Heimwee naar het bombardement

In Belgrado werkt de Nederlandse regisseur Marinus Groothof aan een speelfilm over de Servische nostalgie naar de NAVO-bombardementen van 1999. Een gewaagd project.

HH / Gamma Presse Images

Het waren extreme weken. Bange weken. Weken van schaarste, doden, schuilkelders, stroomuitval. En toch denken sommige Serviërs met een vorm van nostalgie terug aan het NAVO-bombardement op hun land in 1999, dat tweeënhalve maand duurde.

Het waren ook de maanden waarin werd gevreeën en gefeest alsof het de laatste keer was. Waarin vriendschappen tot stand kwamen die tot de dag van vandaag voortduren. Waarin er een duidelijke gezamenlijke vijand was die maakte dat onderlinge verschillen verdwenen.

Regisseur Marinus Groothof (34) is gefascineerd door de sfeer die destijds in Servië hing. Het land was een internationale paria, geleid door nationalist Milosevic. Onder druk van de Verenigde Staten werd besloten tot militair ingrijpen om genocide door Serviërs op de Albanese minderheid in Kosovo te voorkomen. Een omstreden besluit, zonder goedkeuring van de Verenigde Naties.

In Belgrado, een moderne Europese hoofdstad, leidde het tot verbijstering, woede en vervreemding. De oppositie tegen Milosevic verdween. Serviërs voelden zich boven alles slachtoffers en onbegrepen door de rest van de wereld.

Groothof verfilmt in Belgrado momenteel zijn eerste speelfilm, The Sky Above Us, op basis van een zelf geschreven scenario over de bombardementen. Een gewaagd project. Een buitenlander, uit een land dat actief deelnam aan de bombardementen, die een onderwerp aanpakt uit een nog onverwerkt deel van de recente geschiedenis.

Dat Groothof weinig wantrouwen ontmoet, komt onder meer doordat hij een kind heeft met een vrouw uit voormalig Joegoslavië en nu een relatie met een Servische. Hij heeft Belgrado daardoor sinds 2004 van binnenuit leren kennen en steeds meer persoonlijke verhalen gehoord over hoe mensen de bombardementen beleefden. Eerder maakte hij over hetzelfde thema de korte film Sunset from a Rooftop, waarvoor hij in 2009 een Gouden Kalf kreeg.

Negeren lukt niet meer

„Het fascineert me hoe mensen worden gevormd door wat hen overkomt”, vertelt hij aan het einde van een draaidag in het centrum van de stad. „Hoe ze in zo’n heftige tijd vechten om zichzelf te handhaven.”

Aan een oordeel over het besluit om te bombarderen en de situatie in Kosovo, inmiddels een niet door Servië erkende zelfstandige staat, waagt hij zich niet. „Politiek heb ik hier niets over te melden. Volgens mij kan nog niemand er iets objectiefs over zeggen. We hebben het over ervaringen. Het is mijn generatie die dit meemaakte. Jonge mensen die opeens het gevoel hadden nergens meer bij te horen. Ik ben geboeid door het mechanisme waarmee je jezelf verdedigt tegen geweld om je heen. Je identiteit bewaakt door te doen alsof dat geweld er niet is.”

Die reactie komt het sterkst naar voren in het karakter van Ana (gespeeld door Nada Sargin), een van de hoofdrollen in de film. Ana is een theateractrice die zich gedraagt alsof er niets aan de hand is. Ze maakt zich iedere dag minutieus op, kleedt zich mooi en gaat trouw naar haar werk. Binnen het theater groeit echter verdeeldheid. Acteurs staan onder politieke druk om te komen speechen op een belangrijke brug over de Sava, waar burgerwachten een menselijk schild vormen. Ana weigert, een collega en goede vriendin geeft wel toe.

De oorlog negeren lukt niet meer als de tv-studio van staatsomroep RTS, pal naast het theater, wordt gebombardeerd. Zoals het meeste in de film is dat gebaseerd op een ware gebeurtenis. RTS was tijdens het bombardement een omstreden doelwit. De propagandamachine van Slobodan Milosevic. Maar ook een mediaorganisatie vol ambtenaren die plichtsgetrouw hun (technische) werk deden, zoals Sloba (Boris Isakovic) een van de andere hoofdrollen. Er kwamen zestien medewerkers om.

De gebouwen en het park eromheen hebben een facelift gehad, maar de schade aan het RTS-gebouw is in 2013 nog altijd niet hersteld. De gevel van de studio is weggeblazen, zodat te zien is hoe een bom zich dwars door vier verdiepingen heeft geboord. Het gebouw is een monument geworden. Ook de ruïne van het vroegere militaire hoofdkwartier middenin Belgrado is een open wond. Zie wat ze ons aangedaan hebben.

Afgezien van een Nederlands/Belgische kernteam hebben de meeste leden van de ploeg de bombardementen meegemaakt. De ‘NAVO-agressie’, zoals Serviërs er meestal aan refereren, is nog altijd een beladen onderwerp.

De angst kwam pas later

Meespelen in deze film brengt herinneringen naar boven, zegt acteur Milos Timotijevic. „Het is gek. Alleen het goede is blijven hangen.” Hij vertelt hoe hij feestende onbekenden aantrof in zijn appartement nadat hij er een tijdje niet was geweest, uit angst gemobiliseerd te worden. „Het was waanzinnig. Na die nacht zaten we iedere nacht op het dak naar het afweergeschut te kijken,” vertelt hij. „Joehoe, pak ze!” doet hij na. „De angst kwam pas later.”

Over 1999 wordt door Serviërs onderling weinig gepraat, zegt Timotijevic. „Mensen schuiven het liever onder het tapijt. We hebben genoeg actuele problemen: armoede, corruptie, Kosovo.” De vorige film waarin hij meedeed was In the land of Blood and Honey, het regiedebuut van Angelina Jolie. Daarin speelde hij een Servische soldaat die in Bosnië vrouwen verkracht. De film riep in Servië veel weerstand op: nationalisten maakten er tijdens de verkiezingscampagne een thema van en weinig bioscopen boden hem aan. Zulk soort situaties verwacht niemand met The Sky Above Us. „In dit verhaal wordt geen kant gekozen”, staat voor de zekerheid aan het begin van het persbericht dat door de Servische co-producent is rondgestuurd.