Israël en Europese Unie botsen hard over onderzoeksgeld

Israël wil meedoen aan een onderzoeksprogramma van de EU. Maar Europa eist: geen geld naar de bezette gebieden.

De verhouding tussen Israël en de Europese Unie staat op scherp. Morgen onderhandelen zij in Brussel over de Israëlische toetreding tot het Europese onderzoeksprogramma ‘Horizon 2020’. En daarbij staat veel op het spel. En meer dan veel geld.

Het programma heeft een budget van 80 miljard euro voor de financiering van innovatief onderzoek in de 28 EU-landen en in landen met sterke onderzoeksbanden met Europa. Mogelijk ook in Israël, dat tot dusver als enige niet-EU-land kans maakt op de onderzoekssubsidies. Maar, zo vindt de EU, het geld mag niet worden besteed in de door Israël bezette gebieden.

Want de EU publiceerde in juli richtlijnen die voorschrijven dat financiering vanaf volgend jaar niet naar Israëlische instellingen in de nederzettingen in de in 1967 bezette gebieden mag gaan. Israël moet bij elke financieringsovereenkomst met de EU onderschijven dat de bezette gebieden niet bij Israël horen. En dat vertikt Israël, vooralsnog.

Premier Benjamin Netanyahu zei dat hij „geen orders van buitenaf over onze grenzen accepteert”. Hij gaf opdracht aan het leger om de medewerking aan Europese humanitaire projecten in de bezette gebieden te staken. De minister van Huisvesting beschuldigde Europa van nazipraktijken. De minister van Economische Zaken noemde de richtlijnen „een financiële terreuraanval”.

Deze reacties komen Europa wat overdreven voor; De EU stelt al lang dat de nederzettingen illegaal zijn en probeert ook al langer te voorkomen dat daar Europees geld terecht komt.

Naar schatting amper een halve procent van de 800 miljoen euro die de laatste zeven jaar uit Brussel naar Israël ging, kwam terecht bij instellingen in de nederzettingen. Financieel gezien verliest Israël door de nieuwe richtlijnen dus niet zo veel. Maar het niet tekenen van Horizon 2020 heeft voor Israël wel grote economische gevolgen: 40 procent van het budget voor wetenschappelijk onderzoek komt uit Brussel. Israël kan door deelname aan het programma 300 miljoen euro verdienen. En het biedt Israëlische wetenschappers goede kansen voor samenwerking.

Maar de regering bestaat goeddeels uit kolonisten die op de bezette Westelijke Jordaanoever wonen.

Niet minder problematisch: het tekenen van de clausule over de grenzen zou de Israëlische positie in de onlangs hervatte vredesbesprekingen met de Palestijnen verzwakken. Israël weigert bij de onderhandelingen over een onafhankelijke Palestijnse staat de grenzen van 1967 als uitgangspunt te nemen.

Een EU-vertegenwoordiger in Tel Aviv noemt de richtlijnen „een uitdrukking van frustratie over de bouw in de nederzettingen”, die de EU ziet als obstakel voor vrede en een onafhankelijk Palestina. Maar de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry vroeg zijn EU-collega’s het afgelopen weekeinde in Litouwen de implementatie van de richtlijnen op te schorten, opdat „de Israëlische bevolking en regering zien dat het de moeite waard is om het risico te nemen om richting vrede te bewegen”.