen land heeft hij de zaken nog in de hand.